nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.12.2018 Met dierlijke mest wordt van hot naar her gereden

De Mestbank volgt de meststromen vanuit, naar en binnen Vlaanderen op. Uit hun nieuwe jaarverslag is af te leiden dat dierlijke mest steeds meer transportkilometers aflegt. In 2017 werd met 17,8 miljoen ton dierlijke en andere meststoffen rondgereden op openbare wegen. Het merendeel van de transporten vertrekt op een landbouwbedrijf, en doet een landbouwer zelf met zijn tractor. Andere transportroutes vertrekken bij de verwerkingsinstallaties, aanbieders buiten Vlaanderen, mestverzamelpunten, enz. Schakelt een landbouwer een erkend mestvoerder in, dan worden er transportdocumenten ingevuld en kan de Mestbank alles volgen via AGR-GPS. Voor transporten van het type ‘eigen mest naar eigen grond’ is dat niet zo, om buitensporige kosten te vermijden.

Dierlijke en andere meststoffen kunnen op verschillende manieren verhandeld worden. Standaard worden transporten verricht door erkende mestvoerders die een mestafzetdocument opmaken. Al deze transporten, ongeacht of ze nu met een tractor of met een vrachtwagen gebeuren, worden door de Mestbank nauwlettend in de gaten gehouden via AGR-GPS. Voor bepaalde (korte) mesttransporten kunnen landbouwers een eenvoudigere burenregeling opstellen. Verder zijn er nog verzenddocumenten in omloop voor transport van compost en de eindproducten van mestverwerking, overdrachtsdocumenten voor mest die naar een verwerkingsinstallatie gaat zonder over de openbare weg te komen, grensboerdocumenten voor de landbouwers die actief zijn aan beide zijden van de grens met Nederland of met Wallonië, enz.

Van de 17,8 miljoen ton dierlijke mest en andere getransporteerde meststoffen in 2017, is de grootste fractie (58%) afkomstig van landbouwers. In volgorde van belang komen daarna de transporten die vertrekken bij een mestverwerkingsinstallatie (30%) en bij aanbieders buiten Vlaanderen (6%). Kijk je naar de geregistreerde mesttransporten, dan gebeurde twee derde door erkende mestvoerders met mestafzetdocumenten. Al deze transporten worden opgevolgd via het AGR-GPS-systeem. Daarna volgen de transporten door geregistreerde verzenders met verzenddocumenten en de burenregelingen. “De voorbije jaren zijn de getransporteerde hoeveelheden mest waarvoor een mestafzetdocument, verzenddocument of burenregeling opgemaakt werd, gestaag toegenomen”, merkt de Mestbank op in zijn jongste jaarrapport.

Ongeveer één derde van de mestproductie valt onder de regeling ‘eigen mest op eigen grond’, wat wil zeggen dat de administratieve lasten grotendeels wegvallen. Landbouwers die zelf mest uitrijden op eigen landbouwgrond, of dat door hun loonwerker laten doen, kunnen dit zonder transportdocument. De Mestbank registreert de hoeveelheid mest die vervoerd wordt binnen het principe ‘eigen mest op eigen grond’ niet, maar kan dit wel behoorlijk nauwkeurig inschatten.

In 2017 voerden landbouwers in totaal 81 miljoen kilo stikstof en 41,4 miljoen kilo fosfaat af met geregistreerde transportdocumenten. Om te weten hoeveel ‘eigen mest op eigen grond’ er in omloop is, brengt de Mestbank dit in mindering van de totale dierlijke mestproductie (128,1 miljoen kg N en 60,3 miljoen kg P205). Zo wordt het gebruik van eigen mest op eigen grond ingeschat op 47,1 miljoen kg N en 18,9 miljoen kg P205. Dit komt neer op 37 procent van de stikstofproductie en 31 procent van de fosfaatproductie.

Naast de 37 procent van de dierlijke stikstofproductie die afgezet wordt op eigen landbouwgronden, gaat 32 procent naar percelen in Vlaanderen van andere landbouwers en wordt 31 procent buiten Vlaanderen afgezet. Deze laatste fractie omvat zowel de export van ruwe dierlijke mest als de afvoer van dierlijke mest naar mestverwerkingsinstallaties, gevolgd door export van verwerkte mestproducten buiten Vlaanderen of emissies van N2-gas naar de lucht.

Rundermest wordt meestal aangewend op eigen gronden van de vleesvee- of melkveehouder. Een varkenshouder heeft in regel veel te weinig grond ter beschikking om alle mest op kwijt te kunnen. Voor pluimveemest struikelde de Mestbank in het vorige jaarrapport over een verschil tussen productie en afvoer van mest. “Mogelijke verklaringen voor de discrepantie zijn een overschatting van de mestsamenstellingscijfers van pluimveemest of een onderschatting van de uitscheidingscijfers. Op zich vormt dit geen milieuprobleem aangezien pluimveemest vrijwel volledig wordt afgevoerd en haast niet gebruikt wordt op landbouwpercelen in Vlaanderen.”

Meer info: Mestrapport 2018

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via