nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

24.11.2017 Kunnen houtsnippers zich bewijzen als bodemverbeteraar?

De resultaten van het project ‘Koester de koolstof’ werden woensdag voor het eerst voorgesteld door Brecht Lammens van Agrobeheercentrum Eco². Het project moet twee vliegen in één klap vangen door lokaal geproduceerde houtsnippers in te werken in de bodem. Niet alleen zouden ze de bodemkwaliteit in Vlaanderen verbeteren, maar ook het houtkantenbeheer een duwtje in de rug geven.
Het LEADER-project ‘Koester de koolstof’ ontstond uit het beheerproject houtkanten van agrobeheergroepen bij Eco² (boeren die zich verenigen om samen met Eco² projecten uit te werken, nvdr.). Om houtkantenbeheer te stimuleren, moest liefst ook het financiële plaatje kloppen. Het dikke takkenhout van snoeibeheer kon worden verkocht om houtpellets te persen en bijvoorbeeld een school in Bocholt te verwarmen, maar met het fijne takkenhout wisten ze nog geen raad. Canadees onderzoek zette hen aan om te experimenteren met twijghout om de hoeveelheid koolstof in de bodem op te trekken.
 
De hoeveelheid koolstof in de Vlaamse landbouwbodems neemt al af sinds begin jaren ’90. De laatste tijd gaat de situatie niet meer achteruit, maar er is veel schade in te halen. Organische stof in de bodem is belangrijk voor boer en maatschappij. Liever dan hout te verbranden tot CO2, wordt de koolstof in de bodem opgeslagen. Hoe meer organische stof er in de bodem zit, hoe beter de structuur. Dat leidt tot betere bewerkbaarheid, een betere waterhuishouding en een lager erosierisico. De donkere humus zorgt bovendien dat de bodem sneller opwarmt in de voorjaarszon, zodat landbouwers op tijd kunnen zaaien. Organische stof houdt nutriënten vast en is voeding voor het bodemleven.
 
Eco² pikte de BRF-techniek op (Bois raméaux fragmentés, ofwel versnipperd takkenhout) uit Canada. Bij deze techniek wordt vers takkenhout verhakseld om het daarna oppervlakkig in de bodem in te werken. Het hout wordt dan door micro-organismen afgebroken tot humus dat de bodemstructuur verbetert en bodemleven stimuleert. Er rijzen ook vragen bij het experiment. Of het stikstofniveau op peil zou blijven, bijvoorbeeld? Bodemorganismen hebben immers stikstof nodig om koolstof af te breken.
 
“De eerste analyses van de Bodemkundige Dienst zijn voorzichtig positief”, legt projectmedewerker Brecht Lammens (Agrobeheercentrum Eco²) uit. “Simulaties wijzen op een groot potentieel van koolstofopbouw in de bodem. En in het eerste jaar is het stikstofgehalte er niet op achteruit gegaan. Maar om conclusies te trekken, is het nog te vroeg. We weten wel al dat boeren geen teelttechnische nadelen ondervonden bij de teelt van suikerbieten, chicorei, erwten, bonen of maïs.”
 
Ook op beleidsniveau zijn nog aanpassingen nodig. Snoeihout wordt door OVAM, de Vlaamse afvalstoffenbeheerder, aanzien als afval en mag enkel worden gebruikt binnen één bedrijf. Momenteel is het in de wet dus verboden dat een landbouwer houtsnippers afneemt van het naburige natuurgebied of van collega-boeren. Landbouwer Luc Terwinghe klaagt ook over het mestbeleid: “Het gebruik van stalmest wordt ons door de overheid al jaren ontraden (mestactieplan werkt contraproductief hoewel het stalmest voortrekt op drijfmest door niet alle fosfaat aan te rekenen op de mestbalans, nvdr.).” Kunstmest en drijfmest bevatten respectievelijk geen en weinig organische stof. “We zien de kwaliteit van onze bodems onder onze ogen achteruitgaan, maar het beleid belet ons om er iets aan te doen. En nu vragen ze ons om ook dat nieuwe probleem op te lossen.”
 
In de zoektocht naar gezonde bodems moet dus een evenwicht worden gevonden tussen koolstof opbouwen en verontreiniging door dierlijke mest voorkomen. Hopelijk kan het project van Eco² daaraan bijdragen. Houtsnippers zouden op fosfaatrijke percelen een goed alternatief kunnen zijn voor compost, dat al meer bekendheid geniet als bodemverbeteraar maar zijn nutriënteninhoud tegen heeft. Transport weegt in de kostprijs van beide bodemverbeteraars, die een laag soortelijk gewicht gemeen hebben, zwaarder door dan het product zelf zodat de voorkeur uitgaat naar lokaal geproduceerde bodemverbeteraars.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via