nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

05.04.2019 Middenmoot van melkveehouders levert uitmuntende melk

Ieder jaar reikt Melkcontrolecentrum (MCC) Vlaanderen het diploma van ‘kwaliteitsmelker’ uit aan melkveehouders die melk van bovengemiddelde kwaliteit produceerden. Voor de melkleveringen in 2018 mogen 57 landbouwers die pluim op hun hoed steken. Niet iedereen kan excelleren, maar gemiddeld kan ook heel goed zijn. Dat mag gezegd worden van de melkkwaliteit waarvoor ruim 4.200 melkveehouders in Vlaanderen instaan. In het MCC-jaarverslag merk je dat aan het hoge percentage (97%) van de bedrijven dat een jaar lang zonder tekortkomingen bleef. Het andere uiterste zijn enkele tientallen melkveehouders die een tijdelijk leveringsverbod kregen vanwege kwaliteitsproblemen. Extra zorg besteedt MCC ook aan de landbouwers die het niet gewoon geraken om digitaal te communiceren.

De kwaliteit en samenstelling van melk verifiëren, is de basistaak van het Melkcontrolecentrum Vlaanderen. Zodoende vervult MCC een brugfunctie tussen 4.255 producenten van melk en enkele tientallen grote en kleine kopers van melk. Logistiek is dat een niet te onderschatten taak want het gaat om vele duizenden staalnames. Voor melkkwaliteitsbepaling in het jaar 2018 rapporteert MCC iets meer dan 611.000 stalen. Een nog groter aantal staalnamen (1,53 miljoen) gebeuren in het kader van melkproductieregistratie (MPR). Dat levert melkveehouders informatie op over het presteren van hun koeien. Daar kunnen ze hun fokkerijbeleid op afstemmen, maar MPR geeft ook inzicht in de diergezondheid. Om de uiergezondheid van een dier te kennen, wordt bijvoorbeeld gekeken naar het celgetal.

Op vraag van de kopers (zuivelfabrieken en enkele tientallen kleine verwerkers, nvdr.) test MCC de melk niet alleen op celgetal, coligetal en kiemgetal maar bijvoorbeeld ook op boterzuurbacteriën. Een toenemend deel van de stalen, bijna 179.000 in 2018, dient voor zulke analyses op maat. Vorig jaar analyseerde het Melkcontrolecentrum in totaal bijna 2,36 miljoen stalen. Op basis daarvan communiceert de organisatie dat de gemiddelde melkkwaliteit in Vlaanderen goed is, en 57 melkveehouders een extra pluim verdienen omdat ze maand na maand melk van nog betere kwaliteit leverden dan hun afnemers in feite verwachten.

Een terugkerend fenomeen in het jaarverslag van MCC is het dalend aantal bedrijven. De blijvers kiezen voor schaalvergroting, iets wat ook al bleek uit het Economisch Dossier van de toeleveranciers die Fedagrim verenigt. “Tussen 2017 en 2018 verdween opnieuw 3 procent van de melkveebedrijven. Kijk je naar de productie, dan zie je een serieuze stijging (+4%) naar meer dan 2,7 miljard liter melk. Sinds de afschaffing van het quotum groeide de gemiddelde bedrijfsomvang ieder jaar met 4 à 5 procent. Van 2008 tot nu steeg de jaarproductie van 300.000 naar gemiddeld 650.000 liter, weliswaar met grote variaties tussen de bedrijven”, weet MCC-eindverantwoordelijke Jean-Marie Van Combrugge.

Het dalend aantal melkveehouders geeft MCC niet minder werk. Zuivelfabrieken kiezen er uit zorg voor kwaliteit vaker voor om de melk iedere twee in plaats van drie dagen te laten ophalen. Vroeger gebeurde dat alleen voor de melk die het AA-kwaliteitslabel draagt. De melkophaalwagen neemt nu bij elke tussenstop ook meer melk mee, gemiddeld zo’n 4.500 liter. De staalname en correctheid van de analyse zijn dus belangrijker geworden want de verliezen zijn groter indien er strafpunten uitgedeeld worden of melk vernietigd moet worden.

Alvorens het labo zijn werk kan doen, moeten de stalen van de melk bij MCC in Lier geraken. Samen met Dierengezondheidsorganisatie (DGZ) Vlaanderen richtte MCC een logistieke onderneming op. “Bij de logistiek komt een niet te onderschatten planning kijken. We trachten zo veel mogelijk ’s nachts te rijden. Wanneer er op veebedrijven of bij dierenartsen kadavers voor onderzoek door DGZ opgehaald worden, dan dient dat overdag te gebeuren. Vanzelfsprekend is dat niet door het drukke verkeer”, aldus Van Crombrugge.

MCC reist niet mee met de 120 melkophaalwagens die in opdracht van de zuivelfabrieken Vlaanderen doorkruisen. Het melkstaal bij elke tussenstop op een boerderij neemt en bewaart de chauffeur van de vrachtwagen zelf. Via scholing van nieuwe chauffeurs (36 in 2018), bijscholing op locatie voor in totaal 230 chauffeurs en begeleiding ten velde verzekert het Melkcontrolecentrum zich ervan dat dit correct gebeurt. Dit wordt ook effectief gecontroleerd. In de loop van het jaar werd iedere melkophaalwagen tweemaal gecontroleerd.

Over de kwaliteit van de in 2018 geleverde melk kunnen we kort zijn: die was goed. Kleine fluctuaties in coli- en celgetal zijn niet meteen iets waar MCC zich zorgen over maakt. Een heel belangrijke parameter is de controle op kiemgroeiremmende stoffen omdat melk waarin sporen van antibiotica zitten niet verwerkt kan worden. Een melkveehouder moet na toediening van antibiotica de wachttijd van het geneesmiddel respecteren. De melk van de behandelde koe mag niet in de melkkoeltank terechtkomen. Van Crombrugge: “Het percentage staalnamen met een ongunstig resultaat voor remstoffen is van 0,07 procent in 2008 met de jaren gedaald naar een niveau van 0,02 à 0,03 procent van alle melkleveringen. Dat lijkt weinig, maar op maandbasis gaat het nog steeds om tien leveringen die grote economische schade kunnen aanrichten in de zuivelfabriek.”

De gemiddeld goede melkkwaliteit maskeert dat een kleine groep leveraars moeite heeft met de moderne kwaliteitsstandaard. De verantwoordelijke bij MCC laat verstaan dat het vaak dezelfde bedrijven zijn die bijsturing nodig hebben. Dat gebeurt via een systeem van strafpunten met bijbehorende afhouding van melkgeld.  Van 2008 tot 2014 daalde het aantal uitgedeelde strafpunten. Daarna is de vooruitgang gestokt. Al mag het gezegd worden dat 97 procent van de melkleveraars vorig zonder strafpunten bleef. Daar tegenover staan de bedrijven die talmen met het nemen van maatregelen na ongunstige meetresultaten, wat hen strafpunten oplevert en bijgevolg melkgeld kost. Van 88 melkveebedrijven werd zelfs tijdelijk de melk geweigerd omdat er geen beterschap merkbaar was.

MCC Vlaanderen tracht de communicatielijnen kort te houden zodat melkveehouders snel op de hoogte zijn indien een kwaliteitsparameter in ongunstige zin evolueert. Vanuit de zuivelindustrie wordt de lat op vlak van kwaliteit steeds hoger gelegd. Dat verklaart waarom er vorig jaar 96.000 keer een verwittiging werd uitgestuurd naar een melkveehouder. Dat gebeurt per telefoon, e-mail of sms. Om praktische redenen zou MCC dat liever niet meer per telefoon doen. Voor een 130-tal melkveehouders blijft de ‘Melkfoon’ vooralsnog rinkelen. Melkveehouders kunnen overigens het jaar rond de meetresultaten raadplegen via ‘Melknet’, wat de meesten onder hen ook doen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via