nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

09.12.2017 Meeste oogstmachines en zelfrijders mogen de weg op

Sinds Vlaanderen door de zesde staatshervorming bevoegd is voor uitzonderlijk vervoer wordt strikt toegekeken of alle verplichte documenten aanwezig én juist ingevuld zijn. Zo strikt dat een aantal loonwerkers met de handen in het haar zitten omdat zij het papierwerk voor hun grote zelfrijders (oogstmachines en mestinjecteurs) niet in orde krijgen. Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V) kaartte dit aan bij bevoegd minister Ben Weyts. “Onder federaal toezicht werden de voorschriften veel minder strikt gecontroleerd, maar voor uitzonderlijk vervoer is dit toezicht noodzakelijk”, verdedigt de minister de strenge aanpak van zijn administratie. Het lijkt erop dat loonwerkers een aantal mastodonten van machines met niet vergunbare afmetingen of aslasten op een dieplader naar het veld zullen moeten voeren.

Landbouwvoertuigen die vallen onder de regelgeving ‘Uitzonderlijk vervoer’ moeten beschikken over een vergunning. Deze vergunning dient periodiek hernieuwd te worden en is alleen verkrijgbaar op vertoon van het proces-verbaal van benaming of goedkeuring. Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer constateert dat na de bevoegdheidsoverheveling van het federale naar het Vlaamse niveau strikt(er) wordt toegekeken op het verlenen van vergunningen uitzonderlijk vervoer. “Dit zorgt soms voor problemen. Gebruikers willen zich graag in regel stellen, maar weten vaak niet hoe. Wie zich toch met de zware oogstmachines op de openbare weg waagt, riskeert zware boetes”, weet De Meyer.

Het probleem kwam ook VILT ter ore via Fedagrim, de sectorfederatie die de belangen verdedigt van onder meer de firma’s die landbouwmachines verkopen en onderhouden. Ook zij zitten gewrongen met de vergunningsproblematiek want het originele proces-verbaal met de voertuigbeschrijving is soms zoek en van oudere machines is niet altijd een technische fiche beschikbaar bij de invoerder. VILT liet een verkoper én een gebruiker van dergelijke grote en zware machines hun verhaal doen. De Meyer vindt het belangrijk om weten hoe de gebruikers van grote oogstmachines en zelfrijders voor mest zich in regel kunnen stellen als de technische fiche ontbreekt. Meer algemeen hoopt hij van de minister garanties te krijgen dat de broodwinning van deze mensen, veelal loonwerkers die werken in opdracht van landbouwers, niet verder in gevaar komt.

Vlaams minister Ben Weyts, bevoegd voor mobiliteit en dus ook voor uitzonderlijk vervoer, weet zeer goed dat de controle strikt is en de federale overheid in het verleden soepeler omsprong met deze regelgeving. Maar hij verdedigt de strenge aanpak van zijn administratie: “Voor uitzonderlijk vervoer is dit toezicht noodzakelijk omdat het een grotere belasting is voor de wegen. Te laks omgaan met de regels kan bovendien de verkeersveiligheid erg negatief beïnvloeden.”

Daarmee zijn de problemen van loonwerkers natuurlijk nog niet van de baan. Vaak vinden ze hun oorsprong in fouten uit het verleden, zo onthult minister Weyts: “Mijn administratie merkte een aantal onjuistheden op in de verklaringen dat landbouwmachines ‘conform het technisch reglement’ zijn. Het totaalgewicht en de massa per wielas zijn bij het merendeel van de aanvragen correct doorgegeven. Voor een substantieel aantal voertuigen kloppen evenwel de afmetingen niet.” Het betreft geen vergissingen, maar creatieve afrondingen van de maten zodat een vergunning uitzonderlijk vervoer bekomen wordt met een langere looptijd. Aan elke aanvraag is namelijk een administratiekost verbonden. Bij technisch nazicht komt soms ook aan het licht dat het voertuig aanpassingen onderging na de initiële aankoop zodat de technische fiche geen correct beeld meer geeft van de oogstmachine.

Onoverkomelijk is dat volgens minister Weyts niet: “Na aanpassing van hun dossier aan de correcte voorschriften kunnen voertuigen die niet conform bleken aan het technische reglement alsnog als gelijkwaardig worden beschouwd. Ze bekomen dan een vergunning met een looptijd van 1 jaar in plaats van 5 jaar, maar deze voertuigen kunnen reglementair de baan op. Slechts sommige types voertuigen vormen een probleem. Daarvoor bekijkt het Agentschap Wegen en Verkeer met de constructeurs wat de mogelijkheden zijn.”

Tot slot garandeert de minister dat landbouwvoertuigen die aan de regels beantwoorden met een vergunning uitzonderlijk vervoer de openbare weg op kunnen. Hetzelfde kan niet gezegd worden van voertuigen die destijds op basis van foutieve verklaringen een vergunning kregen. Het zou kunnen dat die oogstmachines of andere zelfrijdende landbouwvoertuigen geen vergunning meer krijgen. Praktisch zou dat betekenen dat de loonwerkers ze met een dieplader, getrokken door een tractor of een vrachtwagen, moeten transporteren naar het veld, waar ze dan alsnog hun werk kunnen doen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via