nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

17.03.2017 Metingen zorgen niet voor opsteker die MAP5 nodig heeft

Zoals te verwachten was, zijn er in het Vlaams Parlement vragen gekomen over het Mestrapport en meer bepaald over de meetresultaten van het MAP-meetnet. Die zijn namelijk een tegenvaller van formaat, in de zin dat de verbetering van de waterkwaliteit stagneert rond 20 procent meetpunten met een overschrijding van de nitraatnorm. In combinatie met de uitspraak van de voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat – “we weten nu al dat we de doelstelling in MAP5 van maximum vijf procent niet gaan halen” – bekruipt parlementslid Wilfried Vandaele (N-VA) de vrees dat het mestactieprogramma de verwachtingen niet kan inlossen. Hij is niet de enige die er geen goed oog in heeft want ook Groen en sp.a tonen zich bezorgd. Minister Schauvliege verdedigt de aanpak met MAP5 maar geeft toe dat de doelstelling in 2018 moeilijk realiseerbaar wordt.

De bekendmaking door de Vlaamse Landmaatschappij van het Mestrapport 2016 met als hoofdboodschap dat de waterkwaliteit in landbouwgebied onvoldoende snel verbetert, zorgt voor ongerustheid bij politici van diverse partijen. Het vijfde mestactieprogramma loopt nog tot en met 2018 maar wordt reeds dit najaar geëvalueerd door de Europese en Vlaamse overheid. Dat gebeurt aan de hand van de meetresultaten, en die zijn voor het winterjaar 2015-2016 niet goed. Mogelijk is het effect van MAP5 pas het volgende winterjaar (2016-2017) zichtbaar, maar zo wordt het wel erg kort dag om in 2018 de doelstelling van maximaal vijf procent MAP-meetpunten met overschrijding van de nitraatnorm te halen.

Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, lijkt de hoop al op te geven. Vlaams volksvertegenwoordiger voor N-VA Wilfried Vandaele citeerde hem in het parlement: “Vandamme schrijft in ledenblad Drietand dat die vijf procent van bij aanvang een utopie was. Hij zegt dat een kleine 20 procent van de meetpunten nog niet goed zijn, en iedereen nu al weet dat de sector de MAP5-doellstelling niet kan halen.” Dit doet Vandaele vrezen dat het resultaat van deze winter ook niet veel beter zal zijn zodat de waterkwaliteit in een soort status quo terechtkomt.

Minister Schauvliege steekt niet weg dat de doelstelling van maximaal vijf procent meetpunten met een overschrijding van de nitraatnorm moeilijk te realiseren zal zijn in 2018. Wel blijft ze er bij dat in MAP5 de goede keuzes zijn gemaakt. “De focus ligt op een gebiedsgerichte benadering met een actieprogramma dat ook door de Europese Commissie is goedgekeurd. Het uitgangspunt van MAP5 was dat de voltallige land- en tuinbouwsector sterker werd geresponsabiliseerd en het engagement opnam om nutriëntenstromen te beheren volgens het regelgevend kader en de principes van oordeelkundige bemesting. De controle door de Mestbank richt zich vooral op de bedrijven die buiten het wettelijke kader opereren – ik heb het dan over de zogenaamde cowboys – of onoordeelkundig met nutriënten omgaan.”

Het vijfde mestactieprogramma is geen lachertje voor landbouwers, illustreert de minister als volgt: “Via risicoanalyse worden jaarlijks ongeveer 750 bedrijven doorgelicht en uiteraard ook gesanctioneerd. Deze sancties omvatten naast bijkomende maatregelen ook boetes die tot vijf keer hoger liggen dan in de vorige mestactieplannen. Ook op het vlak van nitraatresidu worden proportioneel met de ernst van de overschrijding zwaardere maatregelenpakketten opgelegd, die ingrijpen op de bedrijfsvoering van de betrokken land- en tuinbouwers. Inherent aan deze instrumenten is dat bij onvoldoende individuele verbetering trapsgewijs toenemende beperkingen worden opgelegd. Er is dus ongetwijfeld nog een effect van maatregelen van MAP 5 dat zal doorwerken in de komende winterjaren.”

Het besef dat het onvoldoende snel resultaten oplevert om de “zeer scherpe” waterkwaliteitsdoelstellingen te realiseren, deed Schauvliege een grondige evaluatie bevelen als basis voor MAP6. “Duidelijk is dat het laaghangend fruit geplukt is en er bijkomende maatregelen nodig zijn.” Zij roept landbouwers op om de regels en de code van goede landbouwpraktijken inzake bemesting nog beter ter harte te nemen. Het antwoord van de minister is voor Vandaele de bevesting dat de landbouwsector het opgelegde doel in 2018 niet zal halen. Zorgwekkend vindt hij dat, “omdat we al lang weten dat we daar moeten geraken en Europa verwacht het ook van ons. En zo dicht bij de deadline, zitten we er nog ver boven, namelijk vier keer meer dan wat we eigenlijk geacht worden te hebben aan overschrijdingen.” Groen-parlementslid Bart Caron denkt dat krachtiger maatregelen nodig zijn, “graag in overleg met de landbouwsector want ik weet ook dat het voor hen niet gemakkelijk is”.

Vlaams parlementslid Bruno Tobback (sp.a) heeft evenmin een goed oog in het lopende winterjaar zodat hij MAP5 een nul-effect toedicht. “Ieder jaar belooft men verbeteringen, maar de waarheid is dat we sinds 2014 gewoon ter plaatse trappelen. Het is dus hoog tijd om te discussiëren over bijsturen als we zelfs maar in de buurt willen komen van de Europese doelstellingen en verplichtingen.” In de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement maakt men zich stilaan zorgen over boetes van Europa. Bart Dochy (CD&V) en Lydia Peeters (Open Vld) sussen met verwijzingen naar het potentieel voor verbetering dat de Vlaamse Landmaatschappij nog ziet, en naar de positieve cijfers wat de grondwaterkwaliteit betreft. “Er ligt nog heel wat werk op de plank”, besluit minister Joke Schauvliege. “De sectoren beseffen zelf ook dat er betere resultaten nodig zijn. Er zijn al heel wat inspanningen gebeurd, maar de resultaten vallen tegen. We moeten ervoor zorgen dat dit verandert.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via