nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

27.12.2017 Landbouw in 2030: meer produceren met nog minder boeren

Tussen nu en 2030 zet de schaalvergroting in de landbouw zich door. In Europa zorgt de sector tegen dan nog voor 6,6 miljoen arbeidsplaatsen (-3,2% per jaar). Bedrijven worden groter en investeren meer in automatisering om al het werk rond te zetten. Met minder land- en tuinbouwers zal er in Europa toch meer geproduceerd worden, zelfs 20 procent meer richting 2030. Dat verklaart de verbetering van het landbouwinkomen want van de prijzen mogen boeren op middellange termijn geen te hoge verwachtingen koesteren. Wat er wel aanzienlijk stijgt, zijn de kosten. Zo voorspelt de Europese Commissie in zijn marktvooruitblik.

Minder maar grotere bedrijven die steeds meer gaan produceren om het landbouwinkomen op peil te houden ondanks stijgende kosten. Structureel lijkt er weinig te gaan veranderen in de landbouw. De Europese Commissie trekt de huidige trends gewoon door in zijn prognose op 2030. Vergeleken met het huidige driejarige gemiddelde (2015-2017) stijgt het landbouwinkomen eerst een beetje, om vervolgens te stabiliseren. Over heel de periode stijgt het met 1,1 procent per arbeidskracht. In de 13 nieuwe lidstaten is de verbetering meer uitgesproken (+0,8% per jaar) dan in de oude lidstaten. Daardoor verkleint de inkomenskloof opnieuw met twee procent in de beschouwde periode.

Wat het landbouwinkomen betreft, is daarmee niet alles gezegd. Boeren zien hun kosten namelijk aanzienlijk stijgen (+30%) tussen nu en 2030. Ze reageren daarop met een uitbreiding van de productie, waarmee ze hun inkomen op peil weten te houden maar ook niet meer dan dat. De afgelopen tien jaar (2006-2016) kwam de verbetering van het landbouwinkomen nog vooral van het prijsherstel na het crisisjaar 2009.

Per arbeidskracht oogt het inkomen altijd wat rooskleuriger dan in zijn totaliteit, maar de uitstroom aan ondernemers en werknemers is bezwaarlijk positief te noemen. De voorbije tien jaar zijn in de landbouw 2,5 miljoen jobs verdwenen, wat het totaal dit jaar op 9 miljoen arbeidsplaatsen in de EU-28 brengt. Dat daalt naar 6,6 miljoen arbeidskrachten in 2030 (-28%).

De uitstroom doet zich vooral in de nieuwe lidstaten voor, waar de kleine boeren bij bosjes sneuvelen en de grotere bedrijven mankracht door machines vervangen. Tegelijk kiezen boeren en werknemers er ook zelf voor om elders aan de slag te gaan vanwege de betere (inkomens)perspectieven in andere sectoren. Nochtans is de kloof tussen het landbouwinkomen en de lonen in andere sectoren kleiner geworden. Na de economische crisis heeft landbouw zich namelijk sneller herpakt dan de rest van de economie.

Landbouwbedrijven worden op middellange termijn nog kapitaalintensiever als gevolg van de investeringen in precisielandbouw en digitalisering. Er zijn door automatisering weliswaar minder arbeiders nodig, maar ze zullen beter geschoold (en duurder) zijn dan vandaag het geval is. Voor hun investering in arbeid en kapitaal willen ondernemers een eerlijke vergoeding, maar dat blijft moeilijk als de marges krap zijn en er voortdurend geïnvesteerd moet worden in (steeds duurdere) grond, gebouwen en machines.

In de periode 2017-2030 stijgen de variabele kosten (+2,5% per jaar) sneller dan de waarde van de landbouwproductie (+2% per jaar). Voor het landbouwinkomen is dat geen goede zaak, wat gemaskeerd wordt door het inkomen uit te drukken per arbeidskracht. Hun aantal daalt immers. Voor het stijgend kostenplaatje wijst de Commissie op de hogere energieprijzen. Energie en kunstmest worden opnieuw duurder, en ook voor het voeder moeten veehouders zich aan een prijsstijging verwachten want nu profiteren ze van de erg lage graanprijs. Verder zullen de loonwerker, de dierenarts en het adviesbureau zich in de toekomst duurder laten betalen.

Meer info: Agricultural Outlook 2017-2030

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: ILVO

Volg VILT ook via