nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.02.2019 Limburg wil voorbereid zijn op nieuwe droogteperioden

Vlaanderen is steeds beter bestand tegen overstromingen, maar werd vorige zomer in verlegenheid gebracht door de waterschaarste. De provincie Limburg wil beter voorbereid zijn in de toekomst want perioden van langdurige droogte zullen door de klimaatverandering nog vaker voorkomen. Experten van Bodemkundige Dienst, KU Leuven en VUB krijgen de opdracht om alle waterbronnen te inventariseren, evenals het verbruik en de mogelijk nog grotere behoefte. Die informatie wordt in een model gegoten, de zogenaamde waterbalans, en zal de provincie toelaten om in tijden van schaarste het weinige water optimaal te bestemmen. “Gedaan met het nattevingerwerk”, zegt gedeputeerde van Landbouw Inge Moors. De Limburgse aanpak wordt maatwerk, belooft gouverneur Herman Reynders.

In 2015, 2017 en vooral vorige zomer kenden we in Vlaanderen een lange periode met hoge temperaturen en aanhoudende droogte. Experten voorspellen dat deze situatie zich in de toekomst vaker zal voordoen onder invloed van de klimaatverandering. Gekeken naar waterbeschikbaarheid per persoon bengelt Vlaanderen helemaal onderaan de lijst met OESO-landen. Vorige zomer heeft iedereen dat gevoeld. Het leek wel alsof de kraan plots toe ging want voor burgers was er geen water meer om de auto te wassen of de tuin te beregenen. Door het captatieverbod konden ook landbouwgewassen niet gered worden. De natuur, zowel planten als dieren, liep eveneens moeilijk herstelbare schade op.

De gevolgen van de droogte waren zo desastreus dat waterschaarste na de zomer van 2018 even ernstig genomen wordt als wateroverlast. “Vlaanderen heeft in 15 jaar grote stappen gezet inzake overstromingsbeheer. Er is bijvoorbeeld veel ruimte voor water gecreëerd”, constateert Frank Elsen, onderzoeker bij Bodemkundige Dienst van België. “In pakweg twee jaar tijd zie je nu ook voor droogte de shift van crisismaatregelen naar langetermijnoplossingen.” Bij het begin van de zomer werd op Vlaams niveau een droogtecommissie geïnstalleerd, die watergebruiksbeperkingen adviseert en instaat voor de coördinatie van en het overleg over droogtemaatregelen. In september 2018 oordeelde de droogtecommissie dat het algemeen captatieverbod voor onbevaarbare waterlopen opgeheven kon worden. De commissie zelf werd niet opgeheven, die startte vrijwel meteen met de opmaak van een evaluatierapport over de droogte.

Vooral West-Vlaanderen haalde vanwege de droogte het nieuws omdat de intensieve groenteteelt in de kustprovincie kapseisde bij een gebrek aan irrigatiewater. Bovendien verergerde verzilting het probleem nog. Ook in Limburg waren de gevolgen niet min. Gedeputeerde Inge Moors brengt in herinnering hoe landbouwers met effluent van Aquafin hun teelten probeerden te redden, “maar dat was een druppel op een hete plaat”.

Moors en al haar collega's in de Limburgse deputatie geloven dat het mogelijk is om landbouw, natuur en bij uitbreiding de ganse samenleving meer weerbaar te maken voor langdurige droogte. Dan moet je beter voorbereid zijn, en daarvoor rekent de provincie op Vlaamse topexperten inzake klimaat en droogte. Het vond die bij de Bodemkundige Dienst (Frank Elsen) en bij VUB en KU Leuven (Marijke Huysmans en Patrick Willems). Samen met de provinciale diensten, die voor de gespecialiseerde terreinkennis zullen zorgen, gaan zij aan de slag om nog voor het jaareinde een ‘Limburgse waterbalans’ op te leveren.

Vorig najaar bracht gouverneur Herman Reynders alle betrokkenen in Limburg samen om lessen te trekken uit de droogte. Heel snel al wordt daar nu dus werk van gemaakt. De digitale waterbalans zal beleidsmakers meer inzicht geven in het Limburgse watersysteem, zowel in watervraag als -aanbod. Bert Lambrechts, gedeputeerd van water en klimaat: “De waterbalans moet ons in staat stellen om in periodes van droogte consistente, onderbouwde en maatschappelijk solidaire maatregelen uit te vaardigen. Bedoeling is dat een Limburgse droogtecommissie ons hierin adviseert.”

“In 2018 konden we ons alleen baseren op adviezen van de Vlaamse droogtecommissie die voor heel Vlaanderen gelden, zonder onderscheid tussen provincies”, vult gouverneur Reynders aan. “Eén en hetzelfde advies, van De Panne tot Maaseik, werkt niet omdat de situatie overal anders is. Dat verklaart ook waarom de gouverneurs van de verschillende provincies anders over de droogte communiceerden naar de bevolking. Zelfs binnen onze provincie zag je grote verschillen, tussen Noord- en Zuid-Limburg. Als de problematiek niet overal dezelfde is, dan kunnen de maatregelen dat ook niet zijn.”

Op 1 maart gaat het werk aan de dynamische waterbalans van start. Eerst worden watervraag en de behoefte aan water (die hoger kan liggen dan het actuele verbruik, nvdr.) in kaart gebracht. “Dat doen we zowel in ruimte als in tijd want vraag en aanbod kunnen variëren binnen een jaar of verschuiven op de langere termijn”, legt Marijke Huysmans (VUB / KU Leuven) uit. Ook alle waterbronnen worden geïnventariseerd: grond- en oppervlaktewater, leidingwater, hemelwater maar ook afvalwater dat herbruikbaar is, zogenaamd grijswater. De impact van de klimaatverandering wordt in meerdere scenario’s doorgerekend met als tijdshorizon 2030, 2050 en zelfs 2100. Daarna worden waterbehoefte en wateraanbod in een digitaal model gekoppeld. Dit waterbalansmodel zal het mogelijk maken om, tot op gebiedsniveau, structurele watertekorten te identificeren voor de verschillende gebruikers.

Onderzoeker Frank Elsen (BDB) stelt een instrument in het vooruitzicht dat zal toelaten om bij schaarste de juiste prioriteiten te geven aan het weinige beschikbare water. Op lange termijn is de waterbalans ook een hulpmiddel voor adaptief en mitigerend klimaatbeleid en voor het ‘waterrobuuster’ maken van de provincie Limburg. Vorig jaar voelde iedereen dat er een groot probleem was, maar ontbrak het aan indicatoren om dat te objectiveren en er de juiste maatregelen aan vast te knopen. Welke sector prioritair recht heeft op het schaarse water, dat blijft een maatschappelijke keuze die beleidsmakers zullen moeten maken. “Ons model gaat hen wel helpen om die keuze beter te onderbouwen”, aldus Frank Elsen. “Het juiste water op de juiste plek krijgen voor de juiste gebruiker, dat is kort samengevat het doel”, vat expert hydrologie Patrick Willems (KU Leuven) samen.

De juiste gebruiker kan op de ene plek landbouw zijn en op een andere plek natuur. Gedeputeerde van Landbouw Inge Moors kijkt nu al uit naar bijkomende watervoorzieningen “want beregenen blijft essentieel voor de bedrijfsvoering van landbouwers”. Vooral op de zandgrond in het noorden van de provincie dreigt een oogst volledig verloren te gaan indien de natuur niet een handje geholpen kan worden wanneer de hemelsluizen dicht blijven. “Voor natuur en milieu is het moeilijker om de financiële waarde van voldoende water te berekenen”, zegt gedeputeerde Bert Lambrechts. “Het maatschappelijk belang is er wel degelijk. Vorige zomer werden zelfs investeringen van de provincie in biodiversiteit en in de vispopulatie in waterlopen tenietgedaan door de droogte.”

Kiezen is altijd een beetje verliezen, dus is het belangrijk dat in deze materie elke keuze stevig onderbouwd is. De experten die met de studie belast worden, wijzen op het belang van een breed draagvlak voor droogtebeleid. Het laatste wat beleidsmakers willen, is dat sectoren in de strijd om water tegen elkaar opgezet worden. “De provincie zal haar rol als regisseur opnemen en overleg met zoveel mogelijk actoren organiseren”, belooft gouverneur Reynders.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via