nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.04.2019 Mechanisatie weerspiegelt de trends in landbouw

Landbouwbedrijven worden kleiner in aantal maar groter in omvang. Zowel in de stal als op het veld vereenvoudigt technologie het werk van de boer. Voor de toeleveranciers van landbouwmachines, stallen en staluitrusting schept die trend eigen uitdagingen. Bij de voorstelling van hun jaarlijkse economische dossier had beroepsvereniging Fedagrim het niet alleen over de verkoopcijfers, maar bijvoorbeeld ook over de moeilijke zoektocht naar technisch geschoold personeel. Voorzitter Johan Colpaert maakte duidelijk dat de concurrentie in de sector toeneemt. Investeringen, of het nu om een tractor dan wel een nieuwe stal gaat, worden groter maar het orderboekje van fabrikanten en verdelers staat minder vol.

Jaarlijks rapporteert Fedagrim over de verkoopcijfers van de toeleveranciers van landbouwmachines, gebouwen en staluitrusting. Aan hun economisch dossier kan je een aantal trends aftoetsen, smart farming bijvoorbeeld maar ook de schaalvergroting en specialisering in de landbouw. In de verkoopcijfers van 2018 zie je zelfs het effect van een uitzonderlijk droog seizoen want de verkoop van beregeningshaspels en machines voor gazonvernieuwing piekte.

De schaalvergroting in de landbouw ondersteunt de omzet van machinedealers, die anders klappen zou krijgen door de krimpende boerenpopulatie. De blijvers runnen grotere bedrijven en kopen machines met meer capaciteit om meer werk te kunnen verzetten in dezelfde tijd. Dat zie je bijvoorbeeld aan de verkoop van maaiers voor graslandwinning. Voor het eerst zijn er minder dan 100 maaiers tot 2,8 meter verkocht. Vier op de vijf gedragen of getrokken maaiers zijn breder dan dat. De verkoop van de negen of meer meter brede vlindermaaiers (maaibalk links en rechts van de tractor en één in de fronthef, nvdr.) neemt jaar na jaar toe.

De schaalvergroting bij machines die enkel door de melkveehouderij gebruikt kunnen worden (schudders, harken, enz.), gaat zeer snel, net zoals bij de koeltanks en melkmachines. In andere deelsectoren is het evengoed merkbaar. Zo zie je dat er nog maar half zo veel aanhangwagens als in 2014 verkocht werden, maar het marktaandeel van drieassers met veel capaciteit neemt toe. Bij ploegen laat de capaciteit zich uitdrukken in het aantal ploegscharen. Het marktaandeel van ploegen met vier of minder scharen blijft afnemen. Ploegen tellen vijf of nog meer scharen, maar er worden er steeds minder verkocht. 2018 was een dieptepunt met een totaal van 244 verkochte stuks.

Zonder tractor kan je met de meeste machines weinig zodat de verkoop van tractoren de blikvanger is uit het rapport van Fedagrim. Eind 2017 werden nog gauw heel wat tractoren ingeschreven omdat er in 2018 nieuwe regels voor de uitstoot van tractormotoren in voege traden. Dat verklaart de scherpe terugval in de verkoop van tractoren van minder dan 50 pk, naar 816 stuks vorig jaar. Coördinator federatiewerking Gert Van Thillo nuanceert de daling met 260 stuks want de vraag blijft groot omdat het doelpubliek van onder andere hobbyboeren, paardenliefhebbers, groendiensten en tuinaanleggers steeds groter wordt.

Het aantal verkochte tractoren boven 50 pk bedraagt 2.064 in 2018, een stijging van 2 procent. Dat komt weer meer in de buurt van de verkoopcijfers bij het begin van het decennium. Fedagrim schrijft de daling van de voorbije jaren toe aan de invoering van andere accijnsregels voor tractorbrandstof, wat een afwachtende houding veroorzaakte. Nieuwe reglementering die op basis van snelheid tractoren indeelt in een A- of B-categorie dreigde opnieuw voor verwarring te zorgen bij klanten. Een snelle B-tractor, die meer dan 40 kilometer per uur rijdt, moet jaarlijks naar de keuring en mag alleen een aanhangwagen of getrokken machine trekken die ook gehomologeerd is voor zulke hoge snelheden. Alleen … is dat soort aanhangers nog niet op de markt.

Door de privacyregels heeft Fedagrim geen duidelijk zicht op de eindklant. Dat kunnen landbouwers, loonwerkers maar ook aannemers in de bouw en het grondverzet zijn. Qua marktaandeel blijft New Holland (26,7%) met voorsprong het grootste tractormerk, gevolgd door John Deere, Case, Fendt en Deutz-Fahr. De vijf grootste merken palmen driekwart van de markt in.
In de cabine en onder de motorkap van een tractor huist bij de verschillende merken steeds meer techniek. Dat heeft een prijskaartje. Van Thillo: “De verkoopprijs van tractoren stijgt daardoor, en ook omdat staal en rubber duurder werden. Maar het waren vooral de strengere emissienormen die voor een opwaartse prijssprong zorgden omdat tractoren uitgerust moesten worden met extra roetfilters en het additief AdBlue, dat ook getankt wordt door vrachtwagens.”

Meer elektronica en complexe emissietechnologie in de tractoren stelt nieuwe eisen aan de techniekers werkzaam bij machinedealers die het onderhoud doen. “Vroeger kon een smid elk landbouwwerktuig repareren. Vandaag heb je daar een goed geschoolde technieker voor nodig. Zij zijn veel gevraagd en goed betaald”, legt Gert Van Thillo uit waarom leden-bedrijven vaak moeite hebben met het invullen van een vacature. “Er zijn firma’s die niet kunnen bijblijven met produceren omdat er geen medewerker is om het lasapparaat te bedienen. Vooral in West-Vlaanderen is de krapte op de arbeidsmarkt voelbaar.”

Nog een effect dat machinedealers voelen, is dat ze oude machines en tractoren moeilijker kwijt geraken op de tweedehandsmarkt. Een oude tractor zonder elektronica kon je als gebruiker relatief goedkoop rijdend houden. Hoe meer elektronica in een tweedehands tractor hoe risicovoller de aankoop. Door de schaalvergroting van landbouwbedrijven wordt tweedehands aankopen ook minder aantrekkelijk. De afdankertjes van grote landbouw- en loonwerkbedrijven zijn ook niet bepaald de pk-klasse waar hobbyboeren en paardenhouders naar op zoek gaan.

Tot voor kort was export naar Oost-Europa een dankbare uitweg voor een dealer om geen kapitaal aan overgenomen machines te zien wegroesten op de parking. Dat wordt lastiger nu landbouwbedrijven in Polen en de omliggende landen vaker nieuw materiaal kopen door de investeringssteun die ze ginds ook ontvangen. Zo is er ter plekke een tweedehandsmarkt ontstaan. “Sommige Belgische machinedealers zijn failliet gegaan aan tweedehandsmachines die ze te duur overnamen en vervolgens niet verkocht kregen”, klinkt het ongerust bij Fedagrim. Een lagere overnameprijs lijkt de enige uitweg. “In het verleden rekende men op een mooie tweedehandswaarde. In de toekomst moeten loonwerkers en landbouwers een nieuwe aankoop rendabel rekenen met het werk dat met de machine dient te gebeuren”, suggereert Dominique Emond, verkoop- en marketingmanager bij machinefabrikant Pöttinger.

Meer info: Economisch dossier Fedagrim (2018)

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via