nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

01.03.2017 "Maak vaart met BRV als we ruimte voor landbouw willen"

In zijn advies over het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) maakt de SALV duidelijk dat er haast gemoeid is met een strategische visie op landbouw in de open ruimte omdat er de komende jaren veel landbouwers op leeftijd zullen stoppen. Vraag is of hun gronden en gebouwen nog een invulling zullen krijgen binnen de landbouw. De landbouwadviesraad stelt namelijk vast dat een steeds groter aandeel van de boerderijen een niet-agrarische bestemming krijgt. Deze reconversies jagen de prijzen van grond en gebouwen de hoogte in zodat landbouwers moeten passen. De overheid moet daar iets aan doen. Suggesties die uitgaan van de SALV betreffen onder meer een uitgebalanceerde reconversiestrategie voor agrarische gebouwen en monitoring van het (landbouw)ruimtegebruik door lokale besturen.

Het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen formuleert een aantal voor landbouw interessante beleidsvoornemens: vermijden dat er bijkomend beslag wordt gelegd op de open ruimte; de verhardingsgraad in de bestemmingen landbouw, bos en natuur met een vijfde terugdringen tegen 2050; een strikt kader hanteren voor zonevreemde ontwikkelingen in de open ruimte; de dynamiek van multifunctioneel ruimtegebruik afstemmen op de hoofdfunctie; vruchtbare bodems beschikbaar houden voor voedselproductie; enz.

Landbouwadviesraad SALV hamert in zijn advies vooral op de urgentie: “Vraag is of er in 2050 nog ruimte is voor landbouw als er niet snel werk gemaakt wordt van de voorziene ruimtelijke ontwikkelingsprincipes.” De gemiddelde Vlaamse landbouwer is een 50-plusser en slechts 13 procent van de bedrijfsleiders ouder dan 50 heeft een opvolger klaar staan. Er zullen de komende jaren dus nog heel wat landbouwbedrijven stopgezet worden. Dat beangstigt de SALV omdat de gronden en gebouwen – hoewel ze in veel gevallen nog gebruikswaarde hebben voor de professionele landbouw – verloren gaan aan verpaarding, vertuining en zonevreemde ontwikkelingen op het platteland.

De landbouwadviesraad werd door onderzoeksinstituut ILVO geïnformeerd over die fenomenen, en kan zich goed vinden in de aanbevelingen die het instituut doet. ILVO stelt voor om ruimtegebruik op het platteland door bewoning, tuinen, hobbyweides en niet-agrarische ondernemingen mee te nemen in de voorziene monitoring. Beleidsmatig dient er nagedacht te worden over een aanpak van dit ruimtegebruik, en tegelijk gezocht worden naar instrumenten om de open ruimte en strategische landbouwgebieden werkelijk te vrijwaren.

Wat het grondgebruik betreft, hoopt de SALV op een gedegen uitwerking van het beleidsvoornemen om het aandeel landbouwgebied dat door niet-professionelen gebruikt wordt tegen 2050 te laten afnemen. Dat landbouwers zo moeilijk toegang hebben tot grond hangt naar verluidt samen met de boerderijen die uit landbouwgebruik geraken. ILVO-onderzoekster Anna Verhoeve verklaarde bijvoorbeeld dat hoeves verkocht worden met enkele hectaren grond en dat 90 procent van de nieuwe tuinoppervlakte in agrarisch gebied ligt. Dit toenemende niet-agrarische gebruik van gronden stuwt de prijzen de hoogte in, waardoor het voor landbouwers steeds moeilijker wordt om landbouwgrond te kunnen kopen.

De herbestemming van landbouwbedrijfsgebouwen is een problematiek op zich. ILVO waarschuwt voor een ‘aanzuigeffect’ richting een niet-agrarische reconversie van leegstaande boerderijen. Dat is de keerzijde van het beleidsvoornemen om via een contract-convenant benadering (contract met de nieuwe eigenaar van een leegstaande boerderij en convenant over functiewijzigingen met de lokale besturen, nvdr.) soepeler om te gaan met (gewenste) zonevreemde ontwikkelingen. Bedrijfsgebouwen die wel nog gebruikswaarde hebben voor de landbouw kunnen meegezogen worden in die reconversiedynamiek. De SALV schaart zich dus achter de kanttekeningen die ILVO plaatst bij het verruimen van de mogelijke nieuwe functies van voormalige boerderijen.

Uit de presentatie van Verhoeve bleek ook dat tot op heden slechts 15 procent van het niet-agrarisch gebruik van hoeves vergunbaar is. Door een gebrek aan handhaving ontstaat er een gedoogbeleid dat deze situatie stimuleert. Dat is een probleem in de ogen van de SALV: “De tweede optie (niet-agrarisch hergebruik) wordt door dit gebrek aan handhaving in de praktijk financieel interessanter dan de eerste optie, namelijk agrarisch hergebruik. Een ondersteunend vergunningen- en handhavingsbeleid kan ook de grondprijzen onder controle houden.”

Een volgende aanbeveling van de SALV slaat op de monitoring van het ruimtegebruik, een interessant voornemen uit het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. “Het zou relevant zijn dat lokale besturen monitoren hoe het (landbouw)ruimtegebruik in hun gemeente evolueert. Welke bestemming krijgen en kregen voormalige agrarische bestemmingen? Monitoring houdt ook in dat lokale besturen weten hoeveel agrarische brown- en greenfields, zowel de actuele als de op termijn potentiële, in hun gemeente aanwezig zijn. Ook het potentieel van deze terreinen voor landbouw- of ander gebruik moet gekend zijn.”

Monitoring is de eerste stap maar daar zou op lokaal niveau ook visievorming op moeten volgen. Zo moet helder worden wat de gewenste en ongewenste ontwikkelingen zijn in een bepaalde gemeente of een bepaald gebied, en wat daarvan de impact is op landbouw en open ruimte. Verder moet er volgens de SALV gezocht worden naar nieuwe instrumenten om de open ruimte te behouden want autonome ontwikkeling zal enkel leiden tot verder ruimtebeslag. Om het tij te keren, moeten ook het regelgevend kader en het vergunningenbeleid worden bijgestuurd. “Tot op heden ontbreekt het aan daadkrachtige instrumenten”, constateert de SALV, die erbij zegt hoe die instrumenten er kunnen uitzien. Een overheid die de open ruimte wil beschermen, moet bijvoorbeeld durven nadenken over het compenseren van kapitaalsvernietiging en het innen van gerealiseerde meerwaarde.

Meer info: SALV-advies

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Thijs Vanden Nest (fotowedstrijd VILT)

Volg VILT ook via