nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

22.02.2019 Marges in rundvleesketen zijn flinterdun of onbestaand

Vanuit het Ketenoverleg werd in 2016 de vraag aan de FOD Economie gericht om het toenemend verschil te verklaren tussen de winkelprijs van een kilo rundvlees en de producentenprijs van een runderkarkas. De nieuwe studie is een herhaling van een oefening die in 2008 al een keer gebeurde, en wijst uit dat de marges in de rundvleesketen flinterdun zijn. Als enige schakel in de keten werken de rundveehouders met negatieve marges. “Een pasklare oplossing is er niet”, schrijft Boerenbondadviseur Roel Vaes in ledenblad Boer&Tuinder. “Het aanbod daalt momenteel. Samen met een diversificatie in de productie en extra inspanningen op vlak van export en promotie, moet dat leiden tot een kentering, maar dat vraagt tijd.”

In 2008 publiceerde de FOD Economie een eerste studie over de componenten van de kostprijs van rundvlees, van boer tot bord. Vanuit het Ketenoverleg kwam de vraag om de oefening over te doen gelet op het oplopend verschil tussen de vergoeding die een veehouder ontvangt voor een rund en de prijs die de consument in de winkel betaalt voor rundvlees. Het valt namelijk op dat hetgeen de producent ontvangt vanaf midden 2013 een terugval kent ten opzichte van de consumptieprijzen van rundvlees. Terwijl de karkasprijzen eind 2017 opnieuw gedaald waren tot op het niveau van de prijzen begin 2011, zijn de consumptieprijzen met ongeveer 15 procent gestegen gedurende dezelfde periode van zeven jaar. De trend die al in 2008 werd vastgesteld, is dus nog versterkt.

Als kanttekening plaatst de FOD Economie daarbij dat de winkelprijs van rundvlees exclusief gehakt is, en dus de duurdere rundvleessoorten betreft. Dat verandert echter niets aan de vaststelling dat de prijs voor rundvlees tijdens die periode opwaarts gericht was. Gehakt (19%) is de tweede belangrijkste rundvleessoort in het schap van grootwarenhuizen. Biefstuk staat met een aandeel van 33 procent op één. Stoofvlees is de derde keuze voor de consument.

In 2016 hebben de Belgische veehouders ongeveer 900.000 runderen naar het slachthuis gebracht. Ook voerde ons land meer levende dieren in dan uit. De nettoproductie van de slachthuizen komt op 278.362 ton karkasequivalent. Meer dan twee derde wordt uitgevoerd. De zelfvoorzieningsgraad voor rundvlees in ons land bedraagt 160 procent. In 2013 bedroeg die nog 140 procent. Sinds 2014 vertoont het aandeel koeien en vaarzen een sterke stijging in de slachtingen. Er worden nu meer koeien dan stieren geslacht. De vraag naar meer hamburger en gehakt leidt tot een lagere waardering van het karkas. Edele stukken van het karkas, die biefstuk-waardig zijn, moeten als minderwaardige stukken verwerkt worden.

Hoeveel wordt er dan nog verdiend door de verschillende schakels in de rundvleesketen? Dat bleek niet makkelijk te achterhalen voor de FOD Economie omdat het alleen voor de primaire productie beschikte over nauwkeurige gegevens dankzij de studiediensten van de Vlaamse en Waalse landbouwadministratie. Voor de distributie is het dan weer moeilijk om in te schatten welke kosten specifiek aan de rundvleesafdeling moeten worden toegerekend. Hun kosten zouden ook stijgen door de kleinere porties, de energiekosten, de toename van het aantal labels, enz.

Op basis van de beschikbare data probeerde de FOD Economie de consumptieprijs van rundvlees te reconstrueren. Uit die analyse is gebleken dat driekwart van de prijs wordt verdeeld tussen de verwerking en de groothandel (35 % van de prijs) en de primaire producent (41 %). Het resterende kwart gaat naar de kleinhandel, met inbegrip van de btw. De winstgevendheid van landbouwbedrijven die gespecialiseerd zijn in vleesvee blijft zeer laag en is zelfs vaak negatief. Daar verandering in brengen, vraagt volgens de sectorexpert bij Boerenbond, Roel Vaes, tijd omdat de oplossing moet komen van een betere afstemming tussen vraag en aanbod. “Het vleesverbruik staat onder druk. Er is overaanbod en de betere vleeskwaliteit wordt te weinig gewaardeerd. De sector verkeert in een structurele crisis.” De slechte conjunctuur leidt momenteel reeds tot een dalende productie van vleesvee.

Ondanks de complexiteit stroomafwaarts in de keten doet de FOD Economie toch een aantal vaststellingen. “De winstmarges staan onder druk in alle schakels van de keten. Er duiken nieuwe kosten op en bestaande kosten zijn belangrijker geworden. Dat heeft vooral te maken met de groeiende vraag naar minder hoogwaardige stukken, zoals hamburgers of andere vormen van gehakt vlees. Het vlees van vrouwelijke dieren wordt steeds meer gevraagd, ook magere karkassen (melkkoeien), die minder winstgevend zijn.” Terwijl de karkassen van lage kwaliteit in prijs stijgen, ervaren de gespecialiseerde vleesveehouders die op kwaliteit inzetten grote prijsdruk. 

Vanuit de distributie is er steeds meer vraag naar afgewerkte, voorverpakte en kleinere stukken. Dat zou verband houden met een verandering in consumptie, maar ook met een toenemend tekort aan slagers.  De kleine versnijding, de bereiding en de verpakking van vlees worden steeds belangrijker en worden in toenemende mate uitgevoerd door de verwerkers-groothandelaars zelf. Die taken veroorzaken extra kosten per geproduceerde kilogram vlees. Tot slot wijst de FOD Economie nog op de stijging van de kosten in verband met sanitaire controle en autocontrole. Slachthuizenfederatie FEBEV benadrukt ook de stijging van de transportkosten, vooral als gevolg van de invoering van de kilometerheffing.

Meer info: Studie FOD Economie naar prijssamenstelling rundvlees

Bron: Boer&Tuinder / eigen verslaggeving

Beeld: VLAM

Volg VILT ook via