nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.06.2018 Landbouwactiviteit voor 80% aan basis rood MAP-meetpunt

Bij 80 procent van de MAP-meetpunten die vandaag rood kleuren, hebben de huidige landbouwactiviteiten een belangrijke invloed. De helft van de oorzaken situeert zich in gebieden waar het merendeel van de percelen kunstmatig gedraineerd is. Wanneer het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB) merkt dat een niet-landbouwinvloed of extreme weersomstandigheden aan de basis liggen van een rood MAP-meetpunt, dan wordt dit gemeld aan de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM).

Het CVBB voert heel wat metingen uit naar de overschrijding van de nitraatnorm in Vlaamse wateren. Door haar jarenlange ervaring kan het centrum bogen op heel wat terreinkennis. Bij elk MAP-meetpunt waar het CVBB een overschrijding van de nitraatnorm vaststelt, wordt gezocht naar vastgestelde en vermoedelijke oorzaken van die overschrijding. “Afhankelijk van die oorzaak wordt een werkwijze uitgerold die specifiek voor elk meetpunt tot een betere waterkwaliteit zou moeten leiden”, vertelt Dirk Coomans, algemeen coördinator van het CVBB.

Uit die analyses blijkt dat bij 80 procent van de rode MAP-meetpunten de huidige landbouwactiviteiten een belangrijke invloed hebben op de waterkwaliteit. De helft van die gevallen situeert zich in gebieden waar het merendeel van de percelen kunstmatig gedraineerd is. “Drainagewater kan natuurlijk grondwater zijn of een teveel aan regenwater. Natuurlijk gedraineerde percelen wateren ook grotendeels naar de beek af, maar dan veel minder snel”, aldus Coomans. In een vierde van de gevallen gaat het om natuurlijke drainage.

Een andere mogelijke oorzaak van nitraatoverschrijding aan een MAP-meetpunt zijn de nitraatrijke bronnen (17%). Hier vermoedt het CVBB dat er aanrijking is door nitraatrijk grondwater, afkomstig van buiten het afstroomgebied en waarbij de waterkwaliteit het gevolg is van bemestingspraktijken van jaren geleden. De lozing van nitraatrijk water door serres is verantwoordelijk voor vijf procent van de overschrijdingen bij MAP-meetpunten.

Soms worden verhoogde nitraatconcentraties bij MAP-meetpunten gelinkt aan activiteiten buiten de landbouw (1%). Zo zijn er bijvoorbeeld invloeden van industrie, woningen, overstorten, enz. Ook hevige regenbuien (1%) kunnen de waterkwaliteit beïnvloeden. Herinner de extreme neerslaghoeveelheid in juni 2016. Toen lieten meerdere MAP-meetpunten verhoogde nitraatconcentraties optekenen”, klinkt het bij CVBB. Tenslotte zijn er enkele rode MAP-meetpunten waarvan het coördinatiecentrum de juiste oorzaak nog niet heeft kunnen achterhalen(1%).

De invloed van de huidige landbouwpraktijk op de MAP-meetpunten is vooral te merken in de provincies West-Vlaanderen (IJzer- en Leiebekken) en Antwerpen (Maas- en Beneden-Scheldebekken), en in mindere mate in Oost-Vlaanderen (Leiebekken). Op enkele zeldzame gevallen in andere provincies na zijn lozingen door serres een typisch Antwerps fenomeen. De problematiek van nitraatrijke bronnen situeert zich in Vlaams-Brabant (Dijle), Limburg (Demer en Maasbekken) en Oost-Vlaanderen (Boven-Schelde).

Gezien de huidige landbouwactiviteiten in grote mate de waterkwaliteit aan de MAP-meetpunten beïnvloeden, is een aanpak gericht op de bemestingsstrategie in de afstroomgebieden aangewezen. Die gebiedsgerichte werking rond de MAP-meetpunten noemt het CVBB ‘intensieve aanpak’. Het CVBB bakent een risicozone in het afstroomgebied af en neemt er intensief bodemstalen. De CVBB-medewerker bespreekt de resultaten met de lokale land- en tuinbouwers en zoekt samen naar de beste bemestingsstrategie.

Wanneer er sprake is van mogelijke aanrijking in het oppervlaktewater door het grondwater, doet het CVBB beroep op bijkomende expertise en nieuwe analyses. Momenteel is, in opdracht de Vlaamse Landmaatschappij, het onderzoek ‘Nitraatrijke bronnen: invloed van grondwater op oppervlaktewaterkwaliteit’ lopende waartoe het CVBB al gegevens heeft bijgedragen. Het is nog even wachten tot 2021 op alle resultaten. Voorlopig zet het CVBB in die gebieden verder in op sensibilisering en intensieve aanpak.

Bij vastgestelde lozingen probeert het CVBB in eerste instantie een gesprek aan te knopen met de betreffende teler. Door metingen, beeldmateriaal, enz. probeert de CVBB-medewerker de teler aan te zetten tot een snelle actie. Indien er geen reactie komt of als er geen bereidwilligheid tot medewerking is, wordt het dossier voorgelegd aan het dagelijks bestuur van het CVBB. Nadien wordt een overleg met de VLM gepland om na te gaan welke acties mogelijk zijn om het probleem op te lossen. Slechts in enkele gevallen waren er verdere handhavende acties nodig.

Wanneer niet-landbouwinvloed aan de basis ligt van het rood kleuren van een MAP-meetpunt, kaart het CVBB dit aan bij de VMM. Die MAP-meetpunten voldoen immers doorgaans niet aan de definitie van een MAP-meetpunt. Deze actie heeft al geleid tot het schrappen van enkele meetpunten of het bepalen van een alternatief meetpunt. Ook in het geval van extreme weersomstandigheden maakt het CVBB een dossier over aan de VMM met de vraag om de betreffende metingen niet mee te nemen in de rapportering of evaluatie van het meetnet.

Meer informatie: Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB)

Bron: eigen verslaggeving

In samenwerking met: |CVBB

Volg VILT ook via