nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Voedselveiligheidssysteem beter maken of op de schop nemen?
19.03.2018  Lessen trekken uit Veviba-affaire

Het vertrouwen van consumenten en politici in de controle op de voedselveiligheid wankelt. De fipronilcrisis was een eerste deuk in de anders zo gave reputatie van het Voedselagentschap. Door de recente onthullingen van vleesfraude in een slachthuis roept de oppositie om het ontslag van FAVV-topman Herman Diricks. Niet alleen het functioneren van het agentschap, maar ons hele voedselveiligheidssysteem wordt in vraag gesteld. De nervositeit bij beleidsmakers is zo groot dat de beroepsvereniging van de Belgische mengvoederindustrie een open brief schreef om iedereen duidelijk te maken dat controle op de autocontrole door de operatoren in de voedselketen een bewezen goed systeem is. “Maak het fraudeurs moeilijker door het controlesysteem performanter te maken, maar gooi het kind niet met het badwater weg.” Met hun vraag om de mazen in het net te dichten en controles beter te coördineren, zitten de landbouworganisaties op dezelfde golflengte. Ook bij de federaties van de voedingsindustrie en slachthuizen hoedt men zich voor paniekvoetbal en moddergooien.

Sinds 2005 moeten alle operatoren actief in de voedselketen aan autocontrole doen en zo zijn toeleveranciers, landbouwers, voedingsbedrijven en handelaars de eerste verantwoordelijken voor de voedselveiligheid in ons land. Sectororganisaties schreven autocontrolegidsen om hun leden-bedrijven houvast te bieden. Inmiddels zijn er 34 door het Voedselagentschap goedgekeurde autocontrolegidsen voor evenveel activiteiten, en 23.600 bedrijven (stand van zaken eind 2016, nvdr.) die aan de hand daarvan hun activiteiten op regelmatige basis tegen het licht houden. Autocontrolegidsen zijn er onder meer voor meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, diervoeders, primaire productie, aardappel- en groenteverwerking, zuivelverwerking, slachthuizen, maalderijen, brouwerijen, transport van landbouwgrondstoffen en voedingsmiddelen, groothandel en detailhandel in voeding. Kortom voor bijna gans de keten van grondstof of hulpbron, over primair product tot voedingsmiddel dat in het winkelrek ligt.

Zowel de Europese als de Belgische wetgever leggen de verantwoordelijkheid voor de voedselveiligheid in de eerste plaats bij de bedrijven die in de voedselketen actief zijn. Autocontrole is wettelijk verplicht, maar een bedrijf hoeft dat niet noodzakelijk te laten certificeren op basis van een autocontrolegids. In de praktijk stijgt het aantal operatoren dat zijn autocontrolesysteem laat valideren. Dat gebeurt door een certificeringsinstelling die erkend is door de overheid. Zowel overheid als afnemers sturen operatoren sterk in de richting van gevalideerde autocontrolesystemen. Wie gecertificeerd is, geniet bijvoorbeeld 75 procent korting op de jaarlijkse heffing van het Voedselagentschap. Ook de frequentie waarmee het Voedselagentschap inspecteurs over de bedrijfsvloer stuurt, verlaagt wanneer een certificeringsinstelling reeds heeft vastgesteld dat een operator zijn zaakjes op orde heeft. Afnemers verplichten hun afnemers tot certificatie, of sturen er met zachte dwang op aan zoals de graanhandel die vanaf 2018 minder betaalt voor graan van niet-gecertificeerde telers.

Autocontrole en de bijbehorende certificatie installeert vertrouwen in de keten
De Belgische mengvoederindustrie was in 2005 de eerste om een autocontrolegids voor te leggen aan het Voedselagentschap. Daarom heeft deze gids het nummer G-001. Vrijwel alle andere schakels in de keten zijn gevolgd, en samen met de autocontrolegidsen kwamen er ook lastenboeken met bovenwettelijke eisen. Een voorbeeld om het inzichtelijk te maken: Een veevoederfabriek koopt graan aan bij een Belgische akkerbouwer die het Vegaplan-certificaat kan voorleggen. Vervolgens verkoopt die fabriek mengvoeder aan een zeugenhouder die het lastenboek Codiplan PLUS volgt. Zelf conformeert de veevoederfabrikant zich aan de Feed Chain Alliance (FCA) zodat het FCA-certificaat de kwaliteit van het voeder garandeert. De biggen zijn bestemd voor een vleesvarkensbedrijf dat varkens verkoopt aan 1 van de 12 Certus-erkende slachthuizen. Het vleesvarkensbedrijf beschikt zelf over twee certificaten: Codiplan PLUS en Certus. Daardoor voldoet het varkensvlees zowel aan de bovenwettelijke eisen van een Belgische retailer als van de Duitse kwaliteitstandaard Qualität und Sicherheit (QS).

In het voorbeeld hebben we het over ‘Feed Chain Alliance’, ‘Vegaplan’, ‘Codiplan PLUS’ en Certus in plaats van over de autocontrolegidsen voor de activiteiten in kwestie: G-001 voor diervoederproductie, G-040 voor primaire productie en G-018 voor slachthuizen en uitsnijderijen. Dat komt omdat steeds meer afnemers geen genoegen nemen met de wettelijke eisen maar hogere verwachtingen koesteren. Die verwachtingen worden gecapteerd in kwaliteitsstandaarden, die naast de wettelijke eisen uit de autocontrolegidsen ook bovenwettelijke bepalingen bevatten. Beroepsorganisaties werken mee aan de ontwikkeling en het up-to-date houden van die ‘supergidsen’ om het aantal audits voor hun leden-bedrijven binnen de perken te houden. Het verzekert hun leden van markttoegang en beperkt de kosten die daarmee verbonden zijn.

graan.voedergrondstof.geVILT.jpg

Alleen ingewijden geraken wijs uit de vele autocontrolegidsen en kwaliteitsstandaarden. Wat je er van kan onthouden, is dat het Voedselagentschap niet als enige waakt over de voedselketen. Het toezicht op de lastenboeken voor de verschillende sectoren wordt toevertrouwd aan zogenaamde OCI’s, onafhankelijke certificerings- en keuringsinstellingen. Zij staan in voor de controle op de autocontrole door bedrijven. Een systeem dat werkt want het Voedselagentschap stelt ieder jaar vast dat de eigen inspecteurs minder problemen vaststellen bij bedrijven die over een gevalideerd autocontrolesysteem beschikken. Ter illustratie, in 2016 vonden bijna 5.000 inspecties plaats bij 4.368 producenten van verwerkte voeding. Bij 82 procent van de gecertificeerde ondernemingen had de inspectie een gunstig resultaat (geen pv of waarschuwing), een cijfer dat daalt naar 73 procent voor bedrijven zonder gevalideerd autocontrolesysteem.

Twee jaar geleden klokte het totale aantal inspectiemissies in de voedselketen af op net geen 119.500. De vaststelling van hierboven – dat bedrijven die zich onderwerpen aan regelmatige controles op de autocontrole – een streepje voor hebben, geldt niet alleen voor voedingsverwerkers maar bij uitbreiding voor alle 66.000 gecontroleerde operatoren. Het verschil is zelfs nog groter want één derde van de bedrijven zonder gevalideerd autocontrolesysteem wordt op kleine (waarschuwing) of grotere fouten (proces-verbaal) betrapt, terwijl dat maar bij 11 procent van de gecertificeerde ondernemingen het geval is. Algemeen wijzen de FAVV-inspecties op een hoog niveau van voedselveiligheid in ons land want 87 procent van de gecontroleerde domeinen (o.a. hygiëne, traceerbaarheid, autocontrole, etikettering) was gunstig, en van de bijna 86.000 staalnamen waren er 97 procent in orde. Op het vlak van autocontrole gooit de landbouwsector hoge ogen want van de 23.600 bedrijven met een gevalideerd autocontrolesysteem zijn er 19.000 actief in de landbouw.

Met beperkte mensen en middelen doet Voedselagentschap gerichte controles
Autocontrole door de operatoren in de voedselketen, en de externe controle daarop, laat het Voedselagentschap toe om gerichter te inspecteren. Het inspectiebeleid van het FAVV was altijd al op risicoanalyse gebaseerd. Door de recente besparingen bij het agentschap werd dat nog belangrijker want er dienen keuzes gemaakt te worden. In de periode 2011-2016 is de overheidsdotatie voor het FAVV met maar liefst 18 procent gedaald. Dat had een impact op het aantal inspecties, hoewel dat het laatste is waarop het FAVV wil besparen. Waar tussen 2011 en 2013 het aantal inspectiemissies nog gevoelig steeg (+4%), doet er zich vanaf 2014 een serieuze daling voor: met 6 procent in 2015 en nog eens met 2,5 procent in 2016.

Terwijl de laatste twee regeringen bespaarden op de werking van het Voedselagentschap is het bedrijfsleven via autocontrolegidsen en kwaliteitsstandaarden blijven investeren in de voedselveiligheid. De Belgische mengvoederindustrie, die in 2005 de spits afbeet met een autocontrolegids voor diervoeders, zet de deugdelijkheid van het hele systeem in de verf met een open brief. “Alle operatoren worden met aangekondigde en onaangekondigde audits door onafhankelijke derden gecontroleerd. De honderden auditoren volgen verplichte opleidingen om de productieprocessen beter te begrijpen. Autocontrole werkt want meer dan 70 procent van de voedselalarmen bij het Europese waarschuwingssysteem RASFF is afkomstig van de operatoren. Dagelijks worden duizenden stalen geanalyseerd in toplabo’s. De Europese waakhond van de voedselagentschappen (FVO) looft de samenwerking tussen overheid en privésector en het op risico gebaseerde voedselveiligheidssysteem in ons land.”

Wie hardleers is, moet hard aangepakt worden

Besluiten doet de open brief met: “De fraudeurs moeten er uit. Ze verbrodden het controlesysteem dat met zoveel toewijding is opgezet door de bonafide bedrijven. Uiteraard moeten we lessen uit de recente incidenten trekken, maar laat ons vooral het kind niet met het badwater weggooien. Integendeel, laat ons allen intensief samenwerken aan het nog performanter maken van onze voedselveiligheid.” De schokgolf die de Veviba-affaire door de Belgische politiek jaagt, doet de voorvechters van autocontrole vrezen dat een performant systeem in vraag wordt gesteld. “Iets wat je na elke crisis ziet gebeuren, net zoals iedereen de schuld dan geeft aan een ander”, zegt Yvan Dejaegher, directeur-generaal van de Belgian Feed Association (BFA).

Dejaegher verwoordt naar eigen zeggen een breed gedeelde bezorgdheid. “Laat ons voortwerken aan een systeem waar men ons in het buitenland om benijdt. Denk je dat de voedselveiligheid beter geborgd is in Duitsland, waar de deelstaten er verantwoordelijk voor zijn? Geen enkel autocontrolesysteem is opgewassen tegen fraude, maar autocontrole laat de overheid wel toe om de slechte leerlingen in het vizier te nemen. Natuurlijk zijn er verbeterpunten zodat we kritisch maar ook constructief moeten zijn, en dat doe je niet door na een crisis het hele systeem op de schop te nemen.”

varkensslachthuis.geVILT.jpg

Naast elke operator in de voedselketen een ambtenaar plaatsen, is volgens Dejaegher niet de goede manier om fraude te voorkomen. Een betere manier is alle actoren scherp houden voor wat er kan mislopen. “Periodiek vinden aangekondigde controles plaats, maar de auditeur of inspecteur van het FAVV moet ook onverwachts voor de deur staan. Routineuze controles zijn te vermijden, beter kan je zoals in de mengvoederindustrie regelmatig het accent verleggen. Transport en aankoop van grondstoffen zijn twee aspecten die wij het voorbije jaar onder de loep hebben genomen. Het is de opdracht van de beheerder van kwaliteitssystemen om certificeringsinstellingen en operatoren scherp te houden.”

Fraude is altijd ingegeven door geldgewin en het is van alle tijden en alle sectoren. Alleen ligt de Belg veel minder wakker van fiscale en sociale fraude, dan van gesjoemel met het eten op zijn bord. De imagoschade is enorm, in binnen- maar ook in buitenland. Het enige wat je nu volgens Dejaegher kan doen, is leren uit wat er gebeurd is. “Na de fipronilcrisis zijn we op zoek gegaan naar mogelijke hiaten in de kwaliteitsbewaking. Dat moet opnieuw gebeuren, in plaats van alle bedrijven uit één sector (de slachthuizen, nvdr.) een veeg uit de pan te geven en het Voedselagentschap als schuldige aanwijzen. Ik hou mijn hart vast voor de verborgen agenda’s die meespelen, zoals het regionaliseren van onze voedselveiligheid of het Voedselagentschap onder de voogdij brengen van de minister van Volksgezondheid.”

Justitie en Voedselagentschap zitten duidelijk niet op dezelfde golflengte
Vraagtekens plaatst de BFA-topman ook bij de communicatie van het Voedselagentschap en de werking van het gerecht. En hij is lang niet de enige. Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, is zonder meer teleurgesteld in justitie. En hij laakt het gebrek aan coördinatie tussen de overheidsdiensten. “Praktijken zoals bij Veviba moeten sneller aan het licht komen. Er is een duidelijk gebrek aan coördinatie en communicatie, en met een lopend gerechtelijk onderzoek moet anders omgegaan kunnen worden indien de voedselveiligheid in het gedrang is.” Die vaststelling doet ook Chris Moris namens de voedingsindustrie. Ten tijde van de dioxinecrisis stond Moris net aan het hoofd van sectorfederatie FEVIA. Hij beseft dus als geen ander dat een crisis de dingen in beweging kan zetten. “Belangrijk is om nu niet met modder te gooien, maar het onderzoek naar Veviba en de doorlichting van het FAVV af te wachten en daaruit lessen te trekken.” Het is Moris wel al duidelijk dat een gerechtelijk onderzoek de communicatie van het Voedselagentschap vertroebelt. “Ten tijde van de fipronilcrisis hebben we dat ook gezien.”

fipronil.ei_LucMaertensiovPluimvee.jpg

Parlementsleden waren zo ontzet over wat er gebeurd is in het slachthuis van Bastenaken dat FAVV-topman Herman Diricks hen er in de Kamercommissie Volksgezondheid niet van kon overtuigen dat het voedselveiligheidssysteem werkt. Autocontrole als principe is nochtans heel belangrijk, vindt Chris Moris, “al moeten we nu wel bekijken of de controle op de autocontrole goed functioneert.” De voedingsindustrie is net zomin als de andere schakels in de keten vragende partij voor meer controles, wél voor betere controles. Beter wil in deze zeggen nog meer gericht op de bedrijven waarvan vermoed wordt dat er wat fout loopt, en wil ook zeggen onderling afgestemd tussen de verschillende bevoegde diensten. FEVIA en de andere beroepsorganisaties zijn als de dood voor de imagoschade die nu veroorzaakt is, maar meer regeltjes en controles zou een hele sector doen boeten voor de fouten van één fraudeur. “Het beste wat deze crisis ons kan brengen, is een grondige bezinning die leidt tot het verbeteren van een voedselveiligheidssysteem dat in wezen goed functioneert. Als we nu paniekvoetbal spelen, dan schieten we onszelf in de voet.”

“In dit dossier is het soms moeilijk om feit van fictie te onderscheiden. De politieke inmenging is ook bijzonder groot”, zegt Michael Gore, die in moeilijke tijden de belangen van de slachthuizen moet verdedigen. Er wordt met scherp op zijn sector geschoten, maar ook op het Voedselagentschap als boodschapper van het slechte nieuws en dat verontrust de bestuurder van FEBEV. “De slachthuizen beseffen heel goed dat ze het agentschap nodig hebben. Laat ons samen bekijken welke lessen we kunnen trekken en hoe bepaalde zaken anders georganiseerd kunnen worden. Waarom in Bastenaken door het FAVV problemen zijn ontdekt die aan de aandacht van de certificeringsinstelling ontsnapten, is een denkoefening die het Voedselagentschap en wij als sector moeten maken. Mij interesseert bijvoorbeeld hoe zo’n audit door een OCI gebeurt. Is die inderdaad eerder administratief, zoals de media suggereren, dan moeten we naar een systeem waarbij er veel meer steekproeven in de koelcellen en vrieshuizen gebeuren om de stock te verifiëren.”

Laat ons samen bekijken welke lessen we kunnen trekken uit het Veviba-dossier

Zelf heeft Gore geen toegang tot het gerechtelijk dossier zodat hij veel via de pers moet vernemen. “Het onderzoek zal inzicht moeten verschaffen in de juiste proportie van de fraude. Hoewel we het als een geïsoleerde case zien, gaan we als sector wel proactief aan de slag met alle bevindingen. Reeds op 11 maart maakten we verbetervoorstellen over aan minister Denis Ducarme”, benadrukt Gore de snelheid waarmee geschakeld wordt. “Essentieel voor FEBEV is dat er gesleuteld wordt aan de gedragscode binnen het Ketenoverleg zodat voor bedrijven duidelijker is dat nultolerantie geldt voor een aantal zaken. Fraude is bij uitstek een oneerlijke handelspraktijk zodat we de ganse keten moeten responsabiliseren. Als keten of als land hebben we ook nood aan een crisisplan voor voedselschandalen, bijvoorbeeld voor het aflijnen van de communicatie zodat die zich tot de feiten zou beperken.”

De landbouworganisaties zitten door het voorval kort op de huid van de slachthuizensector zodat Gore hoopt dat het wettelijk kader voor de nieuwe brancheorganisatie rond rundvlees snel rond is. “Met de oprichting van de brancheorganisatie zouden veel verzuchtingen van de primaire sector opgelost worden.” Hij herinnert er aan dat FEBEV volop bezig is met het uitrollen van het interprofessioneel akkoord dat voor meer transparantie moet zorgen in de relatie tussen slachthuizen en veehouders. De boerenverdedigers in Wallonië lijken zich daar weinig van bewust. “Omdat ze geen deel uitmaken van de Interprofessionele Vereniging voor het Belgisch vlees (IVB). De instrumenten die er zijn, worden met andere woorden niet voor de volle 100 procent benut.”

transparantieakkoord.slachthuis.geVILT.jpg

Richting de consument is het na de perikelen met dierenwelzijn in twee slachthuizen terug naar af met het imago van vlees en de vleesindustrie. “Dat is jammer”, betreurt Gore, “want we werkten daaraan maar moeten nu vooral zoeken naar manieren om te voorkomen dat zo’n fraudegeval zich in de toekomst nog voordoet.” Vanwege de moeilijk herstelbare imagoschade voor rundvlees reageerden het Algemeen Boerensyndicaat en Boerenbond erg geprikkeld op de Veviba-affaire. Beide organisaties stelden zich burgerlijke partij, om op de hoogte te blijven van de vorderingen in dit dossier maar ook als signaal dat fraude onaanvaardbaar is.

“Dergelijke praktijken zijn onbegrijpelijk voor onze rundveehouders, die dagelijks met veel zorg en toewijding hun dieren verzorgen en de regels naleven.” Inspanningen die door de fraude in het slachthuis weggeveegd worden, beseft Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker zodat ze het hoog tijd vindt dat de slachthuissector zich bezint. Hendrik Vandamme van ABS vertelt dat veehouders hem bellen om hun onbegrip te uiten over wat gebeurde, maar ook over het feit dat de frauduleuze praktijken anderhalf jaar lang onder de radar konden blijven. Samen met de Waalse collega’s van FWA hebben het Algemeen Boerensyndicaat en Boerenbond voorstellen tot verbetering gedaan. Minister Ducarme verwacht van alle schakels in de keten zo’n voorzet.

De komende dagen zoomen we in op getuigenissen van de hoofdrolspelers. Wordt vervolgd.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / FEBEV / Luc Maertens i.o.v. Pluimvee

Volg VILT ook via