nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.07.2017 Mestverwerkers overpeinzen nieuwe technologie en beleid

Het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM) lanceerde deze maand zijn visie op de verduurzaming van de sector, waarbij de nadruk lag op mestverwerking als onderdeel van de circulaire economie. Ook De Mestverwerkers, de vzw die mestverwerkingsinstallaties verenigt en hun belangen verdedigt, blikt vooruit. Tijdens het debat naar aanleiding van de tiende verjaardag van de vzw kwamen mogelijke oplossingen ter sprake voor de afwijkende forfaitaire inhoud van dierlijke mest en voor de jaarlijks weerkerende capaciteitsproblemen bij mestverwerkers in de eindejaarsperiode. Op vraag van VILT licht voorzitter Luc Vansteelant deze en andere actualiteiten in de mestverwerking toe, en schat hij in welke impact een gewijzigd mestbeleid kan hebben op de operationele installaties.

Sinds 2008 is de mestbalans in Vlaanderen in evenwicht. Dat is voor een groot stuk te danken aan de verwerking van een deel van de mest want er is nu eenmaal te weinig grond in Vlaanderen (of te veel vee in de ogen van de milieubeweging, nvdr.) om alle dierlijke mest op een verantwoorde manier uit te rijden. Naar mestverwerking wordt verwezen als het ‘sluitstuk van het mestdecreet’. “Naar de toekomst toe zal dit zo blijven”, verwacht Luc Vansteelant, voorzitter van De Mestverwerkers. Deze vzw verdedigt de belangen van de mestverwerkingsinstallaties in Vlaanderen en vertegenwoordigt ongeveer de helft van de operationele installaties.

In Vlaanderen kan je de mestverwerkingssector opsplitsen in twee types verwerkers: enerzijds de installaties die kippenmest en de dikke fractie van varkensmest opwaarderen tot compost en anderzijds de (meestal kleinere) installaties voor de verwerking van vloeibare varkensmest. Die laatsten hebben een capaciteit variërend van 20.000 tot 60.000 ton. Voor de verwerking van varkensmest zijn biologie en vergisting de klassieke technieken. Mobiele mestscheiders maken een revival nu de nood aan mestverwerking op intensieve melkveebedrijven toeneemt als gevolg van de steeds strengere fosfaatnormen.

Vzw De Mestverwerkers bestaat tien jaar, wat een goede aanleiding is om stil te staan bij verleden en toekomst. Kan de sector nog tien jaar voort op de manier waarop hij vandaag georganiseerd is? Of zijn er nieuwe mestverwerkingstechnieken nodig opdat de sector zou kunnen deelnemen aan de circulaire economie die Europa voor ogen heeft? Het accent zal in de toekomst sterker komen te liggen op het hergebruik van de nutriënten in mest, in plaats van op het louter verwijderen van de nutriënten. “Als sector zijn we klaar voor het implementeren van beloftevolle technieken die ons vooruithelpen op dat vlak. Wel moeten die technieken zich in de praktijk bewijzen en hoort er ook een kanttekening bij wat het administratieve en wettelijke aspect betreft. Dat moet eerst volledig rond zijn”, aldus Vansteelant.

Mestverwerkers kennen als geen ander de impact van wijzigend overheidsbeleid. De sector ontleent zijn bestaansrecht aan de Europese nitraatrichtlijn en het Vlaamse mestbeleid dat uitvoering geeft aan de richtlijn. Ondernemers vinden continuïteit een goede kwaliteit van overheidsbeleid, maar in de praktijk wordt het mestbeleid iedere vier jaar bijgespijkerd. Dat zit er ook nu weer aan te komen, voor de periode na 2018. Hoewel MAP6 nog vorm moet krijgen, houdt iedereen nu al rekening met een verstrenging ten opzichte van MAP5. De nitraatnorm voor de waterkwaliteit is immers nog niet binnen handbereik en fosfaat lijkt een nog hardnekkiger probleem. We stevenen dus af op (nog) strengere mestnormen.

Mogen mestverwerkers daarom hopen op een grotere aanvoer van ruwe dierlijke mest? Zo eenvoudig ligt het niet, maakt het gesprek met Luc Vansteelant duidelijk. “De Mestbank wil de forfaitaire inhoud van een kuub mest beter laten aansluiten bij de realiteit. Staalnames van transporten naar akkerbouwregio’s en naar mestverwerkingsinstallaties brengen aan het licht dat vleesvarkensmest tot een derde minder stikstof bevat dan tien jaar geleden als forfaitaire waarde op papier is gezet. Wanneer de forfaits aangepast worden aan de reële mestinhoud, dan zal er meer ruwe mest afgezet kunnen worden op de velden. Omgekeerd, betekent het dat een veehouder die mestverwerkingsplichtig is een groter volume mest naar de verwerker moet brengen aangezien de verplichting is uitgedrukt in kilo’s stikstof.

Zolang de uitspoeling van stikstof de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater bezwaart, zal mestverwerking niet aan belang inboeten. Doorheen het jaar is er met de operationele installaties voldoende capaciteit, in bepaalde regio’s is er zelfs overcapaciteit. Naar het einde van het jaar toe komen mestverwerkers handen, en vooral opslagruimte, tekort. Ondanks de herhaalde oproepen aan het adres van veehouders om het bedrijfseigen mestoverschot tijdig af te voeren, komen de grote volumes pas in november en december toe.

Die najaarspiek heeft volgens de voorzitter van vzw De Mestverwerkers twee redenen: “Het uitrijden van vleesvarkensmest na de zomeroogst is door de verstrenging van het mestbeleid (vooral voor focusbedrijven, nvdr.) moeilijker geworden. Bovendien gebeurt de berekening van de mestverwerkingsplicht op jaarbasis zodat een veehouder pas naar het einde van het jaar een goed zicht heeft op het te verwerken volume mest.” Voor dat tweede probleem ziet de sector zelf een oplossing, namelijk het werkingsjaar met zes maanden verschuiven zodat de berekening van de mestverwerkingsplicht afgesloten kan worden op 30 juni. “Op die manier zou ook het effluent (goedkoper) als retourvracht naar de akkers kunnen, terwijl het in de wintermaanden gestockeerd moet worden. De Mestbank is bereid om deze piste te bekijken, maar staat er voorlopig sceptisch tegenover”, weet Vansteelant.

Van de Mestbank kwam tijdens het debat het nieuwtje dat er een voorstel op tafel ligt om te werken met bedrijfsspecifieke mestsamenstellingen. Mits het voorstel politiek goedgekeurd wordt, zal iedere landbouwer vanaf 2018 moeten werken met ofwel mestanalyses, ofwel bedrijfsspecifieke forfaits ofwel het algemene forfait. Die keuze kan ieder jaar opnieuw gemaakt worden, maar geldt vervolgens voor het hele jaar. Ze heeft implicaties voor de ganse bedrijfsvoering: het uitrijden van de mest, de afzet naar verwerking en de eigen mestopslag. Bij de keuze voor forfaitaire waarden vervalt de driemaandelijkse analyseplicht voor mest die afgevoerd wordt naar een verwerkingsinstallatie. Om de algemene forfaitaire waarden in lijn te brengen met de resultaten uit metingen zou voor vleesvarkensmest in de toekomst een theoretische inhoud krijgen van 6,3 kilo stikstof per ton en 3,5 kilo fosfor.

Omtrent de inhoud van mesttransporten werd tijdens het debat ook aangekaart dat de analyseresultaten soms verschillen aan weerszijden van de landsgrens bij export van ruwe mest naar Nederlandse gronden. De Mestbank gaf aan dat het ontvangende land altijd de regels bepaalt. Bovendien verschilt de manier van staalneming en analyse in Nederland. Om toch de controle te bewaren, hebben Nederland en Vlaanderen een memorandum van understanding opgemaakt zodat ze elkaars gegevens kunnen inkijken en gerichte handhaving mogelijk is.

Een specifiek probleem voor mestverwerkers is de beperking in tijd van mesttransporten die volgens de VLarem milieuwetgeving enkel mogelijk zijn tussen zeven uur ’s morgens en zeven uur ’s avonds. Een verwerkingsinstallatie kan op individuele basis een afwijking aanvragen via zijn milieuvergunning. Op sectorniveau zou een aanpassing van Vlarem, de zogenaamde Vlaremtrein, een oplossing kunnen bieden.

Los van zulke praktische problemen zijn er een aantal grote uitdagingen voor de mestverwerking in Vlaanderen. In het licht van de circulaire economie wordt kringloopdenken erg belangrijk. Dat vraagt om nieuwe mestverwerkingstechnieken die zich rijp voor de praktijk zullen moeten tonen, alsook een aangepast wettelijk kader. “Daarbij is een beleidsvisie op lange termijn cruciaal, wat neerkomt op voldoende continuïteit in het beleid en aandacht voor administratieve vereenvoudiging”, zo vat de voorzitter de wensen van vzw De Mestverwerkers samen.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: vzw De Mestverwerkers

Volg VILT ook via