nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.05.2019 Lidstaten zitten met vragen bij GLB-model na 2020

Tijdens hun laatste bijeenkomst in Brussel bogen de Europese landbouwministers zich over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en meer bepaald over het nieuwe uitvoeringsmodel dat de Europese Commissie voorstelt. De doelstellingen worden nog altijd gemeenschappelijk geformuleerd, maar het pad daar naar toe stippelen de lidstaten zelf uit in een strategisch plan. Wel zou de Commissie kort op de bal spelen met een jaarlijkse rapporteringsplicht. Dat schrikt de lidstaten af. Tweejaarlijks, of een tussentijdse doelstelling halverwege het GLB 2021-2027, lijkt hen een beter idee.

De Europese Landbouwraad werd voorgezeten door Roemeens landbouwminister Petre Daea. Hij legde zijn collega’s een aantal vragen voor om hun standpunt te kennen over een aantal belangrijke aspecten van de nakende beleidshervorming. In het nieuwe uitvoeringsmodel geeft de Europese Commissie de lidstaten meer flexibiliteit en dus ook meer verantwoordelijkheid bij de implementatie van de krijtlijnen. Strategische plannen moeten ter goedkeuring voorgelegd worden aan Brussel. Om te vermijden dat pas zes jaar later blijkt dat een lidstaat in de uitvoering tekortschiet, voorziet de Commissie in jaarlijkse rapportering over de vooruitgang.

Tussentijdse evaluaties zijn geen nieuw gegeven in het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), maar jaarlijks vinden de lidstaten van het goede teveel. Veruit de meeste landen geven de voorkeur aan een tweejaarlijks evaluatiesysteem of een tweetrapsdoelstelling voor halverwege en op het einde van de nieuwe beleidsperiode (2021-2027). De landbouwministers wijzen er op dat de afstand tot de doelstelling zich niet jaarlijks laat aflijnen omdat beleidsimplementatie traag op gang komt en vervolgens in een sneller tempo resultaten boekt. Zo’n progressieve aanpak, die wat extra marge geeft in de beginjaren, vinden de meesten een goed idee.

Een flexibel doch resultaatsgericht uitvoeringsmodel wordt de nieuwe stijl van het GLB, en dat zowel voor de eerste (inkomenssteun) als de tweede pijler (plattelandsontwikkeling). Achter dat principe blijven de meeste lidstaten staan. Het gemeenschappelijk karakter van het landbouwbeleid wordt veilig gesteld met negen gemeenschappelijk geformuleerde doelstellingen en de controle die de Commissie zal uitoefenen op de lidstaten. Daarbij zal niet enkel gekeken worden naar het bereiken van de doelstellingen, maar ook naar de verenigbaarheid van nationaal beleid met de interne markt. Over de indicatoren die aan de basis liggen van de evaluatie wil men het op EU-niveau eens geraken.

“De lidstaten hebben bedenkingen bij de implementatie van het nieuwe beleidsmodel”, erkent Europees landbouwcommissaris Phil Hogan, “maar de discussie op de Landbouwraad toonde aan dat het principe achter het nieuwe uitvoeringsmodel veel steun geniet.” Hij benadrukte op het afsluitende persmoment dat de Europese Commissie er is om mee naar oplossingen te zoeken, “niet om tekortkomingen te bestraffen”. Hogan verduidelijkt ook dat de nieuwe aanpak voor het GLB in feite niet afwijkt van de manier waarop de EU in andere beleidsdomeinen tewerk gaat. De Kaderrichtlijn Water gaf hij als voorbeeld.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via