nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

20.06.2016 "Melkprijsvergelijking is peper en zout van discussie"

Milcobel, de zuivelcoöperatie die momenteel 3.000 leden-melkveehouders telt en inmiddels ruim 1,4 miljard liter melk verwerkt, heeft in een hoog ritme geïnvesteerd om in het post-quotumtijdperk een stuk stabilisatie in de melkprijs te kunnen bouwen. Door het inzetten op activiteiten met meerwaarde zoals roomijs en kaas is Milcobel er beter in geslaagd dan in 2009 om het diepe dal te bufferen. “Helaas duurt de crisis te lang om dit te blijven doen”, zegt afscheidnemend voorzitter Guido Veys. Hij is er van overtuigd dat de coöperanten de vruchten van het veranderingsproces zouden plukken als de zuivelmarkt zo geen stokken in de wielen zou steken. Van – correct geïnterpreteerde – melkprijsvergelijkingen met andere zuivelbedrijven zijn ze bij Milcobel niet bang.

De zuivelverwerker Milcobel onderging de voorbije jaren een ware metamorfose. De coöperatie Milcobel blijft daarentegen de vertrouwde waarden uitstralen, ook al werd de inspraak van de leden in een moderner kleedje gegoten. Kort samengevat is dat de (r)evolutie die vooral in de productiesites te Kallo, Moorslede en Langemark heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van zijn afscheid als voorzitter van de coöperatie publiceert VILT een uitgebreid interview met Guido Veys. De melkveehouder uit Ruddervoorde gaat dieper in op de vele veranderingen bij Milcobel: de recente investeringen in een breed gamma aan zuivelproducten, de relatie tussen de coöperatie en haar leden die herijkt werd, het beter presteren als groep in plaats van als optelsom van individuele bedrijven, de professionalisering die zich doorzet in alle delen van het bedrijf, enz.

In 2014 liet CEO Eddy de Mûelenaere in dit interview aan VILT verstaan dat Milcobel datzelfde jaar nodig zou hebben om te herstructureren en er daarna zeker nog een jaar zou volgen om alle veranderingen te implementeren. De boodschap aan de leden-melkveehouders was dat ze enig geduld moesten uitoefenen alvorens de investeringen zouden renderen. Ondertussen is het 2016, gaat de melkveehouderij wereldwijd door een diep dal en kunnen de vruchten van de investeringen bij Milcobel niet geplukt worden door dramatisch lage prijzen voor zuivel.

Hoewel de markt tegenzit, staat het naar verluidt vast dat Milcobel in positieve zin geëvolueerd is. Als de zuivelprijzen weer aantrekken, moet dat weerspiegeld worden in het melkgeld voor de coöperanten. In afwachting daarvan baseert uittredend voorzitter Guido Veys zich op de rapportering die Milcobel nu veel beter dan in het verleden in de vingers heeft. “Zowel operationeel als commercieel wordt er op een eenduidige manier gerapporteerd. Zwakke plekken in de onderneming worden blootgelegd en kordaat aangepakt. Als de markt straks aantrekt, dan staat er een Milcobel in goede vorm klaar om daarop in te spelen. Na de melkcrisis in 2009 lag dat anders. Toen waren we zo druk met het bouwen aan de groep Milcobel dat de efficiëntie beter kon.”

Efficiëntiewinsten laten zich bij een grote onderneming als Milcobel uitdrukken in enkele euro’s winst per 100 liter melk die verwerkt wordt. Zet daar een wispelturige zuivelmarkt tegenover die met 10 tot 20 euro kan fluctueren en je weet waarom je de sterkte of zwakte van Milcobel niet mag beoordelen in het licht van de huidige melkprijs. De nieuwe poedertoren operationeel krijgen, ziet Guido Veys als de grote uitdaging van dit jaar om helemaal klaar te zijn voor de dag dat er marktherstel optreedt.

Een timing durft hij zelf niet kleven op een heropleving van de zuivelmarkt. “Er zijn voorzichtige tekenen van een kentering, of men gaat er op zijn minst vanuit dat de bodem inmiddels bereikt is. Niemand weet het zeker omdat zoveel factoren de melkprijs beïnvloeden: economische groei, wisselkoersen, politiek, enz. De enige zekerheid is de volatiliteit van de vrije markt en de harde wetmatigheid dat de beste remedie tegen lage prijzen nog lagere prijzen zijn (door productie-uitval, nvdr.). Probeer daar maar eens mee om te gaan als individuele landbouwer.”

Het inkomen van de leden-melkveehouders wordt gemaakt of gekraakt door de melkprijs zodat we van de voorzitter willen weten hoe (on)comfortabel hij zich voelt bij melkprijsvergelijkingen met andere zuivelbedrijven. Veys omschrijft het als een haat-liefde verhouding. “Melkprijsvergelijkingen zijn al 20 jaar oud. Voor de discussies in vakgroepen, boerenkringen en studieclubs zijn ze de peper en het zout. Eerder dan met de melkprijs van de maand ben ik als voorzitter van Milcobel bezig geweest met de vraag hoe de coöperatie op langere termijn een correcte vergoeding kan blijven betalen.” De standvastigheid die Milcobel typeert, is een deugd waarover niet alle sterke betalers uit het verleden beschikten. “Een aantal onder hen deed zich sterker voor dan ze waren. Anderen zijn niet actief gebleven in Vlaanderen.”

Eén bijzonder punt van kritiek op melkprijsvergelijkingen wil Guido Veys graag kwijt. “Een aantal jaar geleden was deze Europese oefening relevanter. Nu moet je de ‘bijsluiter’ lezen – wat niemand doet – om de prijzen te doorgronden.” Achter de verschillen in melkprijs gaan volgens de Milcobel-voorzitter steeds grotere verschillen in overheidsbeleid schuil, andere relaties met de retail, een sterke thuismarkt of grote marktafscherming zoals in Zwitserland. Bovendien is de gepubliceerde melkprijs nog wat anders dan de afrekening van het melkgeld die de producent op zijn rekening ziet verschijnen.

Moe wordt Veys van de bewering dat Milcobel slecht zou presteren. De eigen coöperatie voert het peloton weliswaar niet aan, maar verdient volgens de voorzitter wel een gemiddeld goed rapport. “Vergelijk je met zuivelgroepen die in dezelfde omstandigheden als Milcobel opereren, dan doen we het heel behoorlijk. Daarmee hoor je me niet zeggen dat de melkprijs momenteel goed is.” Wat er ook van mag wezen, de Milcobel-melkprijs is ontegensprekelijk de referentie in de markt en dat weten ze in Kallo ook, maar de boeren-bestuurders maken er zich niet druk om. Veys: “Milcobel vaart zijn eigen koers door enkel naar het eigen presteren te kijken en op basis daarvan de maximaal haalbare melkvergoeding te betalen aan zijn leden. Het gaat dus om een verdeling van het bedrijfsresultaat onder de coöperanten met dien verstande dat de financiële gezondheid van Milcobel heel belangrijk is.”

Guido Veys beseft dat de coöperatie gezond houden in crisistijd wil zeggen dat de volatiliteit van de markt afgewenteld wordt op de leden wanneer de productportefeuille het dal niet langer kan bufferen zoals dat nu het geval is. Het alternatief – de sputterende markt opvangen vanuit het eigen vermogen van Milcobel – is onmogelijk. Dat zou volgens Veys neerkomen op het ‘uitmelken’ van de coöperatie en derhalve een forse hypotheek op de toekomst leggen. “De melkprijs met één euro optrekken, kost Milcobel op jaarbasis meer dan 10 miljoen euro”, rekent hij voor. “Het financiële leed op boerderijen is met die ene euro niet geledigd, daar is momenteel zeker vijf euro extra voor nodig. Gelet op het eigen vermogen van 140 miljoen euro is dat 50 tot 60 miljoen euro die de coöperatie niet kan ophoesten.”

Na de winstuitkering aan de leden staat er op de jongste resultatenrekening van Milcobel nog anderhalf miljoen euro. Daarmee geeft Veys aan dat de coöperatie geen grote winsten opbouwt. Zoals de leden de dalen van de zuivelmarkt voor de kiezen krijgen, zo worden ook de pieken zonder afroming omgezet in melkgeld. De prijsvolatiliteit bufferen met een melkprijscontract zoals ze dat bij Danone kennen, zit er bij Milcobel niet aan te komen. Het is de keuze voor diversiteit én schaal in zuivelverwerking waarmee de coöperatie de klappen van de zuivelmarkt naar best vermogen wil helpen opvangen. Veys is wel zo sportief om toe te geven dat Milcobel niet opgewassen is tegen de volatiliteit die de markt nu vertoont. Dat laat zich ook aflezen uit de melkprijs. Bij het begin van de crisis heeft Milcobel zich nog lange tijd sterk proberen te houden, maar als geen enkel zuivelproduct de schijn van spoedig marktherstel hoog kan houden dan wordt de bodem onder de melkprijs weggeslagen.

Het tij zal keren want, zo zegt de ervaren melkveehouder en coöperatievoorzitter, “bij deze prijzen zijn er weinig of geen plekken in de wereld waar het rendabel is om koeien te melken”. Dat werd recent nog bevestigd door de IFCN-conferentie die begin juni plaatsvond te Gent. In die zin is de beste remedie tegen een lage prijs een nog lagere melkprijs, maar met dat scenario houdt Veys liever geen rekening gelet op de familiale melkveebedrijven in eigen regio die tegen zoveel volatiliteit niet opgewassen zijn.

Het is beangstigend hoezeer de grenzen van het door Veys geliefde familiale bedrijfsmodel steeds verder opgerekt worden. De melkveehouderij telt in eigen land steeds minder maar grotere bedrijven. Met ongeveer 8.000 zijn ze nog, de dappere Belgen die koeien melken. Ter vergelijking: in 1980 waren er hier 55.000 (!) melkveehouders actief. De jonge generatie bedrijfsleiders is op steeds grotere melkveebedrijven aan het flirten met de grenzen van de eigen draagkracht. Daarom suggereert Veys dat samenwerking tussen boeren onderling of het aantrekken van vreemde arbeid in regulier dienstverband de grote opdracht wordt voor de komende jaren. Melkveehouders moeten af van het stramien van zeven-dagen-op-zeven werken. Veys gelooft dat de melkveehouder van morgen minder ‘slaaf’ zal zijn van het eigen bedrijf dan de landbouwer die het bedrijf alleen met familiale arbeid moest rechthouden. Nu al ziet hij experimenten van drie melkveehouders die samen één medewerker aantrekken, en er zo een sociaal leven op na kunnen houden.

Hoe de melkveehouderij er zal uitzien over 20 jaar durft hij niet voorspellen, “zeker is dat de sector zich zal blijven ontwikkelen en dat schaal daarin een belangrijke rol zal spelen”. Hij verwacht zich aan een verdere technologische vooruitgang, aan maatschappelijke eisen maar ook aan niet te voorziene zaken die hun stempel zullen drukken. Positief over de toekomst is Guido Veys in de zin dat hij gelooft in het aanpassingsvermogen van de sector. “De meest essentiële productiefactor voor eender welke ondernemer is positief denken”, benadrukt hij. “Als ik in het buitenland kom, dan heb ik altijd wel redenen om te denken dat de melkveehouderij in eigen regio tegen zijn grenzen aanloopt maar iedere keer heb ik ook redenen die me sterken in de overtuiging dat het hier zo slecht nog niet is.”

Lees het volledige interview met Guido Veys hier.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Milcobel

Volg VILT ook via