nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

18.08.2017 Laagste aantal varkens in België in 30 jaar

Het aantal varkens in België is vorig jaar gedaald naar 6,18 miljoen, het laagste cijfer in de laatste dertig jaar. Dat blijkt uit landbouwstatistieken van 2016 die de FOD Economie heeft gepubliceerd. Het aantal kippen was dan weer nooit groter, en steeg tegenover 2015 met liefst 14 procent. “Wat de varkens betreft mogen we niet vergeten dat de sector zware jaren achter de rug heeft en dat heel wat bedrijven hebben afgehaakt”, aldus Wouter Wytynck, adviseur dierlijke veredeling bij Boerenbond. 

Volgens cijfers van de FOD is ook in 2016 de varkensstapel verder gedaald. Op 15 oktober 2016 was de Belgische varkensstapel 6,18 miljoen stuks groot, wat het laagste peil is in de laatste 30 jaar. Sinds 1982, toen België 5 miljoen varkens telde, is de varkensstapel quasi onafgebroken gestegen met het einde van de jaren ’90 als absoluut hoogtepunt (bijna 8 miljoen). Sindsdien gaat het bergaf met het aantal varkens.

Tegelijkertijd is er een forse groei van het aantal kippen in ons land. Het Belgische pluimveebestand telde vorig jaar 14 miljoen legkippen en 28 miljoen slachtkippen. Vooral die laatste categorie zit in de lift: tussen oktober 2015 en oktober 2016 was er een stijging van 19 procent. Bij de leghennen gaat het om een groei van 7 procent. “Het aantal leghennen is na de dioxinecrisis in 1999 en de vogelgriepcrisis in 2003 gevoelig gedaald”, aldus Wouter Wytynck van Boerenbond. “Ook met de verplichte omschakeling naar de verrijkte kooi in het vooruitzicht hielden heel wat leghennenhouders het voor bekeken.”

“De deadline voor die verplichte omschakeling was 2012”, gaat Wytynck verder. “En we zien dat de leghennenhouders die voor een aanpassing kozen, niet zelden ook geïnvesteerd hebben in een uitbreiding. Wat de braadkippen betreft zien we in de eerste plaats een structurele stijging door de conjunctuur in de sector die de laatste jaren toch behoorlijk was. De uitbreidingen vonden in sommige gevallen plaats bij gemengde bedrijven waar een kippenstal werd bijgebouwd, maar voor het grootste deel bij gespecialiseerde bedrijven die uitbreiden om concurrentieel te blijven. Het feit dat kippenmest mag uitgevoerd worden en verwerkt kan worden, speelt zeker ook mee. Al die factoren hebben overigens voor een duidelijke instroom van een nieuwe generatie gezorgd.”

“Die instroom is er in de varkenshouderij veel minder”, aldus nog Wytynck. “Na de zware crisis in 2015 en 2016 hebben heel wat bedrijven afgehaakt. Daarnaast laat de vergrijzing zich in de varkenssector sterk voelen. Belangrijk is ook om een onderscheid te maken tussen de zeugenstapel en de totale varkensstapel. De daling van de laatste jaren is toch vooral te wijten aan een krimpende zeugenstapel. Voor de komende jaren verwachten we een stabilisatie.”

Verder vergeleek de FOD Economie ook appelen met peren. De oppervlakte die met perenbomen beplant wordt, is in de afgelopen 20 jaar meer dan verdubbeld (+111 procent). Perenbomen nemen vandaag 9.500 hectare in. In 2006 werden peren belangrijker dan appelen, die aan het wegzakken zijn richting 6.000 hectare. Nog opvallend is dat de oppervlakte voor suikerbieten voor het eerst sinds 2011 niet meer daalt. Er is zelfs een toename met 3.189 hectare (+6 procent) tot 55.536 hectare. Ook bij de aardappelteelt is er een forse stijging, net als in de laatste jaren. In veertig jaar is de oppervlakte voor aardappelen verdrievoudigd tot bijna 90.000 hectare. 

Bron: FOD Economie / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via