nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.05.2019 Lidstaten moeten open kaart spelen over EFSA-richtsnoer

De Europese ombudsman, of beter ombudsvrouw, Emily O’Reilly start nieuwe onderzoeken naar de transparantie van de besluitvorming op het niveau van de Raad. Twee jaar geleden hield ze het wetgevend proces op het niveau van de lidstaten al een keer tegen het licht. Nu gaat ze dat opnieuw doen, onder meer voor de manier waarop de ministers bevoegd voor visserij jaarlijks de visvangstquota vastleggen. Op basis van een klacht van een ngo boog ze zich ook over het gebrek aan openbaarheid omtrent de besluitvorming in het expertencomité bevoegd voor gewasbeschermingsmiddelen. Dat komt maar niet tot een beslissende stemming over de EFSA-richtsnoer voor het beoordelen van gewasbeschermingsmiddelen op hun impact op bijen. Volgens O’Reilly is het het democratisch recht van burgers om de argumenten pro en contra van de lidstaten te kennen.

Bijna 18.000 Europeanen hebben zich vorig jaar tot ombudsvrouw Emily O’ Reilly gericht. Voor het merendeel betrof dat vragen voor informatie of advies. Formele klachten zijn er vorig jaar 2.180 ingediend, wat er 17 procent meer zijn dan in 2017. Op basis daarvan heeft O’ Reilly 482 keer een onderzoek ingesteld. In een beperkt aantal gevallen benut ze zelf haar initiatiefrecht wanneer ze vermoedt dat ze daarmee het algemeen belang dient. Vorig jaar onderzocht ze bijvoorbeeld op eigen houtje de werking van het Europees Geneesmiddelenagentschap. Ook bekeek ze hoe de Europese Commissie omgaat met belangenvermenging wanneer personeel gerekruteerd wordt uit het bedrijfsleven of zijn carrière daar voortzet.

Een gebrek aan transparantie op het niveau van de EU-instellingen maakt het vaakst het voorwerp van haar onderzoek uit. Kort voor de presentatie van het jaarverslag 2018 kondigde de Europese ombudsvrouw aan dat ze gealarmeerd is door concrete cases. Het gaat bijvoorbeeld over de manier waarop de Raad van visserijministers ieder jaar de vangstquota afspreekt. Tegen 2020 zouden alle visbestanden op een duurzaam niveau bevist moeten worden. Wetenschappers stemmen hun advies daarop af en de Europese Commissie doet een voorstel van visvangstquota. Uiteindelijk zijn het de visserijministers die de knoop doorhakken. Hoe dat precies is gelopen bij de bepaling van de visvangstquota in de Atlantische Oceaan voor 2018 en 2019 wil O’ Reilly weten nu er een klacht binnenliep van een ngo.

Eveneens op basis van een klacht verdiepte de ombudsvrouw zich in de openbaarheid – of beter het gebrek daaraan – van de stemming door de lidstaten over de EFSA-richtsnoer rond bijengezondheid. Reeds in 2013 schreef de Europese voedselautoriteit een handleiding voor de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen op hun schadelijkheid voor bijen. Drie neonicotinoïden zijn op basis van dat document reeds van de markt gehaald, maar officieel goedgekeurd door de lidstaten is het nog altijd niet. In het bevoegde expertencomité halen voor- noch tegenstanders een voldoende grote meerderheid.

Wat een burgerorganisatie uit Frankrijk stoort, is dat de lidstaten geheimzinnig doen over hun standpunt binnen dat comité. De Europese Commissie vindt dat wel begrijpelijk en wil de besluitvorming niet moeilijker maken dan ze al is. O’ Reilly volgt die redenering niet. Ze vindt dat het de burgers hun goed recht is om die informatie op te vragen, te meer omdat het over een milieukwestie gaat zoals gedefinieerd door het Verdrag van Aarhus. Verder is ze van mening dat het het democratische karakter van de EU zou sieren indien burgers de redenen mogen kennen pro en contra een richtsnoer die na zes jaar nog altijd niet omgezet is in wetgeving.

Meer info: Europese ombudsman

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via