nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

23.04.2015 "Meer voedselzekerheid mogelijk door aanpassing dieet"

Op de vraag of we de groeiende wereldbevolking kunnen voorzien van voldoende gezond en kwalitatief voedsel geproduceerd door een duurzame landbouw, antwoorden professor Tim Benton van de Universiteit van Leeds en professor Rudy Rabbinge van de Wageningen Universiteit volmondig ja. Voorwaarde is wel dat we in het Westen onze voedingsgewoonten aanpassen en dat we met behulp van de best beschikbare technieken de landbouwproductie kunnen opdrijven zonder het milieu extra te belasten. Overschakelen naar biolandbouw is daarbij uit den boze. “Dat is een luxe en zeker geen noodzakelijkheid voor een meer duurzame landbouw”, zegt Rabbinge.

Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) en de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent nodigden beide sprekers uit voor een studiedag onder de noemer ‘Ecologie en biotechnologie samenbrengen voor een duurzame landbouw’. Zowel Benton als Rabbinge zijn ecologen die de voedselzekerheid bestuderen. Beide professoren kregen de kans om uit te leggen hoe we kunnen komen tot wereldwijde voedselzekerheid op basis van duurzame landbouw. Hoewel hun verhaal in grote lijnen gelijk loopt, leggen ze elk toch andere accenten. Ook de mogelijke oplossingen die ze aanreiken, lopen wat uiteen.

Voedselzekerheid betekent dat er voldoende kwaliteitsvol en betaalbaar voedsel beschikbaar is om iedereen te voorzien in een gezond leven. Er zijn volgens professor Benton vele redenen waarom voedsel vandaag een zorg is en die zorg zal alleen maar toenemen. Enerzijds is er de sterk stijgende vraag naar voedsel. Niet alleen omdat de wereldbevolking groeit, maar ook omdat door de stijging van de welvaart in bepaalde regio’s het voedingspatroon verandert: hoe hoger het jaarloon, hoe meer calorieën een mens verbruikt. Tegelijkertijd houden ook de sterk geglobaliseerde handelsstromen een gevaar in. Onrust in een bepaald gebied kan de voedselbevoorrading van een bevolking in het gedrang brengen.

Daarnaast is er ook nog de onzekerheid over de impact van de klimaatverandering. “Voor sommige regio’s zal dit een zege zijn, voor andere juist een ramp”, klinkt het. De competitie voor water en grond is een andere factor die onze voedselzekerheid op de helling kan zetten. Zo’n 70 procent van de wereldwijde watervoorraden wordt vandaag gebruikt voor landbouw. “Wanneer andere regio’s de voedingsgewoonten van het Westen gaan overnemen, dan hebben we tegen 2050 120 procent meer water en 42 procent meer grond nodig”, berekende de Britse professor.

Hoewel er volgens hem geen twijfel over bestaat dat de wereld in staat is meer te produceren zonder de milieu-impact te verhogen, lijkt een enkele focus op duurzame landbouw in zijn ogen niet de oplossing. “Er bestaat geen magische oplossing. Zo klinkt streven naar een meer duurzame landbouw eenvoudig, maar dat is het niet. Wanneer we in het Westen te strenge voorwaarden gaan opleggen aan de voedselproductie, dan gooit dat de marktwerking roet in het eten. De productie zal zich dan alleen verplaatsen naar andere regio’s waardoor daar de biodiversiteit wordt aangetast, bijvoorbeeld door ontbossing”, beseft Benton.

Hij ziet dan ook veel meer heil in het aanpassen van onze voedingsgewoonten. “We moeten onze vraag naar voeding in evenwicht brengen met onze vraag naar meer biodiversiteit. We willen allemaal veilig, gezond, kwalitatief, voldoende voedsel dat tegelijk goedkoop is, maar dat is onmogelijk. Daarom moeten we zoeken hoe we voeding op een andere manier kunnen waarderen dan enkel op basis van prijs. De vraag die zich daarbij opdringt, is hoe we supermarkten kunnen uitdagen om op andere zaken te concurreren dan enkel op prijs, zoals dat nu vaak het geval is”, beweert de professor van de Universiteit van Leeds. Volgens hem ligt de sleutel in handen van de consument.

Ook onze “massale consumptie van vlees” is daarbij uit den boze. “Vandaag produceren we wereldwijd voldoende calorieën om 11 miljard mensen te voeden, maar enkel en alleen al het voedsel van vier miljard mensen wordt gebruikt om vee te voeden om ons zo van voldoende vlees te voorzien”, zegt Benton. Hij pleit er dan ook voor om de vleesconsumptie in het Westen fors aan banden te leggen. Tegelijk ziet hij ook een probleem in overconsumptie. In de westerse wereld eten we 20 procent teveel aan calorieën. Dit zorgt er niet alleen voor dat andere mensen op de wereld tekorten hebben, ook betekent het een enorme gezondheidskost.”

Een laatste aanpassing in ons eetpatroon betreft de voedselverspilling. “Vandaag gaat een derde van alle voeding verloren of wordt het verspild. Als je alleen al bekijkt wat er in Europa en de Verenigde Staten aan voedsel wordt weggegooid, dat komt overeen met 230 miljoen ton of de totale productie van heel de Afrikaanse sub Sahara-regio.” Volgens de Britse professor komt het allemaal neer op kiezen: in welke wereld wil ik leven en wil ik dat mijn kinderen zullen leven? Benton beseft dat een dergelijke gedragsverandering niet eenvoudig zal zijn. “Maar was onze huidige houding ten aanzien van roken 20 jaar geleden ook niet ondenkbaar?”

Professor Rudy Rabbinge van de Nederlandse Wageningen Universiteit volgt in grote lijnen de redenering van Tim Benton, maar legt hier en daar toch een aantal andere accenten. Waar Benton vooral focust op een drastische vermindering van onze vleesconsumptie, is volgens Rabbinge een overschakeling van een westers naar een mediterraans dieet al voldoende. Dit is een voedingspatroon gebaseerd op onder meer olijfolie, vis, peulvruchten, pasta en verse kruiden die zout vervangen. “Het bevat veel meer onverzadigde vetzuren, wat het gezonder maakt en tegelijk is de ecologische voetafdruk van dit dieet een heel stuk kleiner dan die van het westerse dieet”, klinkt het. Maar een aanpassing van de voedingsgewoonten is volgens Rabbinge maar een deel van de oplossing. Hij ziet ook heil in wetenschap en techniek om de productie te verhogen.

Daarnaast ziet de Nederlandse professor ook een heel belangrijke rol weggelegd voor Afrika. “Dit continent heeft ontzettend veel potentieel op vlak van voedselproductie. Er gaapt een grote opbrengstkloof tussen Afrika en de rest van de wereld. Die kloof overbruggen brengt veel meer op dan in andere regio’s te streven naar bijkomende opbrengstverhogingen of dan nieuwe landbouwgronden te ontginnen.” De diversiteit aan landbouwsystemen, verweerde bodems en plant- en dierziekten zorgen er onder meer voor dat het continent onvoldoende opbrengsten haalt, meent Rabbinge. Hij is dan ook voorstander van een Afrikaanse groene revolutie.

Tegelijk pleit hij ervoor om alle dogma’s, vooroordelen en mythes overboord te durven gooien in de zoektocht naar voedselzekerheid. “Eén daarvan is onze houding tegenover biologische landbouw. Dit wordt vaak gezien als het summum van duurzame productie, maar dat klopt niet. Je hebt bij biolandbouw 60 keer meer landbouwgrond nodig dan bij gangbare landbouw om evenveel voedsel te produceren. Uiteindelijk is het niet meer dan een luxe, zoals aardbeien eten in de winter. We hebben het niet nodig om de duurzaamheid van ons voedselsysteem te verhogen. We zullen er zeker de wereld niet mee redden”, aldus Rabbinge.

Ook voor biobrandstoffen is hij niet mals. “De Europese wetgeving verplicht de lidstaten om biobrandstoffen aan te wenden voor 5,75 procent van alle transportbrandstoffen. “Maar biobrandstoffen zijn totaal niet efficiënt en ze nemen de plaats in van voedselproductie. Europa zit er met deze wetgeving totaal naast”, stelt de Nederlandse professor scherp. Ook de houding van de EU tegenover ggo’s wordt door hem gehekeld. Voor voeding en landbouw worden ggo’s geband, maar bijvoorbeeld in de medische sector zijn ze wijd verspreid. “Ik wil geen pleidooi houden voor ggo’s, maar we mogen ze ook niet uitsluiten in onze zoektocht naar voedselzekerheid.”

Tot slot breekt Rabbinge ook een lans voor grondloze landbouw. “Vandaag bestaan er al heel veel vormen van grondloze landbouw. Vaak wordt er negatief naar gekeken, maar dat hoeft niet. Het kan een waardevolle manier zijn om voedsel te produceren.” Ook stadslandbouw heeft volgens hem potentieel. “In veel steden staan er een heleboel kantoorgebouwen leeg. Waarom deze niet gebruiken voor voedselproductie”, klinkt het.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via