nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Wat is een landbouwpark?
18.12.2018  Landbouwpark, voedselpark ... nieuwe perspectieven voor landbouw en stad

Steeds vaker duiken de termen landbouwpark of voedselpark op in discussies over de toekomst van de landbouw. Maar wat houden die termen juist in? Van alles, zo blijkt. Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) bracht samen met Universiteit Gent 40 parken in kaart en concludeert dat alleen al in Europa de diversiteit groot is. Toch zijn er drie gemeenschappelijke kenmerken. “Behoud van ruimte om te boeren in verstedelijkt gebied staat voorop. Tegelijk vervult zo’n park andere maatschappelijke functies, zoals zorg, educatie, recreatie, enz. En het initiatief komt altijd van plaatselijke boeren en lokale beleidsmensen die hun koppen samen steken.” ILVO-experte Elke Vanempten legt uit.

“Er is geen eenduidige definitie voor het concept landbouw- of voedselparken”, steekt Vanempten van wal. “In de praktijk bestaan diverse interpretaties en vormen naast elkaar. Het concept wordt het meest in een (rand)stedelijke context gebruikt, maar landbouwparken kunnen zowel stedelijk als landelijk gelegen zijn. Behalve grondgebonden kunnen ze ook niet-grondgebonden landbouwfuncties herbergen. In het buitenland zien we voorbeelden van zowel grootschalige als kleinschalige parken opduiken. Tot slot zijn landbouwparken qua eigendomsstructuur soms privaat, soms publiek, en soms een mengvorm.”

ILVO nam samen met Universiteit Gent en in opdracht van het Departement Omgeving een selectie van 40 bestaande landbouwparken in Europa onder de loep. Buiten de scope van dit onderzoek vielen de zogenaamde agrobusinessparken: private, hoogtechnologische, industriële agrovoedingsclusters waarover enkele jaren geleden veel te doen was. Elke Vanempten: “We focusten specifiek op multifunctionele voedsel- of landbouwparken in de (semi-)publieke ruimte die expliciet tot doel hebben de open ruimte te beschermen en de voedselproducerende rol ervan te behouden.”

Dat laatste blijkt een eerste belangrijke driver voor de creatie van een landbouwpark: “Het is een creatieve manier om de agrarische open ruimte te beschermen waar hij onder druk staat en beroepslandbouw als belangrijkste beheerder van die open ruimte in verstedelijkt gebied nieuwe perspectieven te bieden. Het betrekken van de stedeling of het verduidelijken dat landbouwproductie ook stedelijke noden vervult – zoals toegang tot voedsel maar ook ruimte voor biodiversiteit, zorg, ontspanning, sociaal contact en andere – maken deel uit van de strategie.”

landbouwpark.burger.imago.groenbedekker_ElkeVanemptenILVO.geVILT.jpg

Behoud van open ruimte of netto verlies voor de landbouwfunctie?
De landbouw- of voedselparken die in het onderzoek zijn beschreven hebben meestal een duidelijke fysieke begrenzing en identiteit. Vaak werden inrichtingswerken verricht, zoals de aanleg van (fiets)wegen, uitkijkposten of bomengordels. De parken krijgen hierdoor het etiket van (semi-)publieke ruimte waar ook stedelingen en omwonenden gebruik van maken. Toch blijkt net dat statuut een bescherming te vormen voor de bestaande landbouwactiviteiten.

De meeste gebieden kwamen namelijk vaak in het vizier om te worden aangesneden voor extra bewoning, industrie, openbare (harde) infrastructuur, enz. Maar door de landbouwzone te labelen als multifunctioneel landbouwpark werd de open ruimte juist een waarde die de planners en stedelingen wilden vrijwaren. De nabijgelegen stad, het dorp of de woonwijk hadden er (ook) bij te winnen dat het park bleef bestaan.

Elke Vanempten: “Los van het feit dat iedereen nood heeft aan open ruimte in zijn omgeving wordt aan een landbouwpark immers steeds een ecologisch, educatief, sociaal en/of recreatief aspect gekoppeld. Landbouw levert van oudsher belangrijke maatschappelijke diensten, maar voor de buitenwereld is dat niet altijd zichtbaar. In een landbouwpark is dat heel nadrukkelijk wél het geval. Door de nabijheid van landbouw en het publieke karakter van zo’n park wordt de kloof tussen consument en producent voor een stuk gedicht. Landbouwparken zijn dan vooral een kader waarin de landbouwer ondersteund wordt in de duurzame uitbouw van zijn activiteiten en de stedeling opnieuw aansluiting kan vinden bij de productie van zijn voedsel.”


Barcelona, Southhampton, Firenze, Keulen: verschillende vormen en maten
Het multifunctionele karakter dat alle onderzochte landbouwparken gemeen hebben, wordt van plek tot plek verschillend ingevuld. “Daarom zijn landbouwparken ook zo divers”, vertelt Elke Vanempten. Vijf voorbeelden:

 1. Het landbouwpark van Barcelona is 3.000 hectare groot en wordt bewerkt door 500 (!) tuinders en fruittelers die hun producten vooral in de stad afzetten. Maar behalve een groot productiegebied voor lokale groenten en fruit – Baix Llobregat is één van de meest landbouwproductieve en vruchtbare regio’s in Catalonië – is het park ook onderdeel geworden van een recreatief, groen netwerk van parken in de stedelijke regio. Het bestaat vandaag uit een lappendeken van akkers, boomgaarden en natuurgebieden aan de oevers van de Llobregat rivier.

landbouwpark.Spanje_ILVO.geVILT.jpg

    2. In het Engelse Southhampton is het 30.000 hectare grote ‘New Forest National park’ een landbouwpark en tegelijk een natuurreservaat. Het gebied met zijn fauna en flora is sterk beschermd, het is wat men noemt ‘commons’-eigendom (een soort gemeenschapsbezit). De labeling tot landbouwpark betekende voornamelijk dat de reeds bestaande, sterke verweving van natuur en landbouw (begrazing) wordt benadrukt in een gemeenschappelijk communicatie- en marketingplan met sterke portaalwebsite én herkomstlabel voor de landbouwproducten uit het park (‘New Forest Marque’). De betrokken boeren voeren natuurbeheertaken uit en krijgen in ruil een meerprijs voor hun producten op de lokale markt. Verder worden ze ondersteund met specifiek advies rond beheersmaatregelen en subsidieaanvragen.

landbouwpark.VerenigdKoninkrijk.GrootBrittannie_ILVO.geVILT.jpg

    3. In het landbouwpark van Firenze (9.000 ha) wordt voedselproductie vooral gecombineerd met hoevetoerisme. Het park is afgebakend rond de overstromingsgevoelige Arno rivier, waardoor ook waterbeheer en -buffering belangrijke functies zijn. Landbouwers monitoren en beheren er actief de rivierkwaliteit en er wordt sterk ingezet op onderzoek naar natte teelten die het overstromingsgevaar voor de stad kunnen beperken.

landbouwpark.overstroming.wateroverlast.Italie_ILVO.geVILT.jpg

     4. In de achtertuin van Keulen ligt een landbouwpark van 300 hectare. De landbouw die de boeren daar bedreven en nog steeds bedrijven is akkerbouw voor de wereldmarkt. Van kleinschalige korteketenverkoop is er niet of nauwelijks sprake. “Het landschapspark Belvedère in Keulen is het meest landbouw-intensieve park dat we onderzocht hebben. Het begrip ‘stadsgericht’ en ‘multifunctioneel’ wordt daar louter ingevuld door recreatieve wandel- en fietspaden in de beboste rand van het gebied, educatieve uitkijktorens op de hoeken van de akkers en weidse vergezichten”, stelt Elke Vanempten. Het gebied zelf is vrij letterlijk gered van bebouwing door het statuut van landbouwpark. Projectontwikkelaars hadden er graag een complex gebouwd met televisiestudio en -hangars voor filmopnames, evenals een nieuwe woonwijk.

landbouwpark.Duitsland.buur.klacht.gewasbescherming.spuiten.burger_AxelTimpe.geVILT.jpg

    5. In Oostende wordt geëxperimenteerd met het concept en zijn intussen werken aan de gang om een relatief kleinschalig landbouwpark te ontwikkelen als onderdeel van de groene gordel rond de stad. Er is al een naam gekozen: Tuinen van Stene, genoemd naar het (fusie)dorp Stene. In het park zijn zeven landbouwers actief: melkveehouders, akkerbouwers, een schapenhouder en een CSA-boer. Inrichtingswerken moeten het gebied beter toegankelijk maken voor fietsers en wandelaars en het waterbergend vermogen verhogen. Verder wordt een pergola of buitenklas geïnstalleerd voor een nabijgelegen school en krijgen twee oude hoeves op het domein een herbestemming als cohousing en deelwoning voor senioren.

landbouwpark.Oostende.stadslandbouw.Vlaanderen_TimVandeVelde.jpg
 

Gezamenlijk initiatief van lokale landbouwers en beleidsactoren
Deze vijf parken worden dus allemaal beschouwd als een landbouwpark, maar ze verschillen onderling erg in grootte, type landbouwuitvoering en maatschappelijke functies. Welke vorm zo’n park aanneemt, is dan ook sterk afhankelijk van de lokale situatie. Dat breng ons bij het derde kenmerk dat de meeste landbouwparken gemeen hebben: ze ontstaan uit gezamenlijk initiatief van lokale boeren en lokale beleidsactoren. Die betrokkenheid van beide groepen is cruciaal.

In Oostende bijvoorbeeld werden alle landbouwers die actief zijn in het gebied – niet alleen de eigenaars – van bij het begin betrokken bij het ontwerpproces. Samen met de stad, een multidisciplinair ontwerpteam aangestuurd door het Team Vlaams Bouwmeester en ILVO werkten zij drie jaar aan de inrichtingsplannen. Elke Vanempten: “Die betrokkenheid is erg belangrijk en moet eigenlijk permanent blijven, want landschappen evolueren, net als steden en de boerderijen eromheen. Idealiter wordt zelfs een permanente ‘voedselregisseur’ aangesteld, iemand die de betrokkenheid van de landbouwers bewaakt en voorkomt dat het park niet louter een landschapspark wordt maar effectief een voedselpark met meerwaarde voor iedereen.”


Het perspectief van de stedeling: win-win voor landbouw, buurt én bestuur
De meerwaarde is duidelijk voor landbouwers, stedelingen en buurtbewoner, maar ook voor een lokaal bestuur is het concept landbouwparken interessant. Beleidsmakers worstelen immers met de vraag hoe ze de uitdagingen waarmee landbouw en maatschappij geconfronteerd worden, slim en gecombineerd kunnen aanpakken. Denk aan hoge grondprijzen, lage voedselprijzen, vergrijzing van de landbouwbevolking, de klimaatverandering met al zijn gevolgen,…

Vandaag wordt de oplossing veelal gezocht in stadslandbouw, korte keten en CSA (community supported agriculture). Maar tussen dat en de huidige realiteit gaapt een grote kloof. Wat met gangbare landbouw? En hoe schaal je stadslandbouw op, want die opschaling is nodig om echt een rol te kunnen spelen in het voedselvraagstuk én om effectief functionerende landschappen te creëren. Een landbouwpark blijkt een interessant ruimtelijk concept te zijn om die leemte op te vullen.

Elke Vanempten besluit namens ILVO: “Als innovatieve alliantie rond voedsel weet een landbouwpark zowel landbouwers als stedelingen en bestuur samen te brengen op een concrete, fysieke locatie. In verstedelijkt Vlaanderen is de vraag naar ruimte voor allerlei functies bijzonder groot. Grond is vaak overbevraagd en overbezet. In die context bieden landbouwparken een mogelijkheid om functies te combineren. Daarbij zijn niet alleen de fysieke ingrepen in het landschap maar ook de sociale en mentale omslagen bij de betrokkenen belangrijk. Het installeren van het idee van een gebied als landbouwpark in het collectief geheugen is niet voor niets een van de kritische succesfactoren.”

Bron: |

Beeld: Axel Timpe / Tim Van de Velde / Elke Vanempten (ILVO)

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via