nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.07.2018 Liberalisering suikermarkt treft teler en fabriek zwaar

Het eerste productiejaar na de liberalisering van de Europese suikermarkt is zowel voor de suikerbiettelers als voor de suikerfabrieken op een sisser uitgedraaid. Het Duitse Südzucker, eigenaar van Tiense Suiker, zag zijn bedrijfswinst in het eerste kwartaal van dit jaar halveren. En ook de bietprijs die uitbetaald werd aan de landbouwers ligt ruim 20 procent lager in vergelijking met 2016. “We verwachten niet meteen beterschap”, klinkt het bij de Confederatie van Belgische Bietplanters (CBB). “De productie moet worden ingekrompen, maar geen van de grote suikerfabrikanten wil de eerste zijn om een stap terug te zetten.”

Sinds het afschaffen van het Europese suikerquotum in september vorig jaar ging de productie omhoog. Bovendien werden er afgelopen jaar hoge opbrengsten per hectare gerealiseerd. Ook in de rest van de wereld werd heel veel suiker geproduceerd waardoor er overcapaciteit kwam en de prijzen in elkaar stuikten. In vergelijking met begin vorig jaar is de wereldwijde suikerprijs met 40 procent gedaald tot amper 295 euro per ton in juni van dit jaar. “De suikerfabrieken hebben de boeren ‘pseudovrijwillig’ aangezet tot areaaluitbreiding voor suikerbieten”, verwijt Mathieu Vrancken, ondervoorzitter van CBB, de suikerfabrieken dit overaanbod.

Ook het Verbond van Suikerbietplanters is hard voor de suikerfabrieken, vooral dan voor Tiense Suiker. “De totstandkoming van de definitieve suikerbietprijs voor het teeltseizoen 2017-2018 was verre van een fraai schouwspel. We herinneren ons de zeer moeilijke onderhandelingen van het interprofessioneel akkoord met een prijstabel die elke verbeelding tartte. Tiense Suiker probeerde de planters toen gerust te stellen met rekenvoorbeelden gebaseerd op een suikerprijs van 450 euro per ton. De gewenste verhoging van de suikerbietproductie voor Tiense Suiker van 20 tot 25 procent zou slechts een druppel in de oceaan zijn, zonder negatieve prijsimpact”, zo zegt Eric Van Dijck in Boer & Tuinder. Maar dat draaide helemaal anders uit: het wereldmarktoverschot voor 2017-2018 wordt op tien miljoen ton geraamd.

Er was ook vastgelegd dat de suikerbietprijs door Tiense Suiker in drie keer zou worden uitbetaald: een eerste verschot in december, een tweede in maart en het saldo zou eind november uitbetaald worden, gebaseerd op de gemiddelde verkoopprijs van 12 maanden. “Dat betekent dat de telers bij het opmaken van de teeltplanning voor 2019 nog geen volledig resultaat zouden hebben van hun teelt in 2017”, stelt Van Dijck. Toen de telers aandrongen op een vroegere uitbetaling, werd dit door Tiense Suiker nog afgewezen omdat “de regels tijdens het spel niet veranderd kunnen worden”. “Nu de suikerfabriek eenzijdig heeft beslist om begin juli toch de volledige suikerbietprijs uit te betalen, zijn niet alleen de spelregels gewijzigd, maar werd een heel nieuw spel ingezet want ook aan de prijsbepaling werd gesleuteld”, klinkt het.

De definitief vastgestelde totaalprijs voor de contractbieten geleverd aan Tiense Suiker bedraagt 23,62 euro per ton aan 17 procent suikergehalte, pulpvergoeding inbegrepen. Van hun fabriek ontvingen de telers een communicatie waarin sprake is van een prijs van 26,75 euro per ton, inclusief alle mogelijke premies en aan 18,07 procent suikergehalte. “Irrelevante informatie”, vindt het Verbond van Suikerbietplanters. “Boeren hebben zelden recht op alle uitbetaalde premies, bijvoorbeeld zoals die voor vroege of late levering, en ook meer dan 70 procent van de telers eindigde onder het suikergehalte van 18,07 procent.”

De onderhandelingen voor een interprofessioneel akkoord bij de andere grote suikerfabriek in ons land, ISCAL, liepen veel vlotter. “Het contract is ook veel duidelijker: in functie van de suikerverkoopwaarde, kan de planter de definitieve prijs voor de door hem geleverde bieten berekenen en dus heeft hij voor uitzaai van de volgende oogst een idee van zijn marge”, klinkt het bij CBB. Dat dit contract voordeliger is voor de suikerbietteler blijkt ook uit rendabiliteitsberekeningen van Boerenbond. Tijdens het afgelopen suikerseizoen behaalde Iscal een rendabiliteit van 80 procent van het vijfjaarlijks gemiddelde, terwijl dit voor Tiense Suiker om amper 59 procent gaat.

Nu het Duitse Südzucker, de eigenaar van Tiense Suiker, zijn kwartaalcijfers bekendmaakte, blijkt dat ook de suikerverwerkende industrie het moeilijk heeft in het post-quotumtijdperk. De wereldleider in suikerraffinage heeft een belabberd eerste kwartaal achter de rug. De bedrijfswinst daalde met 49 procent naar 78 miljoen euro. Vorig jaar bedroeg de winst in dezelfde periode nog 153 miljoen euro. De omzet daalde van 1,783 naar 1,741 miljard euro. De grootste klappen vielen er te rapen in de suikerdivisie van de groep. De winst daalde er in het eerste kwartaal met 85 procent tot acht miljoen euro bedrijfswinst. Vorig jaar boekte Südzucker nog 64 miljoen euro winst.

Volgens ondervoorzitter van CBB Mathieu Vrancken streven we af op een ‘survival of the fittest’. “Het gezond zou moeten zegevieren en op termijn moet de productie onvermijdelijk ingekrompen worden. Maar geen van de grote suikerfabrikanten wil de eerste zijn om een stap terug te zetten. Südzucker blijft de sterkste speler op de markt en zal wellicht wachten tot anderen er nog slechter aan toe zijn. Intussen streven de boeren af op drama’s”, zegt Vrancken. Gedelegeerd bestuurder van ISCAL Olivier Lippens roept wel op om aan te sturen op een productievermindering om uit de impasse te geraken. Volgens hem moet die productiebeperking er komen op Europees niveau en met de Europese suikerkoepel CIBE hierin zijn verantwoordelijkheid opnemen.  

Bron: Boer & Tuinder/De Standaard/De Tijd

Volg VILT ook via