nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.07.2016 "Landbouwers zijn onzeker over hun toekomst"

Dat de vertrouwensindex van Crelan op stormweer wijst in de hoofden van heel wat land- en tuinbouwers heeft te maken met de onzekerheid waarmee de sector geconfronteerd wordt. De reglementering verandert vaker dan hen lief is, ze zijn de speelbal van geopolitieke strubbelingen en een slabakkende economie en moeten daarbij nog eens afrekenen met een extreem volatiele markt die als door een wesp gestoken reageert op overproductie. “Landbouwers zijn met andere woorden bevreesd voor hun toekomst”, aldus Luc Versele, CEO van Crelan, die zich verder ook zorgen maakt over de uitstaande schuld van landbouwers bij hun toeleveranciers.

“2015 was een moeilijk jaar”, zo trapt Crelan-CEO Luc Versele een open deur in bij de voorstelling van de weinig opbeurende resultaten van de laatste vertrouwensindex. Daaruit blijkt dat het vertrouwen in de sector en de toekomst daarvan tot op het laagste punt in 10 jaar is gezakt, vooral dan bij varkens- en melkveehouders. “Landbouwers zijn fundamenteel onzeker door een hele reeks factoren: veranderende reglementering, geopolitiek, economische conjunctuur, marktvolatiliteit, enzovoort. Ze zijn bezorgd om hun toekomst.”

“Wat Crelan betreft, wil ik duidelijk zijn: wij steunen als bank de sector en zullen dat blijven doen”, is Versele duidelijk. “Het stemt ons dan ook hoopvol dat er bij de jongere bedrijfsleiders toch nog iets meer vertrouwen merkbaar is. We moeten er alles aan doen om dat vertrouwen niet te beschamen. Wij helpen de sector in de eerste plaats natuurlijk met financiële zaken en het verlenen van kredieten, maar ook met advies. Crelan heeft enorm veel expertise in huis als het over land- en tuinbouw gaat.”

Maakt de malaise in de sector het moeilijker om als boer aan een krediet te geraken bij Crelan? “Aan de kredietvoorwaarden hebben we vooralsnog niets gewijzigd,” aldus Vincent Van Zande, market manager landbouw. “Wel is het zo dat we meer dan ooit het belang van een goed business plan onderstrepen. Vroeger hadden heel wat landbouwers geen business plan, vandaag zien we dat daar meer en meer over wordt nagedacht en dat vinden we heel erg belangrijk. Een ondernemer moet inzicht krijgen in het financieel management van zijn bedrijf. En het is goed om te zien dat het cash management daardoor fel is verbeterd.”

“Bij de bedrijven die met tekorten kampen stellen we vast dat het vooral om liquiditeitsproblemen gaat”, gaat Versele verder. “Als bank moeten we provisies aanleggen als er betalingsproblemen zijn die langer dan 30 dagen aanslepen. We merken dat er moeilijkheden zijn, maar het aantal provisies dat we hebben moeten aanleggen, valt voorlopig nog behoorlijk mee. We merken dat er minder wordt geïnvesteerd: tijdens de eerste jaarhelft zo’n 5 procent minder dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. Anderzijds blijft het totale investeringsbedrag voor de sector ongeveer gelijk. Er zijn dus iets minder boeren die investeren, maar diegene die het wel doen, ontlenen meer geld.”

Al bij al vooralsnog geen grote verschuivingen merkbaar dus? “Op papier niet, maar er is een onzichtbare factor waar we helemaal geen zicht op hebben”, aldus Versele, “en dat is de uitstaande schuld ten opzichte van de toelevering. Ik vrees dat we daar te maken hebben met een sterk gegroeide schuldenberg. Als een landbouwer financiële problemen heeft, dan stapt hij daarmee eerder naar zijn leverancier(s) dan naar zijn bank. Dat is eigenlijk best eigenaardig, want hij moet er leningen onderhandelen aan voorwaarden die een pak moeilijker zijn.”

“Als landbouwbank kennen we de cyclische bewegingen van de markt: een beter jaar wordt gevolgd door een minder jaar en vice versa”, zo zegt Versele. “Die cyclische bewegingen zijn nu toch al even weg en dus geraken de reserves uitgeput. Daar moeten we ons op langere termijn vragen bij stellen. We zijn een bank en streven dus naar een positief eindresultaat. Dat wil zeggen dat we van onze klanten verwachten dat ze kredietwaardig zijn. We hebben ons steeds soepel opgesteld, precies omdat we de sector kennen. Maar die is niet langer voorspelbaar.”

“Daarom is het essentieel dat we een duidelijk beeld hebben van de zaakvoerder”, besluit Versele. Er bestaat niet zoiets als een goede en een slechte sector. Wat wel bestaat is een goede en een slechte bedrijfsleider. Ondanks de moeilijke marktsituatie zijn er nog steeds varkenshouders die het heel goed doen. Hen moeten we zeker blijven ondersteunen. De lijdensweg van zij die al enkele jaren in slechte papieren zitten, moeten we daarentegen niet nog eens met 5 à 10 jaar gaan verlengen.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via