nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.12.2017 ManuREsource 2017 focust op circulaire mestverwerking

De derde editie van het mestverwerkingscongres ManuREsource, dat deze keer doorging in het Nederlandse Eindhoven, focuste op de circulaire economie. “De economische haalbaarheid, vermarkting van producten en publieke draagkracht blijven de belangrijkste knelpunten voor een circulaire mestverwerking”, zo luidde de conclusie van het congres. Essentiële voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen rond circulaire economie is een nauwere samenwerking met de minerale meststoffenindustrie en de agrovoedingsindustrie.

Van 27 tot 29 november namen meer dan 230 deelnemers uit maar liefst 28 landen deel aan het derde ManuREsource congres. Dit is een organisatie van het Vlaams Coördinatiecentrum voor Mestverwerking (VCM), Universiteit Gent, Inagro en POM West-Vlaanderen. Voor deze eerste editie in Nederland kon het Vlaams consortium rekenen op de hulp van een lokale partner, het Nutrient Platform. Ook aanwezig op het congres waren leden van de Europese Commissie (DG ENVI en DG GROW) waardoor het wetgevend kader met betrekking tot mest deze keer ruimschoots aan bod kwam.

Het centrale thema van ManuREsource 2017 was de transitie van mest- en digestaatverwerking naar een circulaire economie. “Dierlijke mest moet niet langer als een probleem maar als een kans worden aanzien”, zo klonk het. “Vandaag is de technologie voor nutriëntenrecuperatie beschikbaar, zeker op boerderijschaal. Maar dat is niet alles, ook de economische haalbaarheid van de individuele businesscases is van uitermate belang”, zegt professor Fabrizio Adani van de Universiteit van Milaan. Naast het aanpakken van nog eventuele technische tekortkomingen, moet ook het wetgevend kader en de vermarkting van de producten aangepakt worden.

Een universele oplossing voor mestverwerking lijkt er niet te bestaan. Zowel grote, centrale installaties als lokale nutriëntenrecuperatie op kleine schaal bieden volgens de experten kansen. Uit de vele gesprekken tijdens het congres kan afgeleid worden dat de focus niet alleen op recuperatie van nutriënten mag liggen. “Mest is meer dan nutriënten alleen en bestaat ook uit andere waardevolle grondstoffen, zoals vezel en organisch materiaal”, luidt het.

De meerderheid van de deelnemers van het congres verwacht dat gerecycleerde nutriënten minerale meststoffen in de nabije toekomst zullen vervangen, of toch op zijn minst gebruikt zullen worden als grondstof voor de productie van minerale meststoffen. Vandaar dat het belangrijk wordt geacht om met de minerale meststoffenindustrie te gaan samenwerken. De nieuwe Europese Meststoffenwetgeving die in volle ontwikkeling is, wil dan ook een open Europese markt voor gerecycleerde producten creëren. De kanttekening die daarbij geplaatst werd, was dat gerecycleerde producten uit mest moeten geëvalueerd worden op basis van kwaliteit en niet op basis van oorsprong.

Een belangrijk discussiepunt tijdens het congres was de belemmering voor nutriëntenrecuperatie door de bemestingslimiet van 170 kilo stikstof per hectare, ook van toepassing voor ‘verwerkte’ mestproducten, die door de Europese Nitraatrichtlijn in kwetsbare zones wordt opgelegd. Het Europees Nitraatcomité en het directoraat-generaal Leefmilieu van de Europese Commissie zullen aan het Joint Research Centre, het onderzoeksinstituut van de Commissie, de opdracht geven om specificaties voor te stellen waaronder specifieke gerecycleerde producten uit mest toegepast kunnen worden buiten de bemestingslimiet van 170 kilo stikstof per hectare. Al is het wellicht nog twee jaar wachten op de resultaten.

Een ander discussiepunt was de kost van mestverwerking, nutriëntenrecuperatie en de circulaire economie. Wie draait op voor de kosten: de consument, de landbouwer, de agrovoedingssector of de overheid? En hoe kunnen landbouwers de kost voor het gebruik van gerecycleerde nutriënten overbrengen in een voedselproductiesysteem waar prijzen bepaald worden door een wereldeconomie? “In deze discussie is het duidelijk dat de publieke draagkracht voor het gebruik van gerecycleerde mestverwerkingsproducten een centrale rol speelt”, werd gesteld op het congres.

Om deze sociale aanvaarding te creëren, werd door sommigen het idee geopperd dat de mestverwerkingssector hier het heft in eigen handen moet nemen. Dat kan door correcte informatie te geven en transparantie te scheppen met oog op het hoofddoel, dat in de toekomst uiteindelijk een vanzelfsprekendheid zal worden, namelijk duurzaamheid. “Er kan geconcludeerd worden dat het creëren van een publieke draagkracht voor mest- en digestaatverwerking één van de hoofdtaken is in de toekomst, en dat agrovoedingsbedrijven hierbij een belangrijke rol kunnen spelen”, klonk het. Daarbij werd onder meer verwezen naar de extra eisen die zuivelbedrijf FrieslandCampina in Nederland recent heeft opgelegd op vlak van de monovergisting van rundermest.

“ManuREsource 2017 leverde het bewijs dat er nog steeds werk aan de winkel is om te komen tot de recyclage van nutriënten en grondstoffen uit mest waarbij de economische haalbaarheid en de bescherming van het milieu garant staan. Dit wordt onderschreven door de ManuREsource 2017 Position Paper, die ter ondertekening op het congres werd voorgesteld. Samenwerking tussen constructeurs, landbouwers, onderzoekers, consumenten en beleidsmedewerkers kan de basis vormen om te komen tot een circulaire economie in de mestverwerkingssector; zeker als de minerale meststoffenindustrie en de agrovoedingssector hierin mee betrokken kunnen worden”, zo concluderen de initiatiefnemers van het congres.  

Meer informatie: ManuREsource 2017

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: vzw De Mestverwerkers

Volg VILT ook via