nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

22.02.2017 Milcobel-voorzitter blikt terug op turbulente periode

Boeren die een bestuursfunctie opnemen, steken hun nek uit voor collega-landbouwers. Vaak wordt hen dat in dank afgenomen, soms komt hen dat op kritiek te staan. Een oude wijsheid luidt dat als je niet tegen de hitte kunt je beter uit de keuken blijft. De nieuwe bestuursploeg bij zuivelcoöperatie Milcobel is de uitdaging aangegaan toen de zuivelmarkt in brand stond. Op het dieptepunt van de crisis kon zelfs het marktleiderschap in mozzarella niet baten zodat de lage melkprijs diepe wonden sloeg bij de leden. Terwijl de boeren-bestuurders zich nog volop inwerkten in hun nieuwe functie werden er moeilijke discussies gevoerd over leveringsvoorwaarden. Bovendien spelde een boerensyndicaat hen de les omdat honderd melkveehouders Milcobel inruilen voor de Waalse coöperatie LDA. Voorzitter Dirk Ryckaert is niet uit zijn lood geslagen: “In 2016 hebben 53 melkveehouders voor Milcobel gekozen omdat ze geloven in de coöperatie en in onze investeringen in het verwerkingsapparaat.”

Tijdens Agriflanders vond je de beursstanden van zuivelcoöperatie Milcobel en het Algemeen Boerensyndicaat bijna broederlijk naast elkaar, maar boteren deed het de voorbije maanden niet tussen beide. Vorige zomer haalde ABS uit toen de Milcobel-melkprijs niet steeg bij de eerste tekenen van herstel op de zuivelmarkt. Kort na Agriflanders hing de landbouworganisatie aan de grote klok dat een 100-tal melkveehouders Milcobel verlaten en overstappen naar de Waalse evenknie. De nieuwe bestuursleden werd voor de voeten geworpen dat ze onvoldoende voeling zouden hebben met de achterban.

De nieuwe voorzitter van Milcobel – Dirk Ryckaert nam vorig jaar in juni de fakkel over van Guido Veys – liet de storm overwaaien. “Reageren op kritiek resulteert in een welles-nietes spel. Je kan beter uitgaan van de eigen sterkte en de waarden waarvoor je staat”, zegt Ryckaert, die liever op voorhand de dialoog was aangegaan dan achteraf te moeten lezen dat er kritiek is. “Jammer dat sommigen het nieuwe bestuur niet de kans gaven om zich in te werken en niet eens de moeite namen om een gesprek aan te knopen”, is het laatste wat hij er over kwijt wil.

Aan de overkant van de tafel zit een coöperatievoorzitter die na zijn vuurdoop geen spijt heeft van zijn keuze. “Er kruipt veel energie in maar het is een plezier om samen met de andere bestuurders en de Coöperatieraad zaken in beweging te zetten. Ook de verstandhouding met de directie is goed. En wat de marktconjunctuur betreft, hoop ik dat het ergste achter ons ligt maar besef ik heel goed dat er nog moeilijke perioden zullen komen. Velen vroegen mij of ik wist waar ik aan begon in juni 2016 maar op dat moment (Milcobel noteerde toen een melkprijs van 22,98 euro, nvdr.) kon het enkel beter worden.”

Ryckaert runt een melkveebedrijf in Dikkelvenne, centraal in Oost-Vlaanderen. Hij doet dat met het nodige optimisme: “De melkveehouderij gaat zich niet van het ene naar het andere dal slepen. Ik draai het liever om met de boodschap dat onze leden van de prijsstijgingen op de vrije markt moeten profiteren om een buffer aan te leggen om perioden van laagconjunctuur te overbruggen.” Is het dan niet de taak van een coöperatie om de crisis te bufferen? “Iedere euro die we uit de markt halen, zie je terug in de maandelijkse melkprijs. Wij houden in goede tijden geen melkgeld in om de slechte tijden voor onze leden te helpen overbruggen. Dat moeten ze zelf doen, daarin aangemoedigd door hun syndicaten en zo nodig bijgestaan door fiscale experten.”

Die bedrijfsfilosofie verklaart ook waarom de reëel uitbetaalde Milcobel-melkprijs steeg van 34,53 euro in november naar 37,11 euro in december. Of hebben kwatongen toch gelijk dat Milcobel stunt met een beursprijs naar aanleiding van Agriflanders? In januari ging er namelijk opnieuw een euro af. Dirk Ryckaert is formeel: “We stonden met de melkprijsbeslissing voor de leveringen in december voor de keuze: de meerwaarde die we uit een stijgende zuivelmarkt haalden ofwel reserveren voor de getrouwheidspremie, ofwel de melkprijs verder laten stijgen in het besef dat het in januari wat minder kon zijn. Aangezien er diepe financiële putten zijn geslagen op de melkveebedrijven die de komende maanden gedicht moeten worden, werd niet gewacht tot de uitkering van de getrouwheidspremie bij het begin van de zomer. Bij de jaarwisseling hebben melkveehouders nood aan liquide middelen.”

Veel melkveehouders zijn diep gegaan om de crisis door te komen. Op een overbruggingskrediet en uitstel van betaling bij leveranciers doe je geen beroep wanneer het niet hoeft. De watersnood in mei en juni maakte de miserie compleet. Een kleinere ruwvoedervoorraad is daarvan het gevolg. Melkveehouders gaan daar deze zomer mee geconfronteerd worden, voorspelt Ryckaert, wanneer ze nog twee of drie maanden te overbruggen hebben tot de volgende maïsoogst. “In de regio’s waar de watersnood voor grote opbrengstverliezen zorgde, staan melkveehouders nog voor een moeilijke periode.”

De leden van Milcobel zouden ongetwijfeld graag horen dat 2017 de melkprijs brengt waarmee 2016 werd afgesloten, maar de voorzitter heeft geen glazen bol. Voor een voorzichtige inschatting van de zuivelmarkt zijn we in Kallo wel op de juiste plek. De prijscorrectie in januari komt er omdat kopers een afwachtende houding aannemen. In eigen land maar bijvoorbeeld ook in Frankrijk en Duitsland trekt de productie opnieuw aan door de betere melkprijs. Bovendien kijken marktpartijen naar de 350.000 ton grote interventievoorraad melkpoeder zoals een konijn naar een lichtbak staart. Europa stockeert namelijk een grote hoeveelheid melkpoeder, het equivalent van om en bij de drie miljard liter melk. Men zal dus doordacht tewerk moeten gaan bij de verkoop om het prille marktherstel niet te fnuiken.

Deze signalen aan aanbodzijde maken een verdere stijging van de melkprijs in 2017 onwaarschijnlijk. Doemdenken over de impact van de Europese interventievoorraad is echter niet op zijn plaats. Melkpoeder kan drie jaar in de opslag liggen vooraleer er kwaliteitsverlies optreedt. Europa heeft dus geen reden om paniekerig de verkoop te starten aan het huidige lage prijsniveau. De prijs van magere melkpoeder komt namelijk moeilijk los van het interventieniveau. Andere zuivelproducten vergaat het beter en Milcobel staat op de eerste rij om daar de vruchten van te plukken. Op het dieptepunt van de crisis bengelde de melkprijs van de coöperatie onderaan de tabel, nu prijkt Milcobel bovenaan in de LTO-melkprijsvergelijking. Eén verklaring heet mozzarella. Tijdens de crisis beleefde Milcobel weinig plezier aan zijn industriekaas maar nu loont het Europese marktleiderschap in mozzarella gemaakt van koemelk.

“Milcobel investeerde fors in zijn verwerkingsapparaat zodat we minder afhankelijk zijn van bulkproducten zoals witte melk, melkpoeder en boter. Inmiddels verwerken we meer dan de helft van de melkaanvoer tot kaas. De reststroom (wei) kunnen we steeds meer hoogwaardig valoriseren als ingrediënt voor baby- en sportvoeding. Net zoals voor mozzarella is Milcobel ook voor private-label-ijs de referentie in Europa”, zegt voorzitter Dirk Ryckaert. Die productdiversificatie en de investeringen in moderne fabrieken maken Milcobel ‘future proof’. Klaar voor de toekomst en klaar om te oogsten. Misschien is dit vandaag onvoldoende zichtbaar voor de buitenwereld, maar Ryckaert klinkt heel overtuigend wanneer hij het zegt. “Als consultants op het congres van IDF, de International Dairy Federation, verklaren ‘mozzarella is the name of the game for the next years’, dan weet je dat Milcobel juist heeft ingezet.”

Het verwerkingsapparaat is niet alleen modern maar ook groot genoeg om een stijging van de melkaanvoer op te vangen. “Als coöperatie engageren we ons om alle melk op te halen en dat te blijven doen wanneer de leden hun bedrijf laten groeien. Terugkijkend op de voorbije jaren zijn we nagenoeg de enige zuivelverwerker in onze regio die geen melkveehouders aan de deur zette.” Meer nog, Milcobel maakte de voorbije maanden zelfs zuivelproducten in ‘maakloon’ voor andere verwerkers in afwachting van een grotere melkproductie door de eigen leden. “Dat is nodig om de verwerkingskost laag te houden”, legt Ryckaert uit. “Het is zoals op het eigen melkveebedrijf: de stal vol koeien zetten, houdt de kosten laag!”

Gelet op het groeiscenario van de melkplas dat Milcobel voor ogen heeft en de ruime capaciteit in de verwerking lijkt het pijnlijk dat een 100-tal leden hun geluk binnenkort elders beproeven. In Kallo kunnen ze dat een plaats geven. Daar wijden we in een tweede artikel graag over uit, maar volgende uitspraak van de Milcobel-voorzitter geven we alvast mee: “Bij Milcobel is ieder lid belangrijk. Honderd leden verliezen is niet prettig, maar tezelfdertijd hebben 53 melkveehouders zich het voorbije jaar aangesloten bij Milcobel. Zij hebben alles goed afgewogen, van de leveringsvoorwaarden tot het verwerkingsapparaat en de productportefeuille, en vervolgens hun vertrouwen in Milcobel gesteld. Dat is een belangrijke graadmeter. Ik zou me meer zorgen maken indien er het afgelopen jaar geen 100 maar 30 leden vertrokken waren en er niemand voor in de plaats kwam.”

Lees morgen meer over Milcobel op VILT.be.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Milcobel

Volg VILT ook via