nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.12.2018 Mestbank: "Bij mestoverschot zijn veehouders creatief"

Om de waterkwaliteit in Vlaanderen te verbeteren, zet de Vlaamse overheid in op controle door de Mestbank én op begeleiding door het Coördinatiecentrum Voorlichting en Begeleiding duurzame Bemesting (CVBB). De ervaringen van deze mensen op het terrein wijzen erop dat er zeker nog verbetermarge is. Bij 40 procent van de ongeveer 800 bedrijfsdoorlichtingen van vooral landbouwbedrijven werden in 2017 gevolgen opgelegd. Vaak wordt er ondoordacht omgesprongen met mestopslag en -afvoer. Zo was er bij 9 procent van de gecontroleerde mestopslagen sprake van ernstige inbreuken, waarbij het oppervlaktewater verontreinigd werd. De meeste veehouders bezondigen zich niet aan mestlozing. Creativiteit bij het rapporteren van de mestboekhouding aan de overheid komt volgens de Mestbank wel vaker voor.

In de handhaving van het mestbeleid ligt de focus op terreincontroles, met enerzijds gerichte risicoanalyses gevolgd door een grondige doorlichting van de bedrijven, en anderzijds metingen van het nitraatresidu in het najaar. In 2017 werden ongeveer 800 (landbouw)bedrijven doorgelicht door de Mestbank. In vier op de tien gevallen bleef dat niet zonder gevolg. De controleurs stelden namelijk vast dat er vaak ondoordacht omgesprongen wordt met mest, vooral met de opslag en afvoer ervan. Op papier lijkt de nutriëntenbalans in evenwicht, maar in de praktijk blijft er toch te veel mest op het bedrijf. Dat leert een lezing van het nieuwe jaarrapport van de Mestbank. Daarin staat letterlijk: “Een tekort aan mestafzet wordt gecompenseerd door creatief om te gaan met de hoeveelheid mestopslag en de mestafvoer van het bedrijf.”

De resultaten van de controleacties door de Mestbank en de vaststellingen tijdens begeleidingsacties door voorlichters wijzen erop dat er zeker nog vooruitgang mogelijk is. Niet alleen op landbouwbedrijven stoten de controleurs van de Mestbank op problemen. Ook op de meerderheid van de 22 doorgelichte mestverwerkingsinstallaties werden onregelmatigheden vastgesteld, voornamelijk met betrekking tot het correct invullen van de transportdocumenten, het vaststellen van abnormaal hoge analysewaarden en het niet correct bijhouden van debietmeterstanden.

Verder blijkt de staat van de mestopslagen nog altijd zorgwekkend. Vorig jaar controleerde de Mestbank bij 380 bedrijven de mestopslag. Bij 36 procent van die controles werden onregelmatigheden vastgesteld. Bij 9 procent van de gecontroleerde mestopslagen was er sprake van ernstige inbreuken, waarbij nutriëntenverliezen naar het oppervlaktewater optraden. Daar werd een proces-verbaal van mestlozing opgesteld. Bij een herhaalde locatie bij dezelfde bedrijven lag het inbreukpercentage gevoelig lager. Opmerkelijk, ongeveer 90 procent van de vaststellingen in 2017 heeft betrekking op de opslag van vaste dierlijke mest en niet van drijfmest.

Controles op lozing van meststoffen vinden vaak plaats na ontvangst van een melding of toevallig in het kader van andere terreincontroles. Van de 97 controles die uitgevoerd werden in 2017 met betrekking tot een potentiële lozing van meststoffen of de opvolging van een eerdere vaststelling van lozing, werd in 45 procent van de gevallen effectief een lozing vastgesteld of was er een reëel risico op lozing. Van de 97 controles waren er 34 herhaalde controles na eerdere vaststellingen van inbreuken. In één geval werd er toen opnieuw vastgesteld dat mest het oppervlaktewater rechtstreeks dreigt te vervuilen.

Het zijn niet alleen veebedrijven waar problemen opduiken. Ook glastuinbouwbedrijven worden nauwlettend in de gaten gehouden door de Mestbank. Bij 29 procent van de 87 doorgelichte exploitaties werden maatregelen opgelegd. Meest vastgestelde problemen zijn nutriëntenverliezen door lekkende folies of onvoldoende opvang van drainwater. Verder ontbraken er vaak gegevens met betrekking tot het kunstmestgebruik of was er onduidelijkheid over de berekende spuistroomproductie.

Naar aanleiding van een bedrijfsdoorlichting werden vorig jaar, over alle deelsectoren heen, 159 boetes opgelegd aan 108 bedrijfsleiders. Deze boetes worden vooral uitgedeeld voor een foutieve aangifte (43%) en voor het niet naleven van doorlichtingsmaatregelen (26%). Ten slotte kunnen aan mestverwerkers, mesttransporteurs en mestverzamelpunten ook sancties opgelegd worden, zoals een schorsing of het intrekken van mestverwerkingscertificaten. Een tiental mestverwerkinginstallaties en één erkende mestvoerder kregen sancties in 2017.

Uit de resultaten van de mestanalyses uitgevoerd tijdens terreincontroles, blijkt dat er op het vlak van de mestsamenstelling nog veel verbetering mogelijk is. Zo wordt voor de mengmest van runderen, mestvarkens en zeugen, ongeveer 20 procent minder stikstof gevonden in het meststaal dan op het vervoersdocument, terwijl voor digestaat en effluent ongeveer de helft tot drie keer zoveel stikstof wordt vastgesteld in het analysestaal. Sinds 1 januari 2018 is een aangepaste wetgeving voorzien die het correct gebruik van mestsamenstellingen moet bevorderen. Een landbouwer dient te kiezen tussen twee systemen, ofwel werkt hij met forfaitaire mestsamenstellingen ofwel moet voor elk mesttransport een analyse beschikbaar zijn. In driekwart van de gevallen wordt gekozen voor de forfaits. Aan een oplossing voor digestaat en effluent wordt nog gewerkt.

Via de ‘VODKA-actie’, wat staat voor Verantwoord Omgaan met Dierlijke mest, Kunstmest en Andere meststoffen, controleert de Mestbank de bemestingspraktijken op het terrein. In probleemgebieden zijn er meer controleurs op pad. In 2017 werden in totaal 2.806 terreincontroles uitgevoerd. Daarbij werd meestal de aanwending van mest gecontroleerd, en in 7 procent van de gevallen werden daarbij één of meerdere inbreuken vastgesteld. Daarnaast werden ook 458 controles op de opslag van stalmest op de kopakker uitgevoerd, waarvan bij 12 procent minstens één inbreuk werd vastgesteld. De meest voorkomende inbreuken in 2017 zijn bemesting te dicht bij de waterloop (29%), de niet-emissiearme aanwending van mest (28%), en het niet naleven van de voorwaarden voor de kopakkeropslag (22%). Bij baancontroles op mesttransporten doken ernstige inbreuken op bij 12,7 procent van de burenregelingen en in 8,8 procent van de mestafzetdocumenten.

In het voorjaar van 2018 werd er verscherpt toezicht uitgeoefend op de teeltvrije zone langs waterlopen. Van de 780 gecontroleerde percelen waren er 38 procent niet in regel. Omdat deze controle voor het eerst plaatsvond, werd in eerste instantie met aanmaningen gewerkt. Voorlopige resultaten van de herhaalde controles deze zomer tonen aan dat de aanmaningen en raadgevingen goed zijn nageleefd.

Meer info: Mestrapport 2018

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Prevent Agri

Volg VILT ook via