nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Landbouwindicatoren in zakformaat
04.01.2009  Land- en tuinbouw in Vlaanderen 2007

Hoe ziet de Vlaamse land- en tuinbouw er op dit moment eigenlijk uit? Welke effecten heeft deze op het milieu? En wat waren de voornaamste beleidsmaatregelen tijdens de voorbije jaren? Vragen die veel mensen bezig houden, niet in het minst de bijna 65.000 arbeidskrachten die nog in de land- en tuinbouwsector tewerkgesteld zijn. Om op deze vraag een antwoord te bieden, bracht de afdeling Monitoring en Studie (AMS) van het beleidsdomein Landbouw & Visserij de meest relevante kengetallen samen in hun nieuwe publicatie ‘Landbouw in zakformaat’. Deze publicatie tracht een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de Vlaamse land- en tuinbouw in 2007 en dit aan de hand van structurele, economische, sociale, milieugerelateerde en beleids-beschrijvende kengetallen.

Enkele blikvangers

De schaalvergroting in de land- en tuinbouw in Vlaanderen zet zich nog steeds verder. Het aantal land- en tuinbouwbedrijven blijft dalen terwijl de gemiddelde oppervlakte en de veebezetting per bedrijf blijft stijgen. Het aantal bedrijven met minder dan 30 ha is sinds 1990 continu gedaald. Vanaf 2004 verminderen ook het aantal bedrijven met een oppervlakte tussen 30 en 50 hectare en ligt de grens tussen de afnemende en de groeiende groep bedrijven bij een bedrijfsoppervlakte van ongeveer 50 ha. Het aantal bedrijven met een bedrijfsoppervlakte >50 ha kent een continue stijging. De gemiddelde oppervlakte van het bedrijf is sinds 2000 toegenomen met 21% tot 18,8 ha per bedrijf in 2006.

De dalende trend van het aantal runderen sinds 1990 zet zich verder. Het aantal varkens en het aantal stuks pluimvee kennen een dalende trend sinds 1999. In 2006 kent het aantal stuks pluimvee zowel voor de hennen als voor de vleeskippen een daling van (-6%) ten opzichte van 2005. Melkveehouderij komt vooral voor in Antwerpen en noord-Limburg, terwijl de varkenshouderij vooral in West-Vlaanderen terug te vinden is.

Vanaf 2005 is er een lichte daling van de oppervlakte cultuurgrond in Vlaanderen. Deze bleef stabiel van 1998 tot 2004. In 2006 is er een duidelijke stijging in de oppervlakte voor wintergerst (+24%), groenvoeders (+37%) en koolzaad (+532%) ten opzichte van 2005. Ook de oppervlakte groenten in open lucht stijgt (+5%). Het tabakareaal vermindert sterk (-77%). De sierteelt is sterk vertegenwoordigd in Oost-Vlaanderen, terwijl de fruitteelt vooral voorkomt in Haspengouw en de teelt van groenten onder glas in Antwerpen.

Het aantal land- en tuinbouwbedrijven daalde van 37.895 in 2002 tot 33.272 in 2006. Met uitzondering van het jaar 2002 blijft het totale aantal arbeidskrachten sinds 1990 geleidelijk dalen. Het aandeel vrouwelijke arbeidskrachten blijft sinds 2000 constant (± 35%). Meer dan de helft van de bedrijfsleiders in de landbouw is ouder dan 50 jaar. Voor ongeveer 14% van hen is de opvolging verzekerd. Hierdoor mag verwacht worden dat het aantal land- en tuinbouwbedrijven in de nabije toekomst nog verder zal afnemen. De meeste starters in de landbouw hebben een diploma hoger secundair of hoger onderwijs landbouw of behaalden een installatieattest.

Economisch gezien vormt de veeteelt (met ruim 58,7% van de totale eindproductiewaarde in 2005) de belangrijkste subsector. Tuinbouw komt (met 32% van de eindproductiewaarde) op de tweede plaats. De netto toegevoegde waarde per arbeidseenheid, die een idee geeft van het arbeidsinkomen, schommelt van jaar tot jaar, maar vertoont de laatste 10 jaar een licht stijgende tendens. In 2005 bedraagt deze 28.463 euro.
In Vlaanderen zijn er minstens 4.644 bedrijven met verbrede activiteiten wat overeenkomt met 14% van de landbouwbedrijven. Twee derde daarvan doen aan verbreding op het vlak van milieu, natuur en landschap.
De eerste conjunctuurindex voor de landbouwsector afgenomen in de eerste helft van 2007 bedraagt +7%. Deze index is het resultaat van een positieve inschatting van de evolutie van 2006 ten opzichte van 2005 (+16%), een iets mindere tevredenheid van de eigen situatie (+7%) en een eerder negatieve inschatting van de toekomst (-1%).

Het Belgische agrarische handelssaldo is sinds vorig jaar verder gestegen, en dit met 5,5% tot 3,097 miljard euro. Globaal gezien, maar vooral wat dierlijke producten betreft, wordt door België meer uitgevoerd dan ingevoerd. Van de totale handel in landbouwproducten wordt ruim 74% ingevoerd uit en 86% uitgevoerd naar EU-lidstaten.

In Vlaanderen daalt de consumptie van vis in 2006 met -17%. Het thuisverbruik van aardappelen, brood, en melk kent sinds 2000 een sterke daling van respectievelijk -15%, -23% en -11%. De dalende lijn van het thuisverbruik wordt alleen verbroken door de consumptie van eieren met in 2006 een stijging van +10% ten opzichte van 2005.

De biologische landbouw in 2006 kent een stijging van het areaal (+3.6%) en een lichte daling van het aantal bedrijven (-1.7%) ten opzichte van 2005. Het totale aandeel van de biologische landbouw in de totale landbouw blijft zeer bescheiden (0,5%).

Het overschot aan stikstof en fosfor van de landbouwsector kent een dalende trend sinds 1990, voornamelijk ten gevolge van de verminderde veestapel. In 2006 is er voor het eerst terug een stijging, te wijten aan de afname van de onttrekking van nutriënten door gewassen (door een lagere oogst).
De druk op het waterleven als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is sinds 1990 gehalveerd. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan een daling in het gebruik en een verschuiving naar minder schadelijke gewasbeschermingsmiddelen. De laatste twee jaren is er echter terug een lichte stijging, wat te wijten is aan een toegenomen gebruik van actieve stoffen die net iets grotere impact (hogere toxiciteit) hebben.
Het totale verbruik van energie in de landbouw daalde de laatste twee jaren met 3,5%, wat mogelijks te verklaren is door de zachte winters en een verschuiving in de teelten onder glas.
In 2004 bedraagt het aandeel van de landbouwsector in de totale Vlaamse uitstoot van broeikasgassen 11,6%. De sector is verantwoordelijk voor 78% en 49% van de uitstoot van de respectievelijke broeikasgassen methaan en lachgas.

De totale overheidsuitgaven in het kader van het plattelandsbeleid in Vlaanderen bedroegen in 2006 113 miljoen euro. Bijna de helft hiervan gaat naar investeringssteun en vestigingssteun. Er gaat 15% naar beheerovereenkomsten. Het totale areaal cultuurgrond dat onder één of meerdere beheerovereenkomsten valt bedraagt in 2006 ruim 125.000 ha.

 

Meer info: download hier Landbouwindicatoren 2007 in zakformaat

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via