nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

De onvolmaakte waarheid over voedselproductie
20.02.2017  Metaforum KU Leuven en eredoctor Louise Fresco objectiveren het debat

De KU Leuven wil het maatschappelijk debat over landbouw en voedsel nuanceren met eigen bijdragen op basis van wetenschappelijk onderbouwde kennis. Daartoe verenigt een interdisciplinaire denktank, het zogenaamde Metaforum, wetenschappers met verschillende achtergronden. Een breed publiek kan kennismaken met hun visie nu het is neergepend in het boek ‘Wat met ons voedsel?’. De Nederlandse voedselexperte Louise Fresco, voorzitter van de befaamde landbouwuniversiteit in Wageningen, deed hen dat voor met haar boek ‘Hamburgers in het paradijs’. De achterliggende visies hebben veel raakpunten. Als kersvers eredoctor aan de KU Leuven gaf Fresco een lezing op de studiedag die aangekondigd werd als ‘de onvolmaakte waarheid over voedselproductie en voedselzekerheid’. Onvolmaakt wil onder meer zeggen dat het debat niet afgelopen is, en dat wordt meteen heel duidelijk door de reacties van de beweging die in Vlaanderen voor agro-ecologie pleit. BioForum, Velt, Wervel en co kunnen het moeilijk verkroppen dat Fresco en niet voormalig VN-voedselrapporteur Olivier De Schutter, nota bene een landgenoot, een eredoctoraat te beurt valt.

Voedselzekerheid en voedselproductie doen zowel mondiaal als lokaal heel wat vragen rijzen. De problematiek is heel complex. Zullen we erin slagen om voldoende voedsel te produceren voor een groeiende wereldbevolking? Zal de stijging van de voedselproductie niet gepaard gaan met ontbossing en verlies aan biodiversiteit? Wat zal de invloed van de klimaatverandering zijn? Moeten regio’s streven naar voedselsoevereiniteit? Allemaal vragen die een grote maatschappelijke bezorgdheid reflecteren. Burgers, ngo’s, landbouworganisaties en beleidsmakers hebben hierover visies die niet altijd gelijklopen. Door wetenschappelijke expertise vanuit verschillende disciplines samen te brengen in één denktank, het Metaforum, wil de KU Leuven bijdragen aan een open en genuanceerd debat. Het eerste zichtbare resultaat was de in 2015 gepubliceerde visietekst ‘Voedselproductie en voedselzekerheid: de onvolmaakte waarheid’. 

Anderhalf jaar later is ook het boek klaar dat de titel ‘Wat met ons voedsel?’ kreeg. Het mikt op een breder publiek dan de visietekst maar de bouwstenen blijven dezelfde, namelijk objectiveerbare data en onderbouwde inzichten. In dat opzicht zijn de auteurs zielsverwanten van Louise Fresco, voorzitter van landbouwuniversiteit Wageningen UR en kersvers eredoctor aan de KU Leuven. Het eredoctoraat komt Fresco toe omdat ze haar stem verheft in het academisch én maatschappelijk debat over voedselvoorziening. “Eten is een bron van intense verwarring”, stelt ze in haar bekendste boek, ‘Hamburgers in het Paradijs’. Voedsel gaat over emotie, dat beseft ze maar al te goed, maar de feiten hebben hun rechten. Befaamd en meer dan 880.000 keer bekeken op videostream, is haar lezing over wit supermarktbrood en waarom we blij moeten zijn met de massaproductie ervan. 

Over voeding bestaan veel misverstanden
In een tijdperk waarin voedselgoeroes beweren dat brood niet broodnodig is en hun boterham verdienen door daar boeken over te schrijven, streeft Fresco naar een op de feiten gebaseerd voedseldebat. Het aantal mensen met glutenintolerantie is niet toegenomen. En gezondheidswetenschappers weten zeker dat volkorenbrood goed voor ons is. Als het over voedsel gaat, is niets eenvoudig en zijn er geen wondermiddelen zoals het schrappen van één voedingsproducten uit ons dieet. Ook vlees niet want, zo legt Fresco uit, herkauwers halen eiwitten uit land dat niet geschikt is voor akkerbouw. Het gaat dan om gras dat de mens niet rechtstreeks kan benutten. In grote delen van de wereld is het te droog of te nat om andere gewassen te telen. Veehouderij is er de enige mogelijke manier van voedselproductie.

melkvee.Voerstreek.heuvels.grasland_geVILT.jpg

Zelf kookt Fresco vegetarisch maar er zijn bevolkingsgroepen (kinderen, ouderen en zwangere vrouwen) die best vlees blijven eten omdat ze de intensieve eiwitsamenstelling van vlees nodig hebben. Fresco stelt zich geen wereld voor zonder vee en vlees, wel één met gedifferentieerde eiwitbronnen (peulvruchten, algen, zeewier, insecten maar ook vlees) en alleszins met een belangrijkere rol voor de plantaardige eiwitbronnen. In het Westen zal de vleesconsumptie verminderen, maar elders zitten vlees- en visconsumptie in de lift. Eén van de problemen met vlees is onze irrationele houding op vlak van dierenwelzijn. Westerlingen willen liever niet dat dieren geslacht worden, maar kopen zonder nadenken vleespakketjes in de supermarkt.

Buikgevoel is slechte raadgever voor duurzame voedingskeuze
Wanneer het over de duurzaamheid van voeding gaat, is menselijke intuïtie net zo’n slechte raadgever als voedselgoeroes in verband met gezonde voeding. De Nederlandse voedselexperte toont dat aan met het voorbeeld van voorverpakte sla. “Een krop sla lijkt intuïtief natuurlijker maar als we de hele levenscyclus analyseren, dan zien we dat het industrieel wassen van voorgesneden sla minder water vergt en de verpakking bovendien de houdbaarheid verbetert. Veel mensen denken dat de voedingsindustrie een negatieve invloed heeft op de duurzaamheid van het voedselaanbod, maar dat is niet zo. Koop tomatensoep in plaats van ze zelf te maken want ze zal meer voedingsstoffen bevatten omdat ze onder hoge druk gekookt is.

De voedingsindustrie is een belangrijke speler in de voedselketen. “Een boer verbouwt tarwe, geen brood. Het grootste deel van wat we eten komt niet rechtstreeks van de boer”, zegt Louise Fresco. “Met uitzondering van de armen zijn mensen vandaag de dag goed gevoed. Ons dieet kan wel nog evenwichtiger: meer variatie, meer vezels en plantaardige voedingswaren en minder dierlijk eiwit. Als iedereen evenwichtig eet, dan zal ook de milieudruk van voedselproductie dalen.” Het boegbeeld van Wageningen UR is optimistisch als je haar vraagt of het zal lukken om de groeiende wereldbevolking te voeden. Toch kent ze de pijnpunten uit de statistieken. Circa 800 miljoen mensen lijden honger. Honderd jaar geleden was dat nog de helft van de wereldbevolking, maar één tiende van de wereldbevolking is te veel als je weet dat er meer dan voldoende voedsel geproduceerd wordt.

Fresco.eredoctoraat_KULeuven.geVILT.jpg

Fresco: “De hongerlijders leven vandaag in staten die niet goed functioneren en in landen waar er acute noden zijn door ontwrichte situaties en de bijbehorende vluchtelingenstromen. Driekwart van de hongerlijders woont op het platteland maar we zien een verschuiving van het probleem naar de steden. Daar doet zich een dubbel probleem van onder- én overvoeding voor. Tel je de hongerlijders op bij de overvoede mensen en degenen die ondervoed zijn door een niet goed uitgebalanceerd dieet, dan spreken we over 3,6 miljard mensen”, zegt Fresco, en ze maakt de bedenking dat de mensheid blijkbaar heel slecht kan omgaan met schaarste en overvloed.

70% meer calorieën nodig in 2050
Technisch gezien is het geen enkel probleem om tegen 2050 tien miljard mensen te voeden. De kunst zal zijn om een aantal problemen uit het verleden te vermijden. De productiviteit moet omhoog want de laatste 40 jaar groeide de voedselproductie vooral door uitbreiding van het areaal. In bepaalde delen van de wereld (voormalige Sovjet-Unie, Oekraïne, het Afrikaanse continent, enz.) kan dat nog een tijdje doorgaan maar, zo benadrukt Fresco, er moeten goede afspraken gemaakt worden om de ontbossing te stoppen en de bodem vruchtbaar te houden. Het zou bijvoorbeeld onverstandig zijn om op tropische bodems in Afrika intensief eenjarige gewassen te telen. De grond is dan binnen de kortste keren uitgeput. Behalve met de bodem moet er ook zorgvuldig omgesprongen worden met water. Mondiaal is dat niet de beperkende factor, lokaal doet zich wel schaarste voor. Fresco gelooft dat het watergebruik in de landbouw nog veel efficiënter kan, bijvoorbeeld door plantenveredeling en het verkleinen van run-off (water dat afstroomt omdat het door de harde korst niet in de bodem kan dringen, nvdr.).

jongerenparlement_JelleGoossens.geVILTNB.jpg

Vraag je aan Louise Fresco hoe goed we onze voedselvoorziening voor mekaar hebben, dan stipt ze nog meer punten van zorg aan. Bijvoorbeeld de consument die voeling verliest met de productie van zijn voedsel. Voeding zou net als lezen, schrijven en rekenen in het onderwijs aan bod moeten komen. Ook koken behoort tot de opvoeding van een (bewuste) burger want Fresco maakt zich zorgen als ze jongeren hoort zeggen dat iets opwarmen in de microgolfoven gelijkstaat aan koken. Klimaat is een ander zorgenkind van de professor, al wil ze ook proberen duidelijk te maken dat landbouw deel is van de oplossing en dus niet alleen van het probleem. In landbouwbodems kan CO2 vastgelegd worden in de vorm van koolstof, een win-winsituatie met het oog op bodemvruchtbaarheid. Door efficiënter te produceren, heeft de Westerse landbouw zijn klimaatvoetafdruk reeds fors verkleind. Voor de productie van een kilo melk is in vergelijking met 1960 maar één tiende van de grond nodig, één vijfde van de koeien, één vierde van het voeder en één derde van het water. We bereiken de grens van wat mogelijk is maar groei- en ontwikkelingslanden hebben een grote achterstand in efficiëntie in te halen.

Efficiënt = grootschalig = industrieel?
Door haar pleidooi voor een efficiënte landbouw wordt Louise Fresco in de hoek gedrumd van de pleitbezorgers van grootschalige en intensieve, om niet te zeggen industriële, landbouw. Zij houdt nochtans niet van de kunstmatige tegenstelling grootschalige versus kleinschalige landbouw. Dat levert vooral verkeerde associaties op, bijvoorbeeld dat dierenwelzijn minder gewaarborgd zou zijn in grote stallen. Of de waarschuwing dat robotisering arbeidsplaatsen afstoot. “In de toekomst zal een robotarm paprika’s kunnen plukken zonder ze te kwetsen. Het klopt dat daardoor de arbeidsplaatsen van de plukkers verloren gaan, maar tuinders deden dat niet zelf. Ze besteden dit lastige werkje uit aan Poolse gastarbeiders.” De grote voedselgewassen zoals granen zullen ook in de toekomst geproduceerd worden door grote boerderijen relatief ver weg van de steden. Groenteteelt kan wel op kleine schaal in de stad, “maar het ziet er leuker uit dan dat het eenvoudig realiseerbaar is”. Over genetische modificatie zegt ze het volgende: “De discussie is deels achterhaald door de nieuwe kweektechnieken die heel precies in het genoom ingrijpen. Het laat toe om de genen van een plant ‘wakker’ te maken zodat een tomaat bijvoorbeeld meer vitaminen en anti-oxidanten produceert.”

Nieuwe kansen, weg van de bulkproductie van voedsel, zullen voortvloeien uit de bio-economie want de chemische industrie zal andere grondstoffen nodig hebben door het afnemend gebruik van fossiele brandstoffen. De hernieuwbare alternatieven kunnen alleen uit de landbouw komen, tenminste als de sector op de eerste rij staat voor het telen van algen en zeewier. Fresco laat er geen twijfel over bestaan dat de agrovoedingsindustrie voor een turbulente periode staat waarin technologie ongeziene mogelijkheden creëert. “We mogen geen angst hebben voor technologie, maar dienen wel de voorwaarden te scheppen zodat er duurzaam gebruik kan van worden gemaakt. De 3D-printer komt er namelijk aan, misschien niet in elk ziekenhuis maar ik verwacht hem wel in bijvoorbeeld restaurants en ziekenhuizen. Alles wordt straks met elkaar verbonden, het zogenaamde ‘internet of food’. Neem nu het smart-fresh-label, een elektronisch etiket dat de temperatuur en leeftijd van een voedingsmiddel weergeeft, en de melding of het tijdens transport al dan niet blootgesteld is aan een te hoge temperatuur. Hoeveel mensen gooien perfect eetbaar voedsel niet in de vuilnisbak omdat ze twijfelen aan de houdbaarheid? Deze technologie biedt zekerheid.”

De supermarkten nemen zo’n belangrijke rol in de voedselketen in dat ze niet onbesproken kunnen blijven. Ze krijgen vaak de zwarte piet toegespeeld, maar dat is niet altijd terecht. Fresco weerlegt bijvoorbeeld dat ze onze voedingskeuzes beperken. “Mede dankzij hen is de keuze juist groter dan ooit tevoren. Beslissingen van supermarkten, zoals het uitbreiden van het aanbod biologische voeding, hebben effect. Toch mis ook ik de groenteboer en de bakker om de hoek. De tragiek van onze tijd is dat kleine zelfstandigen het heel moeilijk hebben. Wat niet wegneemt dat ze bestaansrecht hebben want diversiteit is het sleutelwoord voor de toekomst, ook in de landbouw.”

Over agro-ecologie wordt met geen woord gerept
Hoewel Fresco met die woorden kleinschalige landbouw in de armen lijkt te sluiten, verwijten haar critici haar onder meer dat ze kleinschaligheid in werkelijkheid uitsluit. In Vlaanderen komt de kritiek uit de hoek van ‘Voedsel Anders’, dat is de beweging die voor agro-ecologie ijvert. Het discours van professor Jan-Douwe van der Ploeg, de hoogleraar rurale sociologie die recent afzwaaide aan de landbouwuniversiteit van Wageningen, kan bij hen op veel meer sympathie rekenen. Hij betoogde in zijn afscheidsrede dat exportgerichte ‘ondernemerslandbouw’ en kleinschalige ‘boerenlandbouw’ met elkaar conflicteren. De ene vreet de andere bij wijze van spreken op, wat een veel grotere verantwoordelijkheid bij het beleid legt dan het idee dat klein en groot vredig naast elkaar kunnen bestaan.

vleesvee.grasland.bio_geVILT.jpg

Tijdens het debat dat volgde op de lezing van Louise Fresco vroeg Kurt Sannen, voorzitter van BioForum, haar of er wetenschappers zijn die er een andere visie op na houden. Misschien heeft zij niet de unieke waarheid in pacht? Aangezien Sannen de belangenverdediger van de bioboeren is, hoefde hij de namen van Jan-Douwe van der Ploeg en Olivier De Schutter zelfs niet uit te spreken. Iedereen weet dat hun discours veel dichter aansluit bij de visie van BioForum en de andere pleitbezorgers van agro-ecologie. De Schutter is een landgenoot met een grote staat van dienst als professor (UCL) en VN-voedselrapporteur. Net zoals Fresco weegt hij op het voedseldebat. Dat niet hij, maar wel Louise Fresco een eredoctoraat krijgt aan de KU Leuven steekt daarom de ogen uit. “Het toont aan dat de KU Leuven vooral gelooft in het industriële landbouwmodel”, sneert BioForum en Velt doet die boute uitspraak nog een keer over. Wervel, één van de grootste criticasters van de visietekst van Metaforum KU Leuven, was tijdens de studiedag en het debat heel actief op Twitter. 

Het is niet de analyse van Fresco die hen tegensteekt, maar wel de antwoorden die ze formuleert op de uitdagingen. Naar verluidt legt ze het accent te sterk op efficiëntie, en verliest ze daarbij uit het oog dat je op die manier telkens weer de ecologische draagkracht overschrijdt. Velt verwoordt het zo: “Je mag dan wel een hogere opbrengst hebben waardoor je het totale milieueffect kunt delen, in absolute termen maak je wel gebruik van grote hoeveelheden pesticiden, kunstmest en antibiotica, veelal meer dan wat de lokale bodem en omgeving aankan.” BioForum haalt onderuit dat Europa een netto-exporteur is van voedsel. De financiële handelsbalans ondersteunt dat maar … “wanneer we de import en export in volumes in kaart brengen, blijkt echter dat Europa een netto importeur is van primaire landbouwproducten, waarvan een groot aandeel granen voor veevoeder. Het is met andere woorden niet Europa die de wereld voedt maar de wereld die het Europese vee voedt. Bovendien zegt een positieve financiële handelsbalans niet wie met de winst gaat lopen. Het is in elk geval niet de boer.”

Op basis van de huidige inzichten vooruitblikken
De KU Leuven die aan Louise Fresco een eredoctoraat uitreikt, interpreteren BioForum en Velt als positie innemen, en geen ruimte laten voor het agro-ecologische landbouwmodel in het debat. Hun ergernis in de aanloop naar de studiedag weerspiegelt niet de teneur van het debat na afloop van de lezing. De Nederlandse voedselexperte scoorde namelijk goede punten bij alle aanwezigen door te zeggen dat fair trade meer in zijn mars heeft dan bewustmaking. In plaats van een apart voedselsysteem te blijven, zou het moeten uitgroeien tot de algemene norm in de voedselketen. Op een soortgelijke manier moet zorgvuldig omgaan met gewasbescherming zoals bioboeren dat doen de norm worden in de ganse landbouw. Meermaals benadrukte Fresco ook de verantwoordelijkheid van de consument. Waarom zijn multinationals en grote supermarktketens zo succesvol? Omdat we collectief een loopje nemen met onze mooie principes wanneer we in het winkelrek het goedkoopste voedingsmiddel uitkiezen.

landbouw-Afrika-vrouw_gevil.jpg

Uit het betoog van Fresco kan je niet afleiden dat ze de voedselsoevereiniteit in andere werelddelen veronachtzaamt, zoals BioForum en Velt beweren. Ze liet bijvoorbeeld optekenen: “Als er richting 2050 meer voedsel geproduceerd moet worden, zal het in Afrika moeten gebeuren en niet hier. Alleen al door de logistiek en bewaring te verbeteren, stijgt de landbouwproductie er met een kwart want dat is het oogstaandeel dat vandaag in Afrika verloren gaat. In het Westen zit er niet veel rek meer op de opbrengsten per hectare. Afrikaanse boeren kunnen hun productiviteit nog enorm verbeteren, bijvoorbeeld door hun velden te irrigeren want het netwerk van rivieren blijft nu onderbenut.” Fresco verwees naar de vier procent van het landbouwareaal dat in Afrika geïrrigeerd wordt, ten opzichte van 40 procent in China. Behalve tot water zullen boeren er in de toekomst ook toegang moeten krijgen tot betere zaaizaden en meststoffen. Opdat hun oogst in de stad verkocht kan worden, zijn beter functionerende markten nodig.

Louise Fresco gaf Ethiopië als hoopvol voorbeeld. Het land investeert in zijn platteland en beschikt over honderden goed opgeleide landbouwingenieurs die door Wageningen UR geschoold zijn. Fresco spiegelt voor dat Afrika de komende decennia zal investeren in zijn landbouwproductie én in zijn voedselverwerking. In eerste instantie zal het daarvoor nog de hulp nodig hebben van Wereldbank, IMF en, waarom ook niet, Europa. “Ondanks alle ontwikkelingshulp voor Afrika beschikt de EU niet over een gecoördineerde aanpak voor armoede op het Afrikaanse platteland.” Staat daar ooit een agrovoedingsindustrie op eigen benen, dan moet de Europese landbouw wat anders verzinnen dan landbouwgrondstoffen importeren en verwerkte voedingswaren naar ginds exporteren. Zou de toekomst van onze landbouw liggen in het uitdragen van kennis en technologie in plaats van het uitvoeren van groenten en vlees? “Dat wordt een deel van het verdienmodel van de landbouw”, verzekert Louise Fresco, “maar je kan geen kennis exporteren zonder zelf over een hoogwaardige landbouw te beschikken.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Jelle Goossens (Vredeseilanden) / KU Leuven / VILT

Volg VILT ook via