nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

08.08.2018 Loonwerkers maken vaart met noodoogst van verdorde maïs

Onder normale omstandigheden begint maïs in augustus af te rijpen en zijn september en oktober de maanden waarin de hakselmaïs geoogst wordt. Dit jaar is er door de droogte en hitte in heel wat regio’s nauwelijks sprake van een natuurlijke afrijping. De planten zijn volledig verdroogd. In Noord-Limburg zijn loonwerkers volop aan het hakselen. Zo ook loonwerker Broekx uit Bree, die sinds vrijdag met twee hakselteams uitrukt. Met een zwaar onweer in het vooruitzicht is er haast mee gemoeid want volledig verdorde maïs verdraagt geen rukwinden en slagregen.

In sommige delen van het land zijn loonwerkers met de ‘nood’oogst van maïs begonnen. Op vraag van rundveehouders en exploitanten van biogasinstallaties worden verdroogde percelen maïs gehakseld. Vaak staat de maïs amper anderhalve meter hoog en dragen de planten geen kolven of slechts deels gevulde kolven. “Het hakselen van volledig verdorde maïs gaat moeizaam omdat de planten bijna verpulveren voor ze de hakselaar ingaan”, vertelt Geert Broekx van loonwerkbedrijf Broekx uit Bree. Sinds vrijdag maken ze met twee hakselteams lange dagen om voor de eigenaars van de maïspercelen te redden wat er te redden valt.

“De maïs is zo droog dat er veel volume maar weinig gewicht op de karren ligt. We hakselen fijn omdat de maïskuilen zich anders moeilijk laten aandrukken en dat is niet goed voor de bewaring”, legt de loonwerker uit. Vanwege de kans op zware onweersbuien hebben klanten de maïs graag van het veld voor ze het risico lopen dat rukwinden en slagregen de planten tegen de grond slaan. “Wanneer dat gebeurt, zijn percelen niet meer te oogsten”, weet Broekx. Zelf maakte hij het nog nooit mee dat de maïsoogst begin augustus reeds losbrak. De laatste keer dat dat gebeurde, moet in het al even legendarische jaar 1976 zijn.

Op de zwaardere gronden staat de maïs nog groener en is het hakselen nog niet gestart. Voor het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV) volgen verschillende partners de afrijping van een viertal maïsrassen op zodat de verschillen binnen Vlaanderen zichtbaar worden. Het maïsperceel in Bocholt (Noord-Limburg) is koploper, maar ook op de andere locaties zijn de maïsplanten reeds droog voor de tijd van het jaar. In Tongeren viel er in juni nog een deugddoende hoeveelheid neerslag zodat de maïsoogst daar nog helemaal niet aan de orde is. De maïspercelen in Poperinge leden eind juli onder hevige neerslag in combinatie met rukwinden. Sommige percelen lagen er plat gewalst bij.

Het advies van het Landbouwcentrum voor Voedergewassen aan landbouwers luidt: indien een kolf aanwezig is op de plant en deze (deels) gevuld is, wacht dan op de afrijping ervan om voederwaarde in de kuil te krijgen. Indien de maïs kleiner is dan een meter en geen kolf draagt, is vernietigen beter dan de loonwerker betalen voor het hakselen. Zo snel mogelijk gras zaaien op het perceel kan dan uitkomst bieden voor de ruwvoederwinning. “Alleen moet het daarvoor eerst regenen, en meer dan één buitje en liever ook geen hevige stortbui waarbij het water de tijd niet heeft om in de bodem te dringen”, zegt An Schellekens van de Hooibeekhoeve in Geel. Zij schat in dat de voederwaarde van de maïs slechter is dan in 2016. Toen viel de opbrengst kwantitatief even hard tegen maar droegen de planten tenminste nog een kolf.

Volgens Schellekens is ook de grasgroei, of beter het gebrek daaraan, dramatisch te noemen voor rundveehouders. “In juli kent gras altijd een groeistop, maar dit jaar is al zeker één grassnede verloren gegaan en je kan aan de percelen zien dat er ook minder najaarsgras zal zijn. Ik schat de grasopbrengst maximaal op de helft van die in een normaal jaar.” Ze vraagt zich af waar rundveehouders voldoende ruwvoeder gaan vinden wanneer het niet van de eigen percelen komt en de buffer uit 2017 opgesoupeerd is. “In 2016 kon er maïs vanop afstand aangevoerd worden, maar nu is de schade door de droogte algemeen. Wellicht zullen bijproducten (uit de voedingsindustrie) het voornaamste alternatief worden voor ontbrekend ruwvoeder.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Tom Govaerts

Volg VILT ook via