nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

18.04.2016 Mest hoort thuis op het land en niet in het water

In het kader van de sensibiliseringscampagne ‘Zeg niet te gauw, ’t steekt niet zo nauw’ wijst de dienst Bedrijfsadvies van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) op de afstandsregels voor het opbrengen van mest. Het lijkt evident dat mest thuishoort op het land en niet in het water. Toch gebeurt het regelmatig dat dierlijke meststoffen op hellende percelen ongewild afstromen naar een waterloop of dat meststofkorrels of vloeibare kunstmest in de beek terechtkomen. Soms wordt regenwater via een geul afgeleid naar de gracht of waterloop. Als die nog afwatert na de eerste bemestingsbeurt, stroomt het sterk aangerijkte water rechtstreeks in de beek. VLM helpt met een aantal praktische tips om zulke zaken te vermijden.

Het Mestdecreet bepaalt dat dieren mogen grazen tot aan de waterkant. De kaarten liggen anders wanneer een landbouwer mest wilt opbrengen langs een waterloop. In dat geval moet hij voorkomen dat die uitspoelt in het oppervlaktewater door bij het bemesten voldoende afstand te houden van de waterloop. De afstandsregels uit het Mestdecreet – vijf meter vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop of tien meter in twee bijzondere gevallen (b.v. steile helling) – gelden voor bevaarbare en onbevaarbare waterlopen van eerste, tweede en derde categorie. De Mestbank raadt aan om ook voldoende afstand te houden van niet-ingedeelde waterlopen.

Hoe verder wordt bemest van de waterlopen, hoe kleiner de kans dat nitraat in het water terechtkomt. Een landbouwer is verantwoordelijk voor de bemesting van zijn percelen, ook wanneer hij daarvoor een loonwerker inschakelt. In twee gevallen bedraagt de te respecteren afstand tot de waterloop tien in plaats van vijf meter: als het perceel langs de waterloop op een steile helling van meer dan acht procent ligt of in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN).

Luc Gallopyn, diensthoofd Bedrijfsadvies bij de Vlaamse Landmaatschappij, geeft landbouwers een aantal zoektips waarmee ze de toepasselijke regels kunnen verifiëren. “Of een perceel aan een ingedeelde waterloop ligt, kan een landbouwer nakijken op zijn verzamelaanvraag. Op het e-loket van het Departement Landbouw en Visserij zijn ingedeelde waterlopen met blauwe stippellijnen aangeduid. Opzoeken of een perceel in VEN-gebied ligt, kan via de website geopunt. Selecteer bij kaarten en plaatsen ‘natuur en milieu’, daarna ‘natuur’ en nadien ‘gebieden van VEN en IVON’. Vul vervolgens een adres of perceelnummer in en zoom in naar de gewenste locatie. Druk op de knop 'toon de legende' en je ziet welk type VEN-gebied zich in de buurt bevindt.”

Wordt er stalmest opgeslagen op het land, dan moet de afstand tot de perceelsgrens en het oppervlaktewater minstens tien meter bedragen. “Bij regen voorkomt dat de afvloei van mestsappen buiten het perceel of naar de waterloop”, legt Gallopyn uit. “Let vooral op bij hellende percelen, aangezien je als landbouwer in alle omstandigheden verantwoordelijk bent om te voorkomen dat mestsappen afvloeien buiten het perceel, ook al werd de afstandsregel gerespecteerd.”

Tot slot geeft de dienst Bedrijfsadvies van VLM een aantal tips voor bemesten in de buurt van water. Bij een emissiearme aanwending van mest is er bijvoorbeeld minder afspoeling in vergelijking met breedwerpig toedienen. Bemesten doet een landbouwer best met de richting van de waterloop mee. Loodrecht op de waterloop bemesten, verhoogt immers het risico dat mest naar de waterloop stroomt. Bij het toedienen van meststofkorrels in de buurt van de beek wordt de kantstrooier best gebruikt. Door het tijdstip van bemesten zo te kiezen dat de plant kort erna de nutriënten kan benutten, spoelen er minder nutriënten naar de beek.

Deze en nog andere tips worden door de Vlaamse Landmaatschappij met de hulp van de landbouworganisaties uitvoerig gecommuniceerd aan land- en tuinbouwers. De sensibiliseringscampagne is namelijk een breed gedragen initiatief waar de landbouworganisaties (ABS, BioForum en Boerenbond) hun schouders mee hebben onder gezet. Verder nemen de Vlaamse onderzoeks- en praktijkcentra, vier administraties en bemestingsexpertisecentrum CVBB deel.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VLM

Volg VILT ook via