nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

28.02.2017 KU Leuven vertrouwt visie op landbouwmodel toe aan boek

In twee generaties tijd is de graanopbrengst per hectare in Frankrijk gestegen van gemiddeld 2,7 ton naar 6,2 ton. In Vlaanderen schommelt de gemiddelde tarweopbrengst zelfs rond de 10 ton per hectare. Met deze productiestijging in het achterhoofd vindt de Metaforum-denktank van de KU Leuven het eigenaardig dat sommigen stellen dat het huidige landbouwsysteem gefaald heeft. In het boek ‘Wat met ons voedsel?’ plaatsen de wetenschappers daar zelf de kanttekening bij dat het hoogproductieve westerse landbouwmodel tegen zijn limieten botst, vooral wat het milieuaspect betreft. “De oplossing schuilt niet in het afbouwen van de intensieve landbouw, wel in het verduurzamen van de landbouw”, klinkt het.

In het nieuwe boek ‘Wat met ons voedsel?’ houden wetenschappers van de KU Leuven zich op de vlakte als het over vlees gaat. Denktank Metaforum neemt duidelijker standpunt in als het over het gewenste landbouwmodel gaat. Extensieve landbouw is het omgekeerde van intensieve landbouw, waarbij gestreefd wordt naar maximale productiviteit, door onder meer het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. De intensieve aanpak heeft de voorbije decennia vruchten afgeworpen, vinden de auteurs. “Volgens de FAO is de productie van landbouwgewassen tussen 1985 en 2005 met 28 procent gestegen terwijl het landbouwareaal maar met 2,4 procent toenam. De tarweproductie in Noordwest-Europa is in 50 jaar tijd meer dan verdubbeld.”

De laatste jaren vlakt de opbrengststijging af omdat de teelttechniek bijna optimaal is. Stellen dat het huidige landbouwsysteem gefaald heeft, is voor de interdisciplinaire groep wetenschappers aan de KU Leuven een brug te ver. “Wel is het zo dat in vele ontwikkelingslanden de productiestijging niet, of in mindere mate, heeft plaatsgevonden. Bovendien ging de opbrengstverhoging in het Westen dikwijls gepaard met een verhoogde druk op het milieu.” Dat laatste erkennen ze als een duidelijke manco van het huidige, hoogproductieve landbouwsysteem. “Willen we tot een duurzame landbouw komen, dan moeten we de druk van landbouw op natuurlijke hulpbronnen verlichten. Voldoende voedsel produceren blijft prioritair bij de vermindering van deze externe belasting.”

Met een opsomming van aandachtspunten omschrijft het boek wat de noodzakelijke verduurzaming van landbouw precies inhoudt: “Minder bodem- en waterverontreiniging door bemesting en bestrijdingsmiddelen, verbetering van het koolstofgehalte van de bodem, aangepaste bodembewerking die de CO2-uitstoot en bodemerosie vermindert, efficiënter watergebruik, enz. Ondanks eerdere pogingen van Vlaamse onderzoekers laat duurzame landbouw zich niet vatten in één logo of teeltwijze. Verduurzaming is een continu proces dat in de context van maatschappelijke veranderingen moet worden beschouwd.

Kleinschaligheid, lokaal en familiaal zijn naar verluidt geen garanties op een duurzame landbouw. Ook de mythe dat milieuvriendelijke landbouw laagtechnologisch en kleinschalig is, houdt in de ogen van de Leuvense wetenschappers geen steek. Over de duurzaamheid van alternatieve voedselsystemen zeggen ze: “De alternatieven (o.a. stadslandbouw en CSA) worden gekenmerkt door een meer extensieve productiewijze dan de traditionele landbouw. Het bekendste alternatieve teeltsysteem is biolandbouw. Rekening houdend met de lagere productiviteit, en dus met de grotere behoefte aan land, is het weinig waarschijnlijk dat biolandbouw op dit moment minder druk zou leggen op milieu en omgeving. Voor bepaalde parameters van duurzaamheid, zoals biodiversiteit op het landbouwperceel zelf, scoort bio beter maar op bedrijfsniveau is het verschil beperkt.”

Door zijn lage impact op de milieukwaliteit krijgt biolandbouw een plaats toegedicht rondom natuurgebieden. Daar vormt het een buffer voor de milieueffecten van conventionele landbouw want, zo klink het in boek, “het lijkt onwaarschijnlijk dat technologische vernieuwingen alle milieuproblemen van de Vlaamse landbouw kunnen oplossen. Ondanks de inspanningen gaat de milieukwaliteit in het landbouwgebied er maar traag op vooruit.”

Maximaal biodiversiteitsbehoud en maximale landbouwproductiviteit kunnen volgens het boek onmogelijk samengaan. Zelfs vrij extensieve landbouw legt een grote druk op de biodiversiteit. Er zijn twee manieren om daarmee om te gaan: landbouw en natuur scheiden (land sparing) of verweven door middel van een natuurvriendelijke landbouw (land sharing). Een nadeel van dat laatste vinden de wetenschappers dat het areaal extensieve landbouw met lage opbrengsten vergroot ten koste van zowel de intensieve landbouw als de natuurlijke habitats. “Hou landbouw en biodiversiteitsbehoud gescheiden”, is hun advies, “zeker in regio’s met een hoge productiecapaciteit zoals Vlaanderen.” Twee randvoorwaarden worden daaraan gekoppeld: enerzijds een drastische vermindering van de milieu-impact van intensieve landbouw, anderzijds voldoende ruimte voorzien voor natuurlijke habitats. In het ideale geval is voor soortenbehoud ongeveer 30 procent van de landoppervlakte nodig.

En wat met agro-ecologie? Het boek gaat die vraag niet uit de weg, maar constateert dat het ontbreekt aan een eenduidige definitie van wat je hieronder moet verstaan. Ook onderzoeksdata zijn momenteel weinig beschikbaar. “Bij agro-ecologie gaat het vandaag eerder om de principes dan om een concrete teeltwijze. Is het dan raadzaam om agro-ecologie als alternatief productiesysteem voor gangbare landbouw naar voor te schuiven? Of is het niet beter om bepaalde principes uit de agro-ecologie te implementeren in de gangbare landbouw?” Andere vragen waar de wetenschappers van de KU Leuven nog mee worstelen, hebben te maken met het potentieel van agro-ecologie om voedsel te produceren voor 10 miljard mensen, de sterke afhankelijkheid van organische meststoffen die niet overal beschikbaar zijn, de arbeidsbehoefte in geval van agro-ecologie en het utopisch ideaal van ‘kleine boeren’.

Meer weten? Het boek 'Wat met ons voedsel?' is verkrijgbaar bij uitgeverij Lannoo.

Bron: Wat met ons voedsel?

Beeld: WikimediaCommons - Keith Edkins

Volg VILT ook via