nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.12.2017 Mestproductie van de Vlaamse veestapel blijft stabiel

Vorig jaar huisden er op Vlaamse boerderijen 42,4 miljoen dieren. Wat er aan voeder ingaat, komt er deels als mest weer uit. Het totale mestvolume laat zich meten aan de hand van de nutriënteninhoud. Die bedroeg vorig jaar 126,7 miljoen kilo stikstof en 60,5 miljoen kilo fosfaat. De toename van de mestproductie door het groter aantal kippen en melkkoeien wordt vooralsnog gecompenseerd door een afname van de mestproductie door vleesvee en varkens. Uit het Mestrapport van de Vlaamse Landmaatschappij valt ook op te maken dat mestverwerking belangrijk blijft om de mestbalans te doen kloppen. De stikstofverliezen naar de lucht worden beperkt door de bouw van emissiearme stallen. Meer dan een kwart van de varkens en bijna de helft van de kippen huist in zo'n moderne en meer milieuvriendelijke stal.

Het Mestrapport van de Vlaamse Landmaatschappij brengt de meststromen in Vlaanderen in kaart. Uit de recentste cijfers voor productiejaar 2016 blijkt dat er ongeveer evenveel mest werd geproduceerd als in 2015, meer bepaald 126,7 miljoen kilo stikstof en 60,6 miljoen kilo fosfaat. Daar zorgen 42,4 miljoen dieren voor, maar niet allemaal in dezelfde mate. Tussen 2007 en 2012 daalde de rundveestapel. Daarna zijn boeren weer meer koeien gaan houden. De rundveestapel is met 1,34 miljoen stuks in 2016 vier procent groter dan in 2012. In de vleesveehouderij gaat het bergaf, dus is de groei volledig toe te schrijven aan een toename van het aantal melkkoeien en stuks jongvee.

De tijd dat Vlaanderen meer varkens dan inwoners telde, ligt achter ons. Het bevolkingsaantal neemt toe tot 6,5 miljoen Vlamingen terwijl de varkensstapel in 2016 verder afnam, tot 6,08 miljoen dieren. Dat zijn er drie procent minder dan in 2015. In de pluimveehouderij is de trend stijgend en wordt in 2016 een verdere toename van het aantal dieren vastgesteld tot 34,7 miljoen stuks. Het aantal braadkippen groeide de voorbije jaren exponentieel, van 14,1 miljoen dieren in 2007 tot 21 miljoen in 2016. Tijdens Agribex lieten de stallenbouwers al verstaan dat dit de enige deelsector binnen de veehouderij is waar de jongste jaren fors in geïnvesteerd wordt. 

Via nutriëntenarme voeders en verbeterde voedertechnieken wordt gestreefd naar een verlaging van de hoeveelheid nutriënten in de geproduceerde mest. In 2016 werd hierdoor 15,64 miljoen kilo stikstof en 11,03 miljoen kilo fosfaat minder dierlijke mest geproduceerd. Zowel bij varkens als bij pluimvee wordt de nutriëntenaanpak aan de bron voornamelijk gerealiseerd door het systeem van regressie, gevolgd door het gebruik van voeders met een verlaagd fosfor- en eiwitgehalte. Regressie wil zeggen dat veehouders die niet werken met de forfaitaire uitscheidingsnormen voor een dier maar met reële uitscheidingscijfers de stikstof en fosfor gaan bereken op basis van het lineaire verband tussen de opname van ruw eiwit en fosfor uit voeder enerzijds en de uitscheiding van stikstof en fosfaat anderzijds.

Nog belangrijker om de mestbalans te doen kloppen, is mestverwerking. Vlaanderen telt in totaal 121 operationele mestverwerkingsinstallaties, waarvan de biologie de meest toegepaste verwerkingstechniek blijft. Landbouwers voerden vorig jaar vooral varkensmest naar de verwerker (56% van de totale aanvoer), gevolgd door kippenmest (34%). Ook vanuit het buitenland wordt er mest aangevoerd naar verwerkers. Vanuit Nederland komt er namelijk runder- en varkensmest onze richting uit.

In 2016 is het aantal mestverwerkingscertificaten verder gestegen (+4,8%) tot 39,8 miljoen. De toename is toe te schrijven aan meer export van verwerkte pluimveemest (+9,8%) en andere mest. Onbehandelde dierlijke mest is er vorig jaar minder buiten Vlaanderen afgezet. Frankrijk en Nederland blijven de belangrijkste exportbestemmingen, goed voor 61 en 22 procent van de totale hoeveelheid geëxporteerde mest. Sinds 2015 zit de export van gekorrelde compostproducten naar verre exportbestemmingen in de lift.

Vanuit Vlaanderen waakt men niet alleen over de stikstofverliezen naar water (mestbeleid), maar ook over de verliezen naar de lucht (ammoniakbeleid). De milieu-impact wordt ingeperkt door de bouw van emissiearme stallen. Het aandeel varkens en pluimvee in emissiearme stallen is gestegen tot respectievelijk 27 en 47 procent in 2016. Van 2015 op 2016 is het emissieverlies nauwelijks gewijzigd omdat de krimpende varkensstapel de groeiende rundvee- en pluimveestapel compenseert.

In 2016 bedroeg het totale stikstofverlies door stalemissies en mestopslag 34,3 miljoen kilo, waarvan het grootste aandeel wordt ingenomen door varkens (41%), gevolgd door runderen (36%) en pluimvee (21%). Door de toename van het aantal dieren sinds 2007 zijn ook de emissieverliezen gestegen. “Bij varkens en pluimvee wordt wel een minder sterke toename van de emissieverliezen vastgesteld dan van de dierenaantallen, wat wijst op het belang van emissiearme stallen”, merkt de Vlaamse Landmaatschappij op.

Meer weten? Consulteer het nieuwe Mestrapport van de Vlaamse Landmaatschappij.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via