nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

04.03.2019 Liefde tussen aardappelboer en frietfabriek is bekoeld

In het voorjaar van 2018 werd een ongezien groot areaal aardappelen gepoot in ons land. Wie had kunnen denken dat bijna 100.000 hectare aardappelen een te kleine oogst zouden opleveren? De gortdroge zomer doet aardappeltelers en -verwerkers maanden later nog zweten bij de afwikkeling van contracten. Op de vrije markt brengen aardappelen 300 euro per ton op, bijna driemaal de contractprijs. Volgens de aardappelindustrie zijn er telers die de door hen gecontracteerde aardappelvolumes niet leveren omdat ze er meer geld uit willen slaan op de vrije markt. Bij het Algemeen Boerensyndicaat valt die beschuldiging in slechte aarde na een winter waarin de ene na de andere boer de rekening gepresenteerd kreeg voor ontbrekende aardappelen. “De frietfabrieken schuiven het risico van een steeds grilliger klimaat volledig in het bakje van de boer”, klinkt het.

Op 1 maart noteerde Belgapom op de vrije aardappelmarkt prijzen van 275 euro per ton (excl. BTW) voor bintjes en 300 euro per ton voor de nieuwere frietrassen Fontane en Challenger. Dat is aanzienlijk meer dan de contractprijzen waarvoor akkerbouwers getekend hebben in het seizoen 2018-2019. Voor Nieuwjaar werden vrije Fontane-aardappelen verhandeld aan 250 euro per ton. In het nieuwe jaar is de prijs doorgestegen naar 300 euro per ton. Werden er in het seizoen 2018-2019 contractaardappelen op de vrachtwagen geladen, dan bracht dat de producenten 90 euro per ton af land op. Voor bewaring in de eigen schuur wordt een akkerbouwer vergoed. Die vergoeding loopt op naarmate de aardappelen later geleverd worden. In januari staat er een prijs van 110 euro per ton tegenover. In april is dat een goeie 130 euro en op het einde van het seizoen (juni) 150 euro per ton.

In een normaal jaar verzekert de aardappelindustrie zich van voldoende grondstof door op voorhand reeds een groot volume aardappelen vast te leggen in contracten met telers, en wat er extra nodig is bij te kopen op de vrije markt. De verhouding tussen beide instrumenten om aardappelen te kopen, kunnen verschillen van fabriek tot fabriek. Op hun beurt hanteren ook akkerbouwbedrijven verschillende verkoopstrategieën. De één kiest bij het poten van aardappelen voor de zekerheid van een contract, terwijl een collega hoopt dat de vrije markt hem meer marge per ton aardappelen zal bieden. De meesten wedden op de twee paarden, maar de mate waarin ze voor het één of het ander kiezen kan verschillen.

Anders dan in Nederland, waar hectarecontracten de regel zijn, krijgen de Belgische boeren kilogramcontracten voorgeschoteld. Dat is een resultaatsverbintenis waarin de producent zich ten aanzien van zijn afnemer verbindt om een bepaald tonnage aardappelen te leveren. De moeilijkheid is dat zij die verbintenis al tekenen op een moment dat de aardappelen nog niet gepoot, laat staan geoogst zijn. De opbrengst is met andere woorden koffiedik kijken. Zowel telers als verwerkers gaan uit van gemiddelde opbrengsten per hectare – die stijgen door de verbetering van teelttechniek –, maar de jongste drie jaar kwamen ze tweemaal bedrogen uit. In 2016 verzopen de aardappelen door wateroverlast. Vorig jaar bleef de regen maandenlang uit. Vooral (half)vroege aardappelen brachten dramatisch weinig op.

Het tekort aan aardappelen zou bepaalde telers er toe brengen om contractuele afspraken met aardappelhandelaars en -verwerkers niet na te komen. Dat meldt sectorfederatie Belgapom op basis van ervaringen van de eigen leden-bedrijven. “Het betreft telers die wel degelijk over de aardappelen beschikken maar die gebruikmaken, of maakten, van de lucratieve vrije markt die historisch hoog staat als gevolg van de bijzondere weersomstandigheden van de voorbije zomer”, verklaart Belgapom-secretaris Romain Cools. De federatie van de Belgische aardappelindustrie (handel en verwerking) roept alle betrokkenen op om verder in dialoog te gaan om in deze moeilijke omstandigheden samen een oplossing te vinden. Eerder dit seizoen deed Belgapom al een soortgelijke oproep samen met de landbouworganisaties.

Mocht echter blijken dat leveranciers via de contracten en de vrije markt van ‘twee walletjes willen eten’, dan waarschuwt Belgapom dat dit zal leiden tot de aanrekening van de niet geleverde aardappelen. Die boodschap, uitgestuurd naar alle aardappeltelers maar vooral bedoeld voor de schuinmarcheerders, stoort het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) mateloos. “Omdat ze haaks staat op de realiteit van lege aardappelschuren, contracten die door overmacht – door de industrie niet als zodanig erkend, nvdr. – niet nageleefd konden worden en de koude douche die aardappeltelers kregen toen hun afnemer de factuur presenteerde voor de ontbrekende tonnages.”

Aan het woord is Guy Depraetere van het boerensyndicaat, bij wie vele boeren te rade gingen met de facturen van enkele duizenden tot wel 30.000 en 40.000 euro. Hij verduidelijkt meteen dat ABS niet de boeren steunt die het oneerlijk spelen, maar wel diegene die alle aardappelen leverden die ze hadden (en dit ook kunnen bewijzen). Als gevolg van de droogte, die door de Vlaamse regering erkend werd als een natuurramp met grote opbrengstverliezen in de landbouw, was ‘alles’ in hun geval nog te weinig om het contract vol te maken.

De boetes voor niet-levering van het gecontracteerde tonnage aardappelen komen bovenop een mislukte oogst, een relatief lage contractprijs voor de geleverde aardappelen en een hoge teeltkost van 4.500 euro per hectare. Depraetere verwijst naar de betere verstandhouding in de Duitse, Franse en Nederlandse aardappelketen waar de telers geen schadevergoeding dienden te betalen voor te weinig geleverde aardappelen. “Blijkbaar is de factuur doorschuiven een Belgisch fenomeen. Versta me niet verkeerd, ik juich de groei in aardappelverwerking toe maar laat de primaire producenten delen in het succesverhaal”, zegt de woordvoerder van ABS, die ijvert voor meer gelijkheid in de contractuele relatie.

Volgens Belgapom is er geen sprake van dat de factuur tijdens het huidige moeilijke seizoen eenzijdig wordt doorgeschoven naar de aardappeltelers. “De situatie is moeilijk voor alle operatoren in de keten. Ook handels- en verwerkingsbedrijven hebben dit jaar verliezen geleden doordat ook zij dure aardappelen moeten bijkopen om hun contracten met binnen- en buitenlandse afnemers na te komen. De duurdere grondstofprijs wordt slechts langzaam en beperkt doorgetrokken op retailniveau. De cijfers tonen dit ook aan”, meent Romain Cools.

De verwerkers hebben in de ogen van Depraetere wel lessen getrokken uit de droogte in 2018, maar niet de juiste. “In de nieuwe aardappelcontracten is het onevenwicht tussen producent en afnemer nog groter, en draait de boer op voor alle risico’s verbonden aan de teelt. Overmachtsclausules werden dichtgespijkerd of verdwenen volledig. Aan de vraag om hectarecontracten wordt geen gehoor gegeven. Pootgoed werd opgekocht door de aardappelindustrie zodat een teler het contract wel moet tekenen als hij überhaupt aardappelen wil telen. De contractprijs werd bijgesteld, maar is niet hoger dan het niveau van drie-vier jaar geleden. Over de inhoud van een contract valt bovendien niet te onderhandelen, ook al stoot de uitsluiting van overmacht landbouwers tegen de borst na het dramatische jaar 2018.”

Belgapom begrijpt dat een tegenslag als dit jaar op de relaties binnen de keten weegt, maar vindt het wel belangrijk om te melden dat de contractprijzen voor het komende seizoen heel wat hoger liggen in België dan in Nederland. Bovendien wordt bij onze Noorderburen de norm voor de minimumdikte van de aardappelen ook naar omhoog getrokken. “In Nederland wordt 40 millimeter de minimumnorm, in België is dat 35 millimeter. Ook dat heeft een prijs”, aldus Cools. Hij wijst erop dat het sluiten van contracten tussen telers en afnemers dit seizoen dan ook opmerkelijk vlot lijkt te verlopen.

Door de krapte aan pootgoed verwacht de aardappelexpert van het boerensyndicaat een lichte terugval van het areaal in eigen land. “Bij een normale opbrengst riskeren we nog steeds overproductie en lage aardappelprijzen. Vroeger kwam het één keer per tien jaar voor dat vrije aardappelen weggegeven moesten worden voor 20 à 30 euro per ton. Nu doet zo’n prijsdébacle zich iedere drie jaar voor.” Desondanks gelooft Depraetere nog wel in aardappelteelt “op voorwaarde dat alle schakels in de keten elkaar respecteren”. Bij de afwikkeling van de contracten uit 2018 was dat respect volgens hem ver zoek. Bij Belgapom klinkt daaromtrent een heel ander geluid: “In veruit de meeste gevallen werd een oplossing uitgewerkt. De meeste bedrijven actief op de versmarkt of in de verwerking hebben door de aanpassing van hun acceptatievoorwaarden een regeling kunnen treffen met hun leveranciers.”

Na de pijnlijke ervaringen uit 2018 gelooft het Algemeen Boerensyndicaat dat er dringend overlegd moet worden rond evenwichtige contracten en receptievoorwaarden. “Dit kan best gebeuren in een brancheorganisatie aardappelen, waar ABS haar medewerking aan zal verlenen”, besluit Guy Depraetere. “Akkerbouwers hebben een rendabele aardappelteelt broodnodig om morgen nog overeind te staan. Met failliete boeren is de aardappelverwerking in ons land niet gediend.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via