nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

25.01.2017 Marktdifferentiatie en korte keten 2.0 als nieuwe trend

Landbouw en voeding zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De betrokken sectoren en ook de overheid raken steeds meer van die overtuiging doordrongen. Getuige daarvan de naamsverandering van ILVO naar ‘instituut voor landbouw-, visserij en voedingsonderzoek’ en de aandacht voor voeding in het nieuwe Landbouwrapport. Tijdens Agriflanders in Gent organiseerden ILVO en het Departement Landbouw en Visserij bovendien samen een studiedag over nieuwe trends in voeding. Is er geld mee te verdienen? Wat komt er bij kijken? En waar kunnen geïnteresseerden terecht voor steun, begeleiding en kennis? Vandaag brengen we het verslag van de eerste twee thema’s.

Op de studiedag kwamen in totaal vijf thema’s aan bod: meerwaardecreatie in de veehouderij, slimmer lokaal vermarkten, de vraag naar aromatische hop voor karakterbier, de vraag naar lokaal plantaardig eiwit en het potentieel van insecten voor menselijke en dierlijke consumptie. Telkens werden daarover enkele recente onderzoeksresultaten besproken, waarna een aantal ondernemers over hun ervaringen getuigden. Bedoeling was landbouwers, voedselverwerkers, onderzoekers en voorlichters te informeren en te inspireren.

Anne Vuylsteke van het Departement Landbouw en Visserij mocht de spits afbijten en presenteerde twee recente overheidsstudies: Weg met de eenheidsworst en Potentieel voor Vlaamse meerwaardevleeskippen. Beide rapporten kregen al uitgebreid aandacht op VILT, maar we herhalen kort. Er bestaan al initiatieven voor gedifferentieerd varkensvlees en kip, maar de omvang is beperkt. Het levert meestal een meerprijs op voor de veehouder, maar het is ook niet zonder kosten en risico’s. Bovendien is het niet het ultieme redmiddel voor de sector, want een wildgroei aan labels is noch wenselijk, noch mogelijk op de Vlaamse markt. Tot slot stelde Vuylsteke de vraag “en wat met export? Blijven we bulk produceren voor de buitenlandse en niche voor de binnenlandse markt, of kunnen we ook differentiëren op wereld- of Europese schaal?”.  

Erwin Wauters van ILVO stond daarna stil bij het toenemend aantal melkveehouders dat omschakelt naar bio. Biomelk biedt kansen, maar ook uitdagingen. Zo is er de gunstige prijs en de grote vraag naar biozuivel op korte termijn. Anderzijds is er het kostenplaatje, gebrek aan grond, concurrentie door andere labels en onzekerheid over de grootte van de markt op lange termijn. “Het vergt een volledige herdenking van het productiesysteem en een zoektocht naar meerwaarde voor álle spelers in de bioketen”, besloot hij.

Na Wauters kregen twee vrouwen uit het publiek het woord. De ene had een melkveebedrijf in omschakeling naar bio. Ze vertelde dat er veel investeringen en opleidingen bij komen kijken, maar dat ze haar keuze desondanks niet betreurt. “Van Biomelk Vlaanderen ontvangen we een vaste prijs voor onze melk. Dat biedt zekerheid.” De tweede vrouw was de dochter van een vleesveehoudster die Black Angus kweekt. Ze verdelen hun vlees via deeleenkoe.be. Daarvoor krijgen ze een vaste minimumprijs, die eventueel aangevuld kan worden met een deel van de opbrengst die overblijft na de slacht. Ook zij en haar moeder zijn tevreden over die keuze.

Het tweede thema dat aan bod kwam, was slimmer lokaal vermarkten. Elke Rogge van ILVO had het over het potentieel van samenwerking met steden in lokale voedselstrategieën. Tegen 2020 leeft 80 procent van de bevolking in de steden. Om dat leefbaar te houden, kijken lokale besturen naar de functies die het omringende platteland kan vervullen, zoals voedselproductie en recreatie. Daarenboven is er een zoektocht naar nieuwe samenwerkingsmodellen in de korte keten, waarbij de logistiek deels uit handen van de landbouwers wordt genomen. “Ook dit biedt opportuniteiten”, klonk het. Momenteel worden de mogelijkheden onder meer onderzocht in Gent, Brussel en Oostende.

Cindy Boonen van de landbouwadministratie vulde aan met een aantal knelpunten, steunmaatregelen en aanspreekpunten voor korteketenproducenten. Zo wees ze op ondersteuning via PDPO III (VLIF investeringssteun, gratis bedrijfsadvies via KRATOS), Biobedrijfsadvies, VLAM (promotie en marketing), het Vlaams Ruraal Netwerk, het Steunpunt Hoeveproducten van KVLV en het nieuwe aanspreekpunt Lokaal Voedsel binnen de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG).

Na Boonen stelden Cindy Vanden Abeele van Westreex, Joksie Biesemans van Boeren & Buren en Francois De Putter van Avani hun initiatieven in de korte keten voor. Vanden Abeele verzorgt als zelfstandige de logistiek tussen producenten en detailhandel en horeca in West-Vlaanderen. Dat doet ze nu al sinds 2015 en het loopt goed. Joksie Biesemans is initiatiefnemer van een Buurderij in Gent, die onlangs werd opgestart. Ze brengt lokale landbouwers met een duurzaam product elke week samen met geëngageerde consumenten in een pop-up boerenmarkt op DOK. Francois De Putter van Avani ten slotte werkt naar eigen zeggen aan een professionele korte keten “op grote schaal”. Hij wil een food hub aan de rand van de steden waar 10.000 gezinnen lokaal geproduceerd voedsel kunnen kopen, waar meerwaarde gecreëerd wordt en niets verloren gaat. Die missie hoopt hij in 2017 al concreet te maken.

Morgen verschijnt het verslag van de volgende drie thema’s.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Boeren & buren

Volg VILT ook via