nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

19.01.2017 "Milieu-impact bio-appels wordt doorgaans overschat"

Door de laagproductieve fasen aan het begin en het einde van het leven van een appelboom niet in rekening te brengen, wordt de milieu-impact van de biologische teelt van appel per kilogram product overschat en die van de conventionele geïntegreerde teelt onderschat. Dat besluit doctoraatstudente Yanne Goossens (KU Leuven) na een onderzoek van acht jaar in 141 boomgaarden in Vlaanderen. “Wanneer je dus ergens nog iets leest over de vergelijking van de milieu-impact tussen bio en gangbaar, zeker wanneer het gaat over meerjarige gewassen, weet dit dan te nuanceren”, klinkt het. Recent werd er in De Standaard nog een verhitte discussie gevoerd over het verschil in milieu-impact tussen bio en gangbaar.

Goossens voerde in het kader van haar doctoraatsstudie een levenscyclusanalyse uit voor appels geteeld in verschillende systemen. Het onderzoek liep van 2005 tot 2012 in 141 boomgaarden verspreid over 70 bedrijven. De impact van de teelt op een tiental domeinen werd onderzocht, zoals klimaatverandering, verzuring, eutrofiëring en landgebruik. Alle inputs zoals energie, meststoffen, water en gewasbeschermingsmiddelen alsook de resulterende emissies werden daarbij in rekening gebracht. En dit zowel tijdens de hoogproductieve fasen van de appelbomen als tijdens de laagproductieve fasen ervoor en erna. 

“Bij de conventionele of geïntegreerde teelt maken de laagproductieve jaren aan het begin en op het einde van de boomgaardcyclus samen 29 procent uit van de levensduur, bij een bio-appelboomgaard is dat zelfs 43 procent. En toch wordt de milieu- impact van een appel of van andere meerjarige gewassen vaak berekend op basis van het gebruik van grondstoffen en de uitspoeling of uitstoot van nutriënten en broeikasgassen gedurende slechts één jaar, liefst een hoogproductief jaar”, legt ze uit.

Ze onderzocht of de conclusies van dergelijke berekeningen anders zouden zijn wanneer ze zich over meerdere jaren zouden uitstrekken, inclusief de laagproductieve jaren. En dat bleek inderdaad zo te zijn. “Voor conventionele appels leidde het tot een hogere milieu-impact per kilogram geproduceerd product en voor biologische appels tot een kleinere. Bij gangbare en geïntegreerde appelboomgaarden leidt een nauwe focus op de hoogproductieve jaren dus tot een gemiddelde onderschatting van de milieu-impact met respectievelijk 18 en 11 procent. Bij biolandbouw daarentegen, leidt diezelfde nauwe focus tot een overschatting van de werkelijke milieu-impact met 11 procent.”

Bij vergelijkingen van de impact tussen bio en gangbaar, zeker wanneer het gaat over meerjarige gewassen, moet dus altijd een zekere voorzichtigheid gehanteerd worden, besluit Goossens. “Mogelijks werd immers geen rekening gehouden met de laagproductieve fasen. Halen we die erbij, dan wordt de kloof tussen beide teeltsystemen meteen een stukje kleiner.”

De Standaard publiceerde afgelopen week enkele bijdragen rond de klimaat- en milieu-impact van verschillende landbouwsystemen. Het begon met een vergelijking van de klimaatimpact van biologisch versus gangbaar vlees op basis van een rapport van de Wereldvoedselorganisatie. Daarin werd besloten dat melkkoeien een kleinere impact hebben dan gewoon rundvlees en biologisch rundvlees, omdat ze weliswaar evenveel broeikasgassen uitstoten maar zowel melk als vlees opbrengen.

Daarop reageerde Kurt Sannen, voorzitter van BioForum, met het argument dat niet alleen gekeken mag worden naar de CO2-uitstoot per kilogram vlees, omdat dit door het grote aantal kilo’s bij gangbaar vlees een vertekend beeld geeft. Waarop professor Olivier Honnay van de KU Leuven (afdeling Ecologie, Evolutie en Biodiversiteitsbehoud) op vraag van De Standaard de kanttekening maakte dat “als we naar het geheel kijken”, biolandbouw niet altijd zo positief is voor de milieukwaliteit en biodiversiteit als we intuïtief zouden denken.  

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via