nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

21.09.2017 Mengvoederindustrie kiest bewust voor kleinere sojaboer

De ngo Trias vestigde deze week de aandacht op een project samen met Colruyt dat er op gericht is om kleinschalige sojatelers in Brazilië aansluiting te laten vinden bij de Round Table for Responsible Soy (RTRS). Het kan contradictorisch lijken, maar maatschappelijk verantwoorde soja is meestal afkomstig van grote plantages en niet van kleine boerderijtjes. Certificatie brengt nu eenmaal administratieve rompslomp met zich mee, en daar zijn grote bedrijven meestal beter in. “De Belgische mengvoederindustrie zou het zich makkelijk kunnen maken door soja aan te kopen bij mastodontbedrijven die tot 20.000 hectare soja telen. Maar dat doen we met opzet niet”, zegt Yvan Dejaegher van beroepsvereniging BEMEFA.

De ngo Trias begeleidt in de Braziliaanse deelstaat Goias 28 boerengezinnen bij het telen van maatschappelijk verantwoorde soja. Voor kleine boeren spreekt het niet vanzelf om te voldoen aan alle criteria van de Round Table for Responsible Soy (RTRS). Ze zijn het niet gewend om alle teeltpraktijken te documenteren zodat de bijbehorende administratie vaak het struikelblok is voor de productie van gecertificeerde soja. Met de financiële steun van Colruyt, die met 75.000 euro de extra inspanningen voor de duurzame teelt van 30.000 ton soja bekostigde, wil Trias daar wat aan doen. De kleinschalige sojatelers krijgen drie jaar de tijd om te voldoen aan alle criteria van maatschappelijk verantwoorde soja.

In de opstartfase van het project kreeg Trias raad van BEMEFA, de beroepsvereniging van mengvoederfabrikanten. “In feite doen wij al langer hetzelfde als Trias want in de vijf regio’s waaruit we soja betrekken, investeren we in een programma dat boeren begeleidt bij de certificering van duurzaam geproduceerde soja”, zegt Yvan Dejaegher, directeur-generaal van BEMEFA. “We brachten Trias ook in contact met het Initiatief Duurzame Handel (IDH) om bovenstaand project te realiseren met Colruyt.

De doelgroep van Trias en BEMEFA is wel verschillend want de ngo richt zich logischerwijze op kleine boerenbedrijfjes die moeilijk aansluiting vinden bij de markt. De Belgische mengvoederindustrie koopt zijn soja daarentegen bij bedrijven met een soja-areaal van gemiddeld 500 hectare. Naar Braziliaanse normen zijn dat middelgrote bedrijven. Dejaegher: “Ook die middelgrote bedrijven hebben ondersteuning nodig bij de certificatie. We kiezen dus niet de makkelijkste weg. Als we soja zouden aankopen bij mastodontbedrijven met 10.000 en soms zelfs 20.000 hectare, dan hadden we ons tonnage snel bijeen en hoefden we ons de administratie niet aan te trekken. Die grote bedrijven zijn immers beter gestructureerd en hebben de certificatie op orde.”

De soja afnemen bij een beperkt clubje grote telers zou vatbaar zijn voor kritiek zodat BEMEFA verkiest om meer Braziliaanse boeren te bewegen tot certificatie. Waar Trias de familiale boeren in drie jaar tijd aansluiting probeert te laten vinden bij RTRS, hanteert BEMEFA een eigen standaard die daar nauw bij aanleunt. “Onze maatschappelijk verantwoorde soja gaat op bepaalde aspecten verder dan RTRS. Zo mag de soja niet geteeld zijn op een perceel dat ontbost is na 2006, waar RTRS 2011 als vertrekpunt neemt. Omgekeerd zijn er een aantal RTRS-criteria die we lieten vallen omdat ze administratieve rompslomp, zoals registratie van teelthandelingen, met zich meebrengen waar boeren op afknappen.”

Waar de soja van de 28 boeren die door Trias begeleid worden niet naar België verscheept wordt, gebeurt dat uiteraard wel met de soja die de Belgische mengvoederindustrie aankoopt. “Onze ambitie is alleen duurzaam gecertificeerde soja importeren. Logistiek is dat interessanter dan een aparte stroom te creëren van 30.000 ton soja uit Goias. Niet alleen de afzonderlijke stockage en het transport vanuit Brazilië zouden een uitdaging vormen. De soja zou in eigen land ook afzonderlijk ingemengd moeten worden in het voeder, waarna ook de varkens exclusief voor Colruyt gekweekt en geslacht moeten worden. Dat zou resulteren in een onrealistisch hoge meerprijs voor het vlees”, aldus Dejaegher. Kortom, BEMEFA juicht het Trias-project toe maar ziet die soja nog niet zo snel in België belanden. In die zin is het vooral een aanvulling op de inspanningen van BEMEFA om enkel gecertificeerde soja aan te kopen en in te voeren.

Trias opperde voorzichtig het idee om in de toekomst met diezelfde familiale boeren te streven naar ggo-vrije sojateelt. Ze zouden zich zo kunnen onderscheiden in de markt, maar Yvan Dejaegher denkt dat de telers zich vooral uit de markt zouden prijzen. “De afnemers zullen hen een extra bonus moeten geven om het duurdere zaaizaad te vergoeden, en de logistieke meerkosten voor het apart houden van de oogst. Beeld je in dat de oogst van verschillende boeren met elk 50 hectare ggo-vrije soja naar een opslag moet, vandaar per truck naar de haven in Brazilië en per schip naar de haven van Rotterdam. Nooit mag er vermenging optreden met ggo-soja of met niet-gecertificeerde soja. Reken maar op een meerprijs van 30 procent wanneer die soja in Rotterdam toekomt.”

Net daarom profileren de sojaproducenten in Europa, die vooral rond de Donau actief zijn, zich nadrukkelijk als ‘ggo-vrij’. Zij onderscheiden zich zo van de concurrentie uit Zuid-Amerika, maar worstelen nog met de hoge transportkost van vrachtvervoer.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via