nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.05.2019 Mestbeleid heeft volgens Groen meerdere zwakke plekken

“Er moet dringend meer toezicht komen op mesttransporteurs en mestverwerkers. We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat mestverwerking gepamperd wordt, terwijl boeren naar de pijnbank moeten blijven gaan.” Dat schrijven Groen-parlementsleden Bart Caron en Björn Rzoska in hun reflectienota over het nieuwe mestactieplan. Ze maakten er een uitgebreide SWOT-analyse van, waarbij de aangifte- en registerplicht voor kunstmest bij de positieve punten staat. In het licht van de recente onthullingen over mestfraude zijn beide politici veel minder te spreken over de dalende mankracht bij de Vlaamse Landmaatschappij want de capaciteit voor handhaving ontbreekt. Het mankeert volgens hen ook aan actie omtrent twee belangrijke drijfveren voor de slechte waterkwaliteit, met name de veestapel en de vollegrondsgroenteteelt.

In een reflectienota over het nieuwe mestactieplan van de hand van twee Vlaamse parlementsleden gaat het opnieuw over de fraude met mestverwerking. Dinsdag berichtte De Standaard dat er gesjoemeld wordt met (half)lege vrachtwagens die pendelen tussen veebedrijven en mestverwerkers. Dat fraude een ernstig probleem is voor het mestbeleid, daar zijn Groen-politici Bart Caron en Björn Rzoska van overtuigd. “In het verleden traden de grootste fraude- en milieuproblemen op wanneer mest getransporteerd werd zonder de nodige documenten en zonder opvolging via AGR-GPS. Tijdens een bespreking in de commissie Leefmilieu bleek dat er ook geknoeid wordt met het gps-controlesysteem zodat er zich ook dan ‘zwarte’ mesttransporten voordoen.”

De indieners van de nota kunnen zich niet van de indruk ontdoen dat mestverwerking gepamperd wordt door het mestbeleid. “De zwakste economische partij, de landbouwer, is het slachtoffer van dat onevenwicht. Er moet daarom dringend meer toezicht komen op mesttransporteurs en mestverwerkers. We moeten de gaten in het systeem dichten, anders blijven misbruiken voortbestaan.” Geen fraude maar wel gepamper vinden ze bijvoorbeeld de ruime uitrijregeling voor effluent. “Dit is een vorm van dienstbetoon om het systeem van de mestverwerking draaiende te houden. Het is milieu- en landbouwkundig irrelevant.”

De hoge kostprijs van mestverwerking maakt het volgens Caron en Rzoska fraudegevoelig. Dat kan op tweeërlei manieren: door hogere dan de werkelijke stikstof- en fosfaatgehalten te noteren voor de mest die afgevoerd wordt naar een mestverwerker of door een mesttransporteur via AGR-GPS een mesttransport richting verwerking te laten registreren terwijl de vrachtwagen in werkelijkheid (half)leeg rondrijdt. “Bij fraude gaat het meestal om het creëren van fictieve afzet. Daarnaast blijft er een probleem van illegale mestlozingen, weliswaar minder dan vroeger. Dit alles is quasi onmogelijk te controleren voor de toezichthouders, tenzij fraudeurs op heterdaad worden betrapt. Een proces-verbaal wordt meestal geseponeerd door Justitie, of de behandeling duurt veel te lang.”

Naast fraude met dierlijke mest wijst Groen als oorzaken voor de slechte waterkwaliteit naar het gebruik van kunstmest, de omvang van de veestapel en de intensieve vollegrondsgroenteteelt. Met MAP6 doet de overheid voor het eerst inspanningen om een beter beeld te krijgen van het kunstmestgebruik. “Over de veestapel wordt angstvallig gezwegen”, vinden de parlementsleden, “terwijl een toename de doelen nog sterker onder druk zal zetten.” De mogelijkheid die veebedrijven kregen om uit te breiden mits mestverwerking vinden zij in die optiek een verkeerde beleidskeuze die teruggedraaid moet worden.

De slechte meetresultaten in de afstroomgebieden van de Leie en de IJzer schrijven ze toe aan de uitbreiding van groente- en aardappelteelt in de provincie West-Vlaanderen. Het verband is voor hen overduidelijk zodat ze niet begrijpen waarom MAP6 niet in een actieplan voor deze telers voorziet. Mocht Groen meer inspraak hebben in het mestbeleid, dan zou het te verwachten effect van het nieuwe mestbeleid ook beter afgemeten worden aan de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur in de speciale beschermingszones. Stikstofemissies vanuit de landbouw bemoeilijken het bereiken van de gewenste natuurkwaliteit.

Beide oppositieleden zien het somber in: het ontbreekt de Vlaamse Landmaatschappij aan mankracht voor de handhaving van het mestbeleid en bij landbouwers slaat regelmoeheid toe. “Het mestactieplan is dan ook uitgegroeid tot een administratief complex systeem voor alle betrokkenen.” MAP6 is in hun ogen het product van een onevenwichtig proces, waarbij het debat niet ten gronde is gevoerd binnen de Opvolgingscommissie Mestactieplan (OMAP). “De inpasbaarheid van maatregelen in de landbouw is de leidraad van het proces. De input van de milieubeweging wordt niet naar waarde geschat. De interne onenigheid binnen de Vlaamse meerderheid ligt aan de basis van de veel te late indiening van het voorstel van Mestdecreet. Meer nog, eigenlijk wordt het parlement buitenspel gezet.”

Van MAP6 verwacht Bart Caron weinig heil, terwijl minister Koen Van den Heuvel het nieuwe mestactieplan verdedigt na de commotie rond gesjoemel met mestverwerking. Boerenbond zegt dat het geen toeval is dat de berichten over mestfraude net nu naar buiten komen. Woensdag is er in het Vlaams Parlement namelijk een extra plenaire zitting over MAP6. Net zo duidelijk is voor Boerenbond dat fraude hard aangepakt moet worden want het gaat ten koste van landbouwers die zich wel aan de regels moeten houden.

Bij het Algemeen Boerensyndicaat is te horen dat frauders aangepakt moeten worden, maar de sector dat niet zelf kan doen. De organisatie zou graag zien dat de controleurs van de Mestbank stilaan weten wie de boosdoeners zijn. “De overheid moet hen de middelen en mankracht geven om fraude grondig aan te pakken." Volgens de minister staan er in MAP6 maatregelen die fraude helpen bestrijden, zoals de verplichte installatie van debietmeters en de uitbreiding van gps-opvolging van mesttransporten. Hij is op de hoogte van de onregelmatigheden want de vaststellingen van inbreuken zijn ieder jaar terug te vinden in het Mestrapport van de Vlaamse Landmaatschappij.

Bron: eigen verslaggeving / Belga

Beeld: Varkensloket - ILVO

Volg VILT ook via