nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

14.04.2017 Met meer marktinfo past varkensboer productie niet aan

Een laatste keer staan we stil bij de resultaten van een grootschalige bevraging van de Vlaamse varkenshouders. Het idee leeft dat het de bedrijfsleiders ontbreekt aan een goede kennis van rendabiliteit en kostprijs, maar dit wordt niet bevestigd door de resultaten. Acht op de tien respondenten zegt namelijk de rendabiliteit van het eigen bedrijf goed te kennen. Wel meent 44 procent dat varkenshouders te weinig kennis hebben van commerciële aspecten en onderhandelingstechnieken. Marktinformatie vindt men over het algemeen nuttig, toch zou de grootste groep de productie aanhouden als ze weten dat de prijsvooruitzichten slecht zijn.

Marktinformatie is belangrijk en producenten moeten hun kostprijs beter kennen. Het wordt varkensboeren voortdurend ingepeperd, maar eindelijk weten we wat ze daar zelf over denken. Met dank aan de enquête van het Departement Landbouw en Visserij, die bijvoorbeeld aan het licht brengt dat 79 procent van de varkenshouders zegt wél goed op de hoogte te zijn van de rendabiliteit van het eigen bedrijf.

Het kennisgebrek situeert zich niet zozeer ter hoogte van de kostprijs. Voor varkenshouders blijkt het moeilijker om de toeslag voor varkens en biggen goed in te schatten. Zeven op de tien stellen zich vragen bij de toeslag voor vleesvarkens die ze ontvangen. Voor biggen is dat zelfs acht op de tien producenten. Toch vindt 41 procent van de vleesvarkensproducenten dat ze hierover kunnen onderhandelen met hun afnemer. Bij de zeugenhouders zegt zelfs bijna driekwart van de respondenten dat de biggentoeslag onderhandelbaar is. De meesten maken er ook effectief afspraken over met hun afnemer, net als over vaccinaties (72%), de grootte van de groep (62%), het gewicht bij verkoop (51%), het ras (48%) en de kwaliteit van de big (40%).

Gevraagd naar marktinformatie geven ze aan dat die info belangrijk is voor hun bedrijf. De meesten gaan niet akkoord met de stelling dat marktinformatie weinig bruikbaar is. Wat ze er mee zouden doen, is een ander paar mouwen. Weinig zo blijkt, want slechts 27 procent van de respondenten zou minder zeugen insemineren of biggen opzetten als ze weten dat de prijsvooruitzichten slecht zijn. De grootste groep (41%) houdt de productie aan. “De mogelijkheid om de productie aan te passen, hangt uiteraard af van het bedrijfstype”, zoekt de studiedienst van de landbouwadministratie naar een verklaring.

Bijna de helft van de respondenten vindt dat er voldoende mogelijkheden zijn om onafhankelijke bedrijfsbegeleiding en advies te krijgen. Op de vraag of ze bereid zijn daarvoor te betalen, reageren de respondenten verdeeld.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via