nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

17.07.2017 Komt kleinschalige windenergie van de grond in België?

Op goed twee jaar tijd wil Engie Electrabel ten minste 100 kleine windmolens plaatsen bij landbouwers en KMO’s. Het gaat daarvoor in zee met Fairwind, een windmolenmaker uit het Waalse Seneffe. Aangezien kleine windmolens vandaag nog een zeldzaamheid zijn, wil Engie Electrabel met deze doelstelling duidelijk zijn schouders zetten onder de ontplooiing van kleine windenergie in ons land. Met subsidies wordt de terugverdientijd van een investering in een kleinschalige windmolen geschat op zes tot acht jaar.

De opmars van hernieuwbare energie zorgt ervoor dat bij kleine KMO’s en landbouwers de interesse voor dergelijke kleine windmolens snel toeneemt, weet Engie Electrabel. “Dergelijke windmolens met een capaciteit die 60 tot 300 keer kleiner is dan die van de gekende grote windturbines, is op maat van landbouwbedrijven en andere kleine bedrijven die hun eigen stroomverbruik willen dekken”, zo klinkt het. Philippe Van Troeye, de topman van het elektriciteitsbedrijf, ziet heel wat potentieel. “Ons land telt 40.000 landbouwers waarvan meer dan de helft klant is bij ons”, stelt hij.

De zoektocht naar een bouwer van kleine windmolens leidde Engie Electrabel naar Fairwind, een Henegouws bedrijf. De twee hebben een samenwerkingsakkoord gesloten om twee kleine windmolentypes van Fairwind, met een vermogen van 10 en van 50 kilowatt, via het commerciële circuit van Electrabel te vermarkten. “De ambitie is om tegen 2020 al 100 kleine windmolens van Fairwind in werking te hebben in België”, aldus Engie Electrabel. Sinds 2013 heeft Fairwind er nog geen 30 aan de man kunnen brengen, 19 daarvan zijn al operationeel, nog negen zijn in aanbouw.

Fairwind werd in 2008 opgericht door Philippe Montironi met als streefdoel kleine windturbines te ontwikkelen en te produceren. Het heeft Montironi en zijn mede-investeerders tot op vandaag al 3,5 miljoen euro gekost. Fairwind ontwikkelde molens die er wat anders uitzien dan het klassieke beeld van de windturbine met een horizontale as. De schoepen van de windmolens van Fairwind draaien immers rond een verticale as. De windmolens die al in bedrijf zijn, bevinden zich hoofdzakelijk in Wallonië. Vlaanderen is goed voor één windmolen.

Dat het zo moeilijk is om kleine windmolens te slijten, heeft volgens Montironi alles te maken met de jarenlange negatieve beeldvorming rond kleinschalige windenergie. Die stonden tot voor kort gelijk aan totaal energie-inefficiënt en zelfs weinig bedrijfszeker. Dat was vooral te wijten aan het aanbod van zeer kleine exemplaren met een vermogen van enkele kilowatt die bestemd waren voor de residentiële markt. Kleinschalige windmolens hebben sowieso een serieus nadeel tegenover grote turbines. Windenergieproductie is immers sterk afhankelijk van de omvang van de installatie en de hoogte waarop die zich bevindt. Hoe hoger en hoe groter de windturbine, hoe meer elektriciteit ze oplevert.

Maar sinds Fairwind en Xant, een nieuwe Vlaamse producent van middelgrote windturbines, machines hebben ontwikkeld die veel performanter zijn bij kleinere windsnelheden, lijkt er een kentering te komen in de markt van de kleinere windmolens. Per jaar produceren de molens van Fairwind tussen de 35 en 107 megawattuur. Ter vergelijking, een gezin verbruikt gemiddeld 3,5 megawattuur per jaar. Net als bij de grote turbines kunnen kleine windmolens nog niet zonder subsidies. De terugverdientijd van een kleinschalige windmolen wordt door Fairwind op zes tot acht jaar geschat.  

Bron: De Standaard

Beeld: Engie

Volg VILT ook via