nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

25.09.2017 "Maïservaring gebruiken om sojateelt te optimaliseren"

Afgelopen week oogstte akkerbouwer Jimmy De Prins in Zemst voor het eerst een volledig perceel soja, een absolute primeur in Vlaanderen. In het kader van het samenwerkingsproject tussen onder meer ILVO, AVEVE en Alpro verliet de Vlaamse sojaplant dit jaar de proefvelden en zaaiden vijf akkerbouwers, waaronder De Prins, voor het eerst soja op één van hun percelen. Het resultaat mocht er al meteen zijn: 3,3 ton per hectare met een prima vochtgehalte. 

In het kader van het tweede actieplan alternatieve eiwitbronnen werd enkele jaren geleden een bondgenootschap gesmeed tussen verschillende spelers uit de keten die samen de sleutel in handen hebben om van de introductie van soja op de Vlaamse velden een succes te maken. Vanuit de toelevering sprong AVEVE op de kar, ILVO zorgde voor wetenschappelijke onderbouwing en proefveldtesten en Alpro garandeerde de afname. Het sluitstuk van een geslaagde sojaketen is uiteraard de landbouwer zelf, en dus werd eerder dit jaar aan vijf akkerbouwers gevraagd om een proefperceel in te zaaien.

In Zemst was het resultaat te bewonderen van die eerste jaargang. Oogstmachines met aangepast maaibord haalden er de eerste sojaoogst van akkerbouwer Jimmy De Prins binnen. “Qua mechanisering oogsten we met een speciaal maaibord dat overkwam uit de Verenigde Staten”, aldus De Prins. “Met een klassiek voorzetstuk voor granen verlies je toch makkelijk een 5 à 6 procent van je soja-opbrengst.” Die opbrengst bedraagt uiteindelijk 3,3 ton, wat “boven de verwachtingen” is. Met een vochtgehalte van 17 procent is ook de kwaliteit prima.

Hoe blikt De Prins terug op zijn eerste sojacampagne? “Uiteindelijk is het een vrij makkelijke teelt die we prima kunnen inpassen in ons teeltschema”, aldus De Prins. “Dit perceel is ingezaaid op 2 mei. Als de zaden kiemen moet je opletten voor houtduiven en ook de onkruiddruk kan soms een probleem zijn. Ik denk dat we in de toekomst moeten proberen om nog iets vroeger in te zaaien en iets later te oogsten, als het weer dat toelaat natuurlijk. Net zoals dat bij maïs het geval was, wordt het een leerproces, maar het staat volgens mij nu al vast dat we meer groeidagen gaan moeten proberen te benutten.”

“In Brazilië loopt de opbrengst makkelijk op tot meer dan 5 ton per hectare, dus misschien moet ik eens naar daar gaan om te bestuderen hoe ze de teelt precies aanpakken”, aldus De Prins. “In elk geval ga ik volgend jaar dubbel zo veel inzaaien: 10 hectare in totaal." Die geleidelijke groei past ook in de filosofie van projectpartner AVEVE. “We willen niet dezelfde fout maken als in Nederland door te snel te willen schakelen”, aldus Dieter Peeters van AVEVE. “Verder onderzoek naar vroegrijpe rassen voor de Vlaamse landbouwgronden met hogere opbrengsten, ziekteresistentie en een constant eiwitgehalte dat de norm van 40 procent haalt, is nodig om er een rendabel verhaal van te maken. Het is onze bedoeling om in 2018 op te schalen naar 50 hectare.”

AVEVE gaat de geoogste sojabonen opslaan in silo's, laten drogen en reinigen, en daarna afleveren in de Alpro-fabriek in Wevelgem. Daar worden ze verwerkt tot sojadrinks, -yoghurt, -desserts en burgers. Alpro streeft al jaren naar een kortere en geïntegreerde keten voor soja. “Vlaamse sojateelt is een cruciale stap naar meer samenwerking met Vlaamse landbouwers en een kleinere ecologische voetafdruk”, aldus Greet Vanderheyden van Alpro. “Het past bij onze strategische keuze voor niet-genetisch gemodificeerde sojabonen.” Het voedingsbedrijf moedigt de teelt aan met een startpremie. 

Bron: eigen verslaggeving / De Standaard

Volg VILT ook via