nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

04.03.2019 Landbouwers leren elkaar gewasbescherming verduurzamen

Dienst na verkoop is in veel sectoren belangrijk om klanten tevreden te houden. Fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen geven er een heel eigen invulling aan. Zij overladen de gebruikers, zowel professionelen als particulieren, met tips voor een gebruik dat veilig is voor mens en milieu. Met een chemische stof die alle veiligheidstests voor markttoelating doorstond, kan je immers nog altijd kwaad berokkenen door er niet duurzaam mee om te springen. Met de nieuwe campagne ‘Tips van de boer, voor de boer!’ richt sectorfederatie Phytofar zich tot hun grootste gebruikersgroep, de landbouwers. Drie landbouwers vertellen deze maand in de vakpers welke inspanningen zij doen om duurzaam om te gaan met gewasbeschermingsmiddelen.

“Gewasbeschermingsmiddelen in de fruitteelt zijn voor mij wat mest is in de veeteelt. Als er iets is waarop we commentaar krijgen, is het dat”, zegt fruitteler Luc Borgugnons deze week in Boer&Tuinder. Anderzijds zijn die middelen nuttig en nodig om kwalitatief fruit te telen zodat de sectorvakgroepvoorzitter bij Boerenbond sterk de nadruk legt op zorgvuldig gebruik: “We mogen het maatschappelijk draagvlak niet verliezen. Elke fruitteler draagt verantwoordelijkheid. Wie onzorgvuldig omspringt met gewasbeschermingsmiddelen is een risico voor de sector.”

Zijn boodschap lijkt als twee druppels water op de sensibiliseringscampagne die Phytofar deze maand start. De Belgische vereniging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie doet continu inspanningen om een duurzaam gebruik van hun producten te verzekeren. Vorig jaar kwamen de tips gericht aan landbouwers rechtstreeks van Phytofar. Deze keer schakelt de federatie landbouwers in als boodschappers. “Drie landbouwers vertellen over de inspanningen die ze doen, geven tips en motiveren zo hun collega’s. Ze ontkrachten het cliché dat zinvolle aanpassingen aan de bedrijfsvoering geld kosten. Integendeel, veel maatregelen brengen zelfs geld op. Door landbouwers aan het woord te laten, zijn de tips zeer praktijkgericht”, klinkt het.

Jan Vermaelen bijt in het onafhankelijk weekblad Landbouwleven de spits af. Jan werkt voor gewasbeschermingsmiddelenspecialist Belchim uit Londerzeel en is voorzitter van de Phytofar-werkgroep Duurzaam gebruik. In zijn vrije tijd runt hij in Nieuwrode een akkerbouwbedrijfje van 22 hectare. Als boer in bijberoep beschikt Vermaelen niet over het meest moderne spuittoestel, maar dat ervaart hij niet als een beletsel. “Tien jaar geleden al schafte ik mij 75 procent driftreducerende spuitdoppen aan en ik gebruik ze altijd. Ondertussen moet iedereen doppen met minimaal 50 procent driftreductie gebruiken. Dankzij de driftbeperking veroorzaak ik nooit schade aan de teelt van de buurman.”

Op de foto bovenaan dit artikel staat niet Jan Vermaelen, maar een Waalse akkerbouwer die zijn gezicht leent voor de campagne. Jean-Pierre Van Puymbrouck uit Tourinnes-Saint-Lambert investeerde op zijn bedrijf in een speciaal daarvoor ingerichte vul- en spoelplaats. Sindsdien wordt het spoel- en restwater opgevangen in een buffertank. Het afvalwater wordt daarna in een volledig gesloten systeem verwerkt met een zogenaamde Phytobac. De micro-organismen in het substraat in de bak breken de restanten van gewasbeschermingsmiddelen af en het water verdampt onder invloed van zon en wind. Van Puymbrouck deed de investering om niet zelf verantwoordelijk te zijn voor de restanten die in het oppervlaktewater teruggevonden worden. Hij wil niet dat gewasbeschermingsmiddelen blijven verdwijnen aan het huidige tempo. “Het is echt puzzelen om een gepast spuitschema op te stellen met de nog beschikbare producten. Vooral met de onkruidbestrijding komen we in de problemen”, getuigt de akkerbouwer.

Een goedkopere manier om puntvervuiling te voorkomen, is de tractor niet op een verharde ondergrond parkeren bij het vullen. Vermaelen: “Ik gebruik nu een klein grasveld naast de loods. Eventueel gemorst product loopt zo niet weg in de beek. Het kostte mij slechts 10 meter extra vuldarm, het milieu wordt gespaard en ik ben in orde met de wetgeving.” Door zijn werk bij Belchim en Phytofar weet Vermaelen dat duurzaam gebruik een kwestie is van blijven sensibiliseren. Hij toont een brochure uit 1978 over het respecteren van bufferzones met de boodschap: “Spuit de gracht niet mee.” Veertig jaar later is dat nog altijd actueel. Is er in al die tijd dan niets veranderd? “Gelukkig wel”, drukt Jan Vermaelen op het hart. “In de jaren ’70 luidde het officiële advies dat je de lege verpakkingen van sproeistoffen minstens 50 centimeter diep in de grond moest begraven. Dankzij AgriRecover is er nu een georganiseerde ophaling van de lege verpakkingen.”

Ondanks de decennialange sensibilisering worden nog steeds resten van gewasbeschermingsmiddelen teruggevonden. Lukt het de landbouwsector niet om daar verandering in te brengen, dan zullen er steeds strengere gebruiksbeperkingen opgelegd worden en blijven er op den duur geen effectieve gewasbeschermingsmiddelen meer over. Twee druppels van een gewasbeschermingsmiddel kunnen een waterloop kilometerslang verontreinigen. Met de Fyteauscan tracht Phytofar te voorkomen dat die twee druppels in het oppervlaktewater terechtkomen. Deze webtool naar Nederlands model ontwikkelde de gewasbeschermingsmiddelenindustrie met de hulp van het West-Vlaamse praktijkcentrum Inagro.

De Fyteauscan is een digitale checklist die landbouwers verbeterpunten in de eigen bedrijfsvoering doet ontdekken. “Er is geen controle-instantie die zich daarmee zal moeien want de website is onze eigendom”, maakt Vermaelen duidelijk dat de tool sensibiliserend en niet controlerend werkt. Hij vermeldt de Fyteauscan steevast tijdens wintervergaderingen met landbouwers. Meer dan 500 keer is de scan in 2018 uitgevoerd. “Voor de periode 2019-2020 mikken we op 2.000 scans. Idealiter zet een landbouwer zich samen met de adviseur van de fytodistributeur aan de pc. Zo kunnen ze meteen in discussie gaan over eventuele aanpassingen aan de bedrijfsvoering.”

Jan Vermaelen besluit namens de werkgroep Duurzaam gebruik van Phytofar: “Het behoud van gewasbeschermingsmiddelen is belangrijk voor de landbouwer die een inkomen verwerft met plantaardige productie, voor de voedingsindustrie die een kwalitatieve grondstof wil en voor de consument die voedselzekerheid als een evidentie beschouwt. Elke landbouwer kan, nee moet zelfs, zijn steentje bijdragen aan een duurzaam gebruik. Met kleine ingrepen kan elk landbouwbedrijf aan de wetgeving voldoen.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Phytofar

Volg VILT ook via