nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Landbouwindicatoren in zakformaat
19.07.2010  Land- en tuinbouw in Vlaanderen 2009

Landbouwindicatoren in zakformaat stelt de Vlaamse land- en tuinbouwsector voor aan de hand van een 70-tal figuren, kaarten en tabellen voor 2009. Samen met het uitgebreide Landbouwrapport (LARA) is deze tweejaarlijkse publicatie uitgegroeid tot een vaste waarde in de beschrijving van de landbouwsector. De crisis in de Vlaamse landbouw blijkt uit  een lage netto toegevoegde waarde en een conjunctuurindex die onder nul duikt. Anderzijds is de eindproductiewaarde van de Vlaamse land-en tuinbouw de hoogste in jaren, ligt de toegevoegde waarde per arbeidskracht ruim boven het Europees gemiddelde en vertoont de handel in landbouwproducten een positief saldo. 60.500 mensen worden tewerkgesteld op Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven. In de toelevering, verwerking en afzet werken nog eens 103.000 mensen.

Enkele blikvangers

De eindproductiewaarde van de Vlaamse land- en tuinbouw bedraagt in 2008 4,98 miljard euro. Dat is de hoogste waarde van de laatste negen jaar. Bijna 60 procent is afkomstig van de veeteelt, 32 procent van de tuinbouw en 8,5 procent van de akkerbouw. Binnen de veeteelt zijn de belangrijkste producten varkens (44%), melk (21%) en runderen (20%). De Vlaamse land- en tuinbouw neemt ongeveer driekwart van de Belgische eindproductiewaarde in. Voor varkens, groenten, fruit en sierteelt is het aandeel zelfs meer dan 90 procent.

De crisis in de Vlaamse landbouw blijkt uit de uitzonderlijk lage netto toegevoegde waarde in 2008. Aan de basis liggen vooral de sterk gestegen kosten voor veevoeders, meststoffen en energie. Tegelijk was er een neerwaartse druk op de prijzen voor de meeste landbouwproducten . De graan- en melksector kenden een sterke terugval na een uitstekend 2007. Ook heel wat vollegronds- en serregroenten lieten lage prijzen noteren. Zoals te verwachten, duikt de conjunctuurindex van de landbouw in 2009 verder onder de nullijn.

De totale Belgische handel in landbouwproducten vertoont in 2008 een positief handelssaldo. Zowel in- als uitvoer nemen significant toe. In tegenstelling tot de algemene tendens in de buitenlandse handel is het agrarisch handelsoverschot in 2008 toegenomen met 5,5 procent. Het bedraagt nu 3,5 miljard euro. 73 procent van de ingevoerde landbouwproducten is van de EU afkomstig en 84 procent van de uitgevoerde landbouwproducten gaat naar EU-lidstaten. België heeft het vierde grootste agrohandelsoverschot van alle EU-lidstaten, na Nederland, Frankrijk en Denemarken.

In 2008 zijn er 60.500 mensen regelmatig tewerkgesteld op Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven. In navolging van de dalende tendens van het aantal bedrijven is dit aantal voortdurend verminderd (-16% ten opzichte van 2001). Omgerekend betekent dat 46.000 voltijdse arbeidskrachten of 1,5 per bedrijf. Een derde werkt op gespecialiseerde tuinbouwbedrijven. Slechts 13 procent van alle landbouwbedrijven waarvan het bedrijfshoofd ouder is dan 50 jaar, heeft een vermoedelijke opvolger, 58 procent heeft geen opvolger en 29 procent weet het nog niet. Bij kleine bedrijven ligt het percentage met een vermoedelijke opvolger zelfs onder de 10 procent. In het agrobusinesscomplex, dat ook de toelevering, verwerking en afzet omvat, zijn in 2007 103.000 mensen tewerkgesteld.

Landbouwers verbreden hun activiteiten door aan milieu- en landschapszorg te doen, door hun exploitatie open te stellen voor buitenstaanders of bepaalde doelgroepen en door verwerkende of ambachtelijke activiteiten toe te passen op hun bedrijf. Vlaanderen telt 4.377 landbouwers die minstens één verbredingsactiviteit uitoefenen. Zo zijn er volgens het Steunpunt Groene Zorg 399 actieve zorgboerderijen. 2.428 landbouwers hebben een beheersovereenkomst lopen met betrekking tot milieuzorg. Er zijn ongeveer 1.150 hoeveproducenten.

Over de periode 2000-2007 nam de milieudruk van de landbouw duidelijk af. De verzurende (-28%) en vermestende emissie (-67%) daalden aanzienlijk als gevolg van het gevoerde mestbeleid en de krimpende veestapel. Deze laatste factor verklaart ook de afname van de broeikasgasemissie (-13%) en de emissie van fijn stof (-10%). De erosiegevoeligheid van het landgebruik steeg echter met 4 procent tussen 2000 en 2007 door de teeltkeuze voor gewassen als maïs en aardappelen. De druk op het waterleven door gewasbescherming daalde tot 2003 met 44 procent door het gebruiksverbod op de meest milieubelastende bestrijdingsmiddelen, maar steeg lichtjes in 2004 en 2005.

Het totale watergebruik door de Vlaamse landbouw wordt in 2007 geraamd op 47,4 miljoen m³. 59 procent wordt opgepompt uit diepe of ondiepe grondlagen. Iets meer dan een kwart is hemelwater opgevangen via serres of gebouwen. Leidingwater (11%) en oppervlaktewater (4%) volgen op ruime afstand. Grote watergebruikers zijn de glastuinbouw en de melkveesector. De glastuinbouw is ook veruit de belangrijkste energiegebruiker met een aandeel van 55 procent in de totale landbouwsector.

In 2008 neemt de landbouw een totale oppervlakte van 623.700 ha in. Dat areaal vertoont een licht dalende tendens. Van de oppervlakte cultuurgrond nemen de voedergewassen met 60 procent het grootste aandeel voor hun rekening, wat nogmaals wijst op het belang van de veehouderij in Vlaanderen. Akkerbouw (32%) en tuinbouw (8%) volgen. Er zijn 29.500 landbouwbedrijven in Vlaanderen. Ten opzichte van 1998 is dat een daling met 32 procent. Vooral de kleinere bedrijven verdwijnen. In tien jaar tijd is de gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf met 44 procent gestegen tot 21 ha. De schaalvergroting blijkt ook uit het feit dat de gemiddelde grootte van de veestapel per bedrijf continu stijgt. Zo heeft een varkensbedrijf in 2008 gemiddeld 1.576 varkens, bijna 300 meer dan in 2001. De Vlaamse veestapel telt 1,3 miljoen runderen, 5,9 miljoen varkens en 27,1 miljoen stuks pluimvee.

In 2007 werd in Vlaanderen ruim 262,5 miljoen euro aan rechtstreekse steun uitgekeerd aan de landbouwers. De toeslagrechten maken bijna 85 procent van de rechtstreekse betalingen uit. De zoogkoeienpremie is goed voor iets meer dan 11 procent en de slachtpremie kalveren voor zowat 2 procent. In totaal waren er in 2008 110 miljoen euro overheidsuitgaven voor het plattelandsbeleid. Voor de 230 biologische bedrijven is er 700.000 euro aan hectaresteun uitbetaald.

Uit een vergelijking met de EU blijkt onder meer dat de netto toegevoegde waarde per voltijdse arbeidskracht in de Belgische landbouw ruim boven het Europees gemiddelde ligt. De EU-25 komt in 2007 uit op een waarde van 18.300 euro, terwijl België afklokt op 41.600 euro. Denemarken en Nederland scoren nog beter, maar het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië doen het duidelijk minder goed. Duitsland en Spanje halen zelfs het gemiddelde niet.

De landbouw in Vlaanderen wordt getypeerd door regionale concentraties en specialisaties: fruit rond Sint-Truiden, groenten rond Sint-Katelijne-Waver, Roeselare en Hoogstraten, sierteelt rond Gent en veredeling in West-Vlaanderen, het Meetjesland, het Waasland en de Kempen. Melkvee komt vooral voor in de Vlaamse Ardennen en het Pajottenland, vleesrundvee voornamelijk in de regio rond Brugge en het zuiden van Oost- en West-Vlaanderen en in combinatie met akkerbouw in Vlaams-Brabant en Zuid-Limburg. Historische en bodemfysische factoren bieden hiervoor een verklaring. De gemeenten met een veredelingstypologie liggen traditioneel in de buurt van mengvoederbedrijven en slachthuizen, die met een groente- en fruittypologie rond de veilingen en de afgeleide industrie. De akkerbouw vindt voornamelijk plaats op rijke gronden, de veeteelt op armere gronden.

 

Meer info: download hier  Landbouwindicatoren 2009 in zakformaat

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via