nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

14.06.2016 Meerproductie melk van 2015 volledig in Europese opslag

Momenteel is er voor bijna drie miljard kilo aan melkequivalenten in de opslag geplaatst in de Europese Unie. Dat liet de Dutch Dairy Board becijferen door een wetenschappelijk bureau. “Deze hoeveelheid komt overeen met de totale meerproductie van de 28 EU-lidstaten in 2015 in vergelijking met 2014”, klinkt het. Volgens de organisatie is het dan ook zinloos om een derde opslagronde op poten te zetten. “Het is inefficiënt gebruik van Europese gelden, terwijl deze melk in de opslag de markt nog zeer lang zal overschaduwen”, zegt de Dutch Dairy Board.

De organisatie begrijpt naar eigen zeggen niet dat er nog steeds zuivelwoordvoerders zijn die volharden in hun bewering dat niet het Europese aanbod maar de wereldwijd achterblijvende vraag de oorzaak is van de lage opbrengstprijs van melk. “Wie de zuivelexportcijfers van zowel 2014 als 2015 bekijkt, ziet dat er in beide jaren een niet geringe stijging is geweest van de export, ondanks het Russische embargo. Maar de melkproductie in de EU steeg echter zo buitenproportioneel dat hiervoor geen ruimte is op de markt”, stelt de Nederlandse afdeling van de European Milk Board.

Meer nog, de ruim drie miljard kilo melk die in 2015 meer werd geproduceerd dan in 2014, is voor 75 procent gerealiseerd door slechts vijf van de 28 Europese lidstaten. Zo kwam de meerproductie van melk voor 50 procent uit Ierland en Nederland, terwijl het Verenigd Koninkrijk, Polen en Frankrijk gedrieën goed waren voor 25 procent van de meerproductie. “Nu het duidelijk is dat bijna de jaarlijkse meerproductie van melk in de opslag van de Europese autoriteiten ligt, is het tijd voor noodzakelijke en effectieve stappen”, luidt het.

Een derde interventieronde is volgens de Dutch Dairy Board (DDB) alvast geen effectieve oplossing. “Het houdt de melkprijs op een zeer laag niveau, het drukt nog zeer lang op de markt en het geeft geen noodzakelijke prikkel om het aanbod aan te passen aan de daadwerkelijke vraag. Alleen de zuivelverwerkers hebben baat bij deze voor verwerkers gegarandeerde opbrengstprijs die ook bij hen geen enkele prikkel geeft om de markt op orde te krijgen.” De organisatie beweert dat het huidige beleid onherstelbare schade aanricht aan de gezinsbedrijven in de melkveehouderij en de sociale structuur op het platteland.

Daarom roept DDB de Nederlandse overheid op, om in navolging van Duitsland, geld vrij te maken om de markt op te schonen via een vrijwillige beperking van de melkproductie. “Nu is aangetoond dat de Nederlandse zuivelsector zo een grote invloed heeft op de stijging van de Europese melkproductie, is dat een goed signaal naar onze Europese collega’s die hun burgers steeds vaker oproepen om nationale melk te kopen. Dat verdringt de Nederlandse zuivel nog verder naar de productie van bulkproducten voor de wereldmarkt en is niet in het belang van de totale Nederlandse zuivelsector én onze economie”, aldus de organisatie.

In ons land drong het Agrofront, dat landbouworganisaties Boerenbond, ABS en FWA verenigt, recent nog aan op “tijdelijke productieregulerende systemen op Europees niveau” als oplossing voor het overaanbod. Ook de Belgische Confederatie Zuivel (BCZ) benadrukte op haar jaarvergadering vorige week dat een wezenlijk herstel van de zuivelmarkt pas mogelijk is wanneer Europa tijdelijk minder melk produceert. Stilaan lijken ook de Europese landbouwministers meer en meer overtuigd dat een vrijwillige productiebeperking met financiële stimulans vanuit Europa nodig is om de negatieve spiraal te doorbreken. Een beslissing hierover wordt verwacht op de Europese Landbouwraad die doorgaat op 27 en 28 juni.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via