nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

06.06.2017 Merkbare ammoniakreductie door VLIF-steun voor stallen

In De Morgen werden vraagtekens geplaatst bij de ondersteuning die de Vlaamse overheid geeft aan het ammoniakemissiearm maken van stallen. De krant heeft het over een half miljard euro steun sedert 2004 – in werkelijkheid 172 miljoen euro Vlaamse én Europese steun –, een emissie die nauwelijks daalt en te weinig controle op de werking van luchtwassers. Nochtans kwam een extern consultancybureau vorig jaar tot de conclusie dat de investeringssteun voor de periode 2007-2013 een belangrijke bijdrage leverde aan de reductie van ammoniakuitstoot. Luchtwassers stonden daar samen met mestinjecteurs voor het uitrijden van drijfmest grotendeels voor in. Controle op die luchtwassers op stallen is er wel degelijk, zo leert een parlementaire vraag aan minister Schauvliege.

Landbouw, en meer bepaald veehouderij, is in Vlaanderen een belangrijke emissiebron van ammoniak. Wanneer die ammoniak neerslaat in de omgeving van een veebedrijf, is dat nadelig voor de milieukwaliteit. De bodem wordt dan verrijkt met stikstof, wat het werk van natuurbeschermers bemoeilijkt omdat waardevolle soorten minder goed gedijen op een nutriëntenrijke bodem. Daarom gaat de realisatie van de Europese natuurdoelstellingen in Vlaanderen gepaard met een ammoniakbeleid dat de impact wil verminderen van veebedrijven op vlakbij gelegen Europees beschermde natuurgebieden.

In het najaar van 2014 werd elke Vlaamse veehouder geïnformeerd over de impact van de ingeschatte ammoniakemissie van zijn bedrijf op de natuur, en omgekeerd over de tot dan toe ongekende impact van de Europese natuurdoelstellingen voor zijn bedrijf. Sindsdien is ammoniak niet meer weg te slaan uit de landbouwactualiteit. Aan de reductie ervan wordt al veel langer gewerkt in Vlaanderen, waarbij de overheid met het mestbeleid en het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) over twee belangrijke hefbomen beschikt. Drijfmest werd vroeger bovengronds open gespreid op gras- en akkerland, waar het nu al meer dan tien jaar geïnjecteerd moet worden of minstens snel ondergewerkt na aanwending op de akker. De investering in mestinjecteurs wordt ondersteund door het VLIF, tegenwoordig met een steunpercentage van 30 procent op de investeringskost.

Via de investeringssteun uit het door Vlaanderen en Europa gefinancierde plattelandsontwikkelingsbeleid is ook de bouw gesubsidieerd van ammoniakemissiearme stallen voor varkens en kippen. Luchtwassers kunnen tot 70 procent van de ammoniak uit de stallucht halen, en verminderen bovendien ook de geurhinder door een intensief veebedrijf. Runderen stoten eveneens ammoniak uit, maar in open rundveestallen spreekt het minder vanzelf om de verspreiding naar de omgeving tegen te gaan. De zoektocht naar efficiënte reductiesystemen, zoals emissiearme vloeren, kwam in een stroomversnelling terecht door de hoogdringendheid van de problematiek na de toewijzing van de Europese natuurdoelstellingen aan gebieden waar rundveebedrijven in de buurt actief zijn.

Vorig jaar berekende studiebureau IDEA Consult in opdracht van de Vlaamse landbouwadministratie wat de jarenlange investeringssteun voor de bouw van emissiearme stallen en plaatsing van luchtwassers aan ammoniakreductie heeft opgeleverd. Voor de tweede programmaperiode van het plattelandsontwikkelingsbeleid (2007-2013) wordt de vermeden ammoniakemissie geraamd op 40,7 miljoen kilo NH3, wat een vermindering is van 13,2 procent ten opzichte van de referentiesituatie. IDEA Consult dicht de honderden goedgekeurde investeringsdossiers “een zeer aanzienlijke reductie” toe van de ammoniakuitstoot door de Vlaamse land- en tuinbouw. Er wordt wel bij gezegd dat de berekening een ruwe benadering is, en het effect van de investeringen niet zomaar door te trekken is naar het totaalplaatje van de NH3-emissies door landbouw. Er zijn immers nog verscheidene andere (beleids)maatregelen die een invloed hebben, bijvoorbeeld het mestbeleid.

Toch zie je de vermeden emissies door investeringssteun weerspiegeld worden in de berekeningen door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Van de investeringen in ammoniakemissiearme stallen, daar ze vrijwel allemaal gebeuren met VLIF-subsidie, durft IDEA Consult daarom zeggen dat ze “mogelijks rechtstreeks bijdroegen aan de verminderde emissie door landbouwdieren”. In 2007 raamde VMM de ammoniakemissie door veehouderij in Vlaanderen, exclusief kunstmestgebruik, op 38.307 ton NH3. In 2014 is dat verminderd tot 37.129 ton. De grootste reductie werd begin jaren 2000 gerealiseerd, op een moment dat het mestbeleid verstrengd werd en de veestapel sterk kromp, want tussen 2000 en 2004 zie je de NH3-emissie terugvallen van 50.137 naar 40.092 ton.

Vorige week boog De Morgen zich over de ammoniakemissie van de Vlaamse veehouderij, en toen klonk het dat een half miljard euro steun van de Vlaamse overheid de ammoniakuitstoot van veestallen nauwelijks verminderd heeft. Het bericht deed wenkbrauwen fronsen bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds want de krant miskeek zich op de investeringskost, wat niet hetzelfde is als de verleende steun. Tussen 2004 en 2014 heeft het VLIF geen 500 miljoen euro maar 172 miljoen euro steun verleend voor de bouw van ammoniakemissiearme stallen. “Bovendien gaat het om de investeringssteun voor de bouw van een emissiearme stal, en niet enkel om de steun voor het ammoniakemissiearme systeem”, verduidelijkt Nele Vanslembrouck, woordvoerder van het Departement Landbouw en Visserij.

Een luchtwasser is het meest bekende stalconcept om ammoniak uit de stallucht te filteren, maar er bestaan ook andere manieren voor het milieuvriendelijker maken van een stal. Bij het VLIF vernemen we dat zij ook stallen subsidiëren die zo gebouwd zijn dat de vorming van ammoniak voorkomen wordt door het snel verwijderen van de mest of door in te grijpen op het diergedrag. Denk bij dat eerste aan een aangepaste stalvloer – een vernuftige combinatie van betonroosters en rubberen flappen die de mest doorlaten maar de ammoniak vervolgens niet meer laten ontsnappen uit de mestput – in combinatie met het regelmatig schoonmaken van de vloer met een mestschuif of meer geavanceerde mestrobot. Soms verrast een techniek door zijn eenvoud, of wat dacht je van plastic ballen die in de mestput gegooid worden zodat ze bovenop de mest drijven en verhinderen dat de ammoniak ontsnapt. Ingrijpen op het diergedrag met het oog op de NH3-emissie kan bijvoorbeeld door een vleesvarkensstal uit te rusten met een bolle vloer zodat de dieren niet over de ganse vloeroppervlakte mesten.

In de krant schreef Bond Beter Leefmilieu (BBL) de bijna status quo op vlak van ammoniakuitstoot toe aan de uitbreiding van de veestapel, en aan het risico op mismanagement van luchtwassers. Die zuiveren de stallucht alleen als ze ook effectief aan staan, iets wat BBL leek te betwijfelen gelet op de hoge werkingskost van een luchtwasser. Op de werking van een luchtwasser ziet niet de landbouw- maar de milieuadministratie toe. Bij het verlenen van de steun eist het Landbouwinvesteringsfonds conform de Vlarem-regelgeving dat een attest van een ingenieur of architect wordt afgeleverd als bewijs dat de stal ammoniakemissiearm geconstrueerd is. Daarna is het aan de milieu-inspecteurs van het Departement Omgeving om de effectieve werking van luchtwassers op veebedrijven te controleren.

Een overzicht van de controles op luchtwassers werd recent door minister Joke Schauvliege bezorgd aan Vlaams parlementslid Wilfried Vandaele (N-VA). Uit de cijfers blijkt dat er vooral in de provincie Antwerpen actief gehandhaafd wordt want daar gebeurden in twee jaar tijd maar liefst 205 controles op bedrijven met een biologische of chemische luchtwassers. In de andere provincies ligt het aantal controles aanzienlijk lager, van drie in de provincie Limburg tot 27 in Oost-Vlaanderen gedurende 2015 en 2016. Worden er kleine tekortkomingen vastgesteld, dan krijgt de landbouwer de raad om dat op te lossen. Inbreuken komen hem op een aanmaning of proces-verbaal te staan. In de provincie Antwerpen waar het ijverigst wordt gecontroleerd, werd in 2015 en 2016 twaalf keer een pv uitgeschreven, naast een 70-tal aanmaningen.

In de milieucommissie van het Vlaams Parlement informeerde Bart Caron (Groen) naar de vele negatieve controles van luchtwassers, en naar de impact van het niet naar behoren functioneren van luchtwassers op de ammoniakuitstoot van de veehouderij. Ook wil hij weten waarom er in de provincie Antwerpen merkelijk meer gecontroleerd wordt dan in de andere scenario’s. “Voor het onderbouwen van het Vlaamse ammoniakbeleid is gerekend met de gangbare emissiecijfers voor luchtwassers. Met het slecht functioneren ervan is geen rekening gehouden omdat men er van uitgaat dat elk bedrijf conform de milieuvergunning en de best beschikbare technieken uitgebaat wordt. Het is aan de afdeling handhaving van de milieuadministratie om na te gaan dat dit effectief gebeur”, licht minister Schauvliege toe. Het grote verschil in aantal controles tussen de provincie Antwerpen en de andere provincies schrijft de minister voor een stuk toe aan een specifieke screening op luchtwassers die in 2016 in Antwerpen plaatsvond.

Parlementslid Caron blijft met de vrees zitten dat de effectieve ammoniakuitstoot groter is dan de vermoedde uitstoot omdat een groot aantal luchtwassers niet naar behoren functioneren. N-VA-parlementslid Wilfried Vandaele, die aan de basis lag van de schriftelijke vraag, besluit dat handhaving bijzonder belangrijk blijft. “Het heeft geen zin dat landbouwers investeren in luchtwassers als ze vervolgens niet of niet goed gebruikt worden. Dat lijkt me onontbeerlijk als we resultaat willen boeken voor het milieu.” Minister Joke Schauvliege neemt als suggestie mee dat de sector gesensibiliseerd dient te worden omtrent een correct gebruik en onderhoud van luchtwassers.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: provincie Vlaams-Brabant

Volg VILT ook via