nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

26.10.2018 Landbouwrampenfonds vergoedt droogteschade gedeeltelijk

De Vlaamse regering erkent de extreem droge zomer als landbouwramp. Het KMI had zich al uitgesproken over het uitzonderlijk karakter, en aan de financiële voorwaarden blijkt nu ook voldaan. De erkenning geldt voor het ganse Vlaamse grondgebied en voor alle vaak voorkomende teelten, inclusief de meerjarige gewassen uit de fruit- en sierteelt. In de begroting voor 2019 en 2020 trekt de regering tweemaal 27,5 miljoen euro uit voor de schadevergoedingen. De landbouworganisaties reageren tevreden vanwege de erkenning, maar hebben ook zorgen. Het Algemeen Boerensyndicaat maakt duidelijk dat de tussenkomst van de overheid boeren helpt om 2018 door te komen, maar hun jaar financieel niet redt. Dat het wellicht de laatste keer wordt dat het Landbouwrampenfonds teeltschade vergoedt, verontrust Boerenbond omdat de weersverzekering er nog niet is.

Op voorstel van minister Joke Schauvliege heeft de Vlaamse regering de gortdroge zomer erkend als landbouwramp. Het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) heeft op basis van de neerslagwaarden tussen 2 juni en 6 augustus 2018 geconcludeerd dat de waargenomen neerslag in heel Vlaanderen uitzonderlijk was. In alle 308 Vlaamse gemeenten werd de terugkeerperiode van 20 jaar bereikt of overtroffen. Daarom wordt het hele Vlaamse grondgebied tot het schadegebied gerekend.

Niemand twijfelde eraan dat ook de financiële voorwaarden vervuld zouden zijn, namelijk 1,24 miljoen euro schade op het ganse grondgebied en een gemiddelde schade per dossier of landbouwbedrijf van 5.580 euro. Op de officiële bevestiging was het wachten tot de ministerraad van vrijdag, waarna ’s middags het nieuws volgde dat de droogte erkend werd als landbouwramp. Mogelijk is dat meteen ook de laatste keer dat het Landbouwrampenfonds boeren en tuinders te hulp schiet. Van een afschaffing is geen sprake, maar het nieuwe programmadecreet holt het rampenfonds helemaal uit door teeltschade uit te sluiten.

Als het van de Vlaamse regering afhangt, dan komt het rampenfonds alleen nog tussen in ongewone schadesituaties zoals een koe die neergebliksemd wordt in de weide. Een mislukte oogst door bijvoorbeeld droogte (2018 & 2017), wateroverlast (2017) of een storm (2011 & 2014) worden uitgesloten in het nieuwe programmadecreet. Die uitsluiting ligt onder vuur vanwege de gehanteerde procedure – een programmadecreet zorgt normaal niet voor grote inhoudelijke koerswijzigingen – en de goede bedoelingen die anders dreigen uit te draaien. Iedereen wil een weersverzekering, maar de landbouworganisaties vrezen dat de private verzekeringssector niet op de proppen komt met verzekeringsproducten als de overheid zich plotsklaps volledig terugtrekt. Zij vragen om de bestaande regeling niet te schrappen op 1 september 2019 zonder dat de nieuwe regeling is uitgewerkt.

Die bezorgdheid lees je in de reactie van Boerenbond. “De erkenning van de droogte als landbouwramp is een erkenning dat de land- en tuinbouw een economische sector is waarin de productieomstandigheden niet volledig controleerbaar zijn”, zegt voorzitter Sonja De Becker. “We zijn er ons van bewust dat de huidige regeling van het Landbouwrampenfonds niet houdbaar is. De sector moet evolueren naar een gelaagd systeem, waarbij de indekking van weersrisico’s ook mee via private verzekeringen gebeurt. Maar ook in dergelijk systeem moet de Vlaamse overheid een rol blijven spelen. Een substantiële premiesubsidie is absoluut noodzakelijk om dergelijke weersverzekering betaalbaar te maken. Daarnaast moet ook het rampenfonds zelf blijvend een rol spelen voor de dekking van hoge schadepercentages (het zogenaamd catastrofisch risico waarbij meer dan de helft van de oogst verloren gaat) én voor tussenkomsten bij onverzekerbare risico’s en teelten.”

Het Algemeen Boerensyndicaat deelt die bezorgdheid, zoals mag blijken uit het advies van de strategische landbouwadviesraad (SALV) waarvan hun voorzitter Hendrik Vandamme ook de voorzitter is. “Behoud het Landbouwrampenfonds”, kopte de SALV in zijn e-nieuwsbrief, waarbij de onderliggende boodschap was dat er in de toekomst inderdaad een private weersverzekering moet komen en de overheid daarom een andere invulling moet geven aan het rampenfonds (bv. focus op de risico’s die niet verzekerbaar zijn op de private markt, zoals een veel kleinere grasoogst). Overbodig wordt het Landbouwrampenfonds ook in de toekomst niet zodat de landbouworganisaties zich grote zorgen maken over de ontmanteling ervan op 1 september 2019.

Naar aanleiding van de erkenning van de droogte als landbouwramp vindt het Algemeen Boerensyndicaat het ook belangrijk om iedereen duidelijk te maken dat dit geen reden tot feest is in de sector. “Het is goed dat er een Landbouwrampenfonds is en dat de overheid tussenkomt in de grote schade die landbouwers leden door de droogte, maar vergis je niet, meer dan een doekje voor het bloeden is de schadevergoeding niet”, zegt ABS-beleidsmedewerker Mark Wulfrancke. Hij verklaart zich nader: “Zelfs wanneer de oogst volledig verloren gaat, vergoedt het Landbouwrampenfonds maximaal 80 procent van de schade. Vorige rampen hebben ons geleerd dat de meeste landbouwers maar de helft van de aantoonbare schade kunnen claimen. Enkel wie een weersverzekering heeft, ontsnapt aan die halvering. In de praktijk zijn dat enkel de fruittelers en de telers van industriegroenten die een hagelverzekering afsloten via hun producentenorganisatie (bv. Ingro).”

Om duidelijk te maken dat een tussenkomst van het Landbouwrampenfonds niet hetzelfde is als de Lotto winnen, rekent Wulfrancke voor: “Op een hectare aardappelen kleeft de Vlaamse overheid de (onderschatte) waarde van 4.900 euro per hectare. Stel, op dat perceel ging in 2017 de helft van de opbrengst verloren door de droogte die erkend werd als landbouwramp. Wel, dan heeft de akkerbouwer in kwestie maar recht op 80 procent van de geleden schade. In plaats van 1.560 euro ontvangt hij slechts 780 euro wegens het niet hebben van een weersverzekering.” Een blik op de rekentool die het Boerensyndicaat hanteert om de kostprijs van aardappelen te becijferen, leert dat daarmee alleen de kosten van gewasbescherming gedekt zijn. Blijven over de onbetaalde facturen voor pootgoed en loonwerk, de afschrijvingen voor eigen mechanisatie en voor de bewaarschuur, om nog maar te zwijgen van de 1.500 euro seizoenpacht. Aan een vergoeding voor eigen arbeid hoeft een akkerbouwer die een perceel moet afschrijven door een teeltmislukking al helemaal niet te denken. “Reken een boer dus niet rijk door de tussenkomst van het Landbouwrampenfonds”, besluit Mark Wulfrancke.

Tot slot vraagt hij zich af wanneer het Landbouwrampenfonds zal overgaan tot de uitbetaling van de schadevergoedingen. Minister Schauvliege zegt dat ze haar diensten prioriteit laat geven aan de afhandeling van de schadedossiers. Zelf houdt Wulfrancke rekening met een uitbetaling ten vroegste eind 2019 en mogelijk pas in 2020. In totaal hebben de gemeentebesturen bijna 12.000 schadegevallen gerapporteerd aan het Departement Landbouw en Visserij. Komen in aanmerking voor een schadevergoeding: groenten, akkerbouwgewassen, nijverheidsgewassen, voedergewassen, fruitteelt, sierteelt en boomkweek. De vergoeding voor één bedrijf dat schade leed, kan maximaal 62.400 euro bedragen. In de begrotingen voor 2019 en 2020 wordt telkens 27,5 miljoen euro uitgetrokken voor de uitbetaling.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Aquafin

Volg VILT ook via