nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.03.2019 Minister geniet van spoedcursus landbouw in eigen regio

Woensdag bezocht minister van Landbouw Koen Van den Heuvel vijf innoverende bedrijven, te beginnen bij groente- en fruitveiling BelOrta in Sint-Katelijne-Waver. Daarna ging het via een rozenkweker in Kontich en een melkveebedrijf in Pulle naar Geel. Daar hield de minister eerst halt bij ‘Raf Patat’, een leraar in het landbouwonderwijs die zijn boerderij in bijberoep uitbouwde door hoeveverkoop van aardappelen. Vervolgens trok hij naar de Hooibeekhoeve, waar praktijkonderzoek naar melkvee en voedergewassen gebeurt. De investering die het provinciale beleidsniveau, in dit geval de provincie Antwerpen, doet in hands-on-onderzoek dichtbij landbouwers verraste minister Van den Heuvel aangenaam. Hij maakt zelf 1,75 miljoen euro extra vrij voor dit soort onderzoek gelet op actuele noden zoals de klimaatuitdaging.

Na een kennismaking met de Vlaamse visserij op dinsdag stond de volgende werkdag van minister Koen Van den Heuvel volledig in het teken van landbouw. Om acht uur ’s morgens werd minister Koen Van Heuvel verwacht bij BelOrta, de grootste groente- en fruitveiling van het land. De coöperatie brengt de oogst van meer dan 1.200 leden-tuinders op de markt. In Kontich hield de minister een tweede keer halt. Wim Schreers, de vierde generatie van een familie rozentelers, leidde hem rond op de bloemenkwekerij. Met de steun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds werden op het bedrijf heel wat energiebesparende maatregelen (o.a. energieschermen en LED-belichting) ingevoerd.

In Pulle werd Van den Heuvel welkom geheten door Jef De Schutter, een jonge landbouwer die in het melkveebedrijf van zijn ouders stapte. Als provinciaal voorzitter van Groene Kring wees De Schutter op de uitdagingen waarmee jonge landbouwers geconfronteerd worden. In de driehoek tussen Antwerpen, Turnhout en Geel is toegang tot grond een groot probleem. En de vraag om faire prijzen spreken starters net zo luid uit als hun collega-landbouwers die al veel langer actief zijn en daarin vaak ontgoocheld worden door hun afnemers.

Bij Raf Vangeel maakte de minister kennis met de korte keten. Van de 400 ton aardappelen die ‘Raf Patat’ jaarlijks teelt, verkoopt hij circa 10 procent via de hoevewinkel. Andere afzetkanalen in de korte keten zijn een aardappelautomaat en de markt in Herentals, op zijn beurt goed voor anderhalve ton verkochte aardappelen per week. Opvallend, de hoevewinkel draait haast zonder personeelsbezetting. Klanten laten in vertrouwen de verschuldigde geldsom achter. “Op een euro na klopt de afrekening altijd”, zegt Raf. De directe verkoop aan de consument maakt zijn kleine akkerbouwbedrijf rendabel. “Mijn aardappelen zijn goedkoper dan degene die je in de supermarkt vindt, en toch verdien ik meer dan met de teelt voor verwerking door de industrie. Vorig jaar lag de opbrengst in tonnen een derde lager door de droogte. Mijn klanten begrepen dat ik mijn verkoopprijs moest aanpassen.”

Recent investeerde Raf in een bewaar- en sorteerloods voor zijn 10 hectare aardappelen. “Als landbouwer in bijberoep genoot ik geen investeringssteun vanwege het inkomen dat ik verwerf door halftijds les te geven aan de landbouwschool in Geel. Met sterke rendabiliteitscijfers, die ik te danken heb aan de korte keten, kon ik de bank vrij eenvoudig overtuigen om krediet te verstrekken voor de investering.” Landbouwer-leraar Raf merkt nog op andere momenten dat de korte keten de wind in de zeilen heeft: “VLAM maakt promotie via de website www.rechtvanbijdeboer.be en recent kwam PlattelandsTV hier nog filmen. Van een gebrek aan aandacht heb ik niet te klagen.”

Brengt de bedrijfsvoering van ‘Raf Patat’ leerlingen uit het landbouwonderwijs op ideeën? “Ongeveer de helft van mijn leerlingen wil effectief landbouwer worden door het ouderlijk bedrijf over te nemen. De één wil graag veel koeien melken terwijl de ander er over nadenkt om het bedrijf te doen groeien via hoevezuivelverwerking. Ze zijn hier al op bedrijfsbezoek geweest en kennen zeker en vast de korte keten.” Dat de één kiest voor specialisering en schaalvergroting terwijl een andere landbouwer kansen ziet in diversificatie en korte keten, vindt Vlaams landbouwminister Koen Van den Heuvel prima. “De ondernemer maakt zijn eigen keuzes en het Vlaamse landbouwbeleid ondersteunt de verschillende strategieën.” Alvorens te vertrekken, nam de minister nog een kijkje in de nieuwbouw waar Raf het gros van de oogst bewaart in houten kisten in afwachting van het sorteren. Hij toont de minister dat innovatie in de landbouw uit grote maar ook kleine vernieuwingen bestaat, zoals de nieuwe verpakking van 2,5 kilo met aardappelfiguurtje. “De oudere generatie consumenten zweert nog bij zakken van 10 en 25 kilo, maar jonge mensen hebben in huis vaak de ruimte niet om aardappelen te bewaren.”

De laatste stop van de dag brengt de Vlaamse landbouwminister bij de Hooibeekhoeve in dezelfde gemeente Geel. Wat op het eerste gezicht een gewoon melkveebedrijf lijkt, blijkt een onderzoekscentrum dat de landbouwpraktijk zo dicht mogelijk benadert om relevante onderzoeksresultaten te bekomen. Wie let op de details, zoals de drie verschillende roostervloeren in de melkveestal, ziet dat onderzoek hier de bovenhand heeft op de bedrijfsvoering. “We testen een ammoniakemmissiearme vloer om te zien of de beloftes van de fabrikant in de praktijk uitkomen”, vertelt Ilse Van den Broeck, directeur van de Hooibeekhoeve. De proefboerderij van de provincie Antwerpen neemt als het ware de proef op de som zodat melkveehouders niet voor nare verrassingen komen te staan na een investering.

Om de veerkracht van de melkveehouderij te verhogen, werkt de proefboerderij van de provincie Antwerpen op vele fronten. “Met de kringloop op een melkveebedrijf voor ogen doen we onderzoek naar de bodem, de ruwvoederteelten, kalf en koe, de stal en alle mogelijke linken daartussen. Die holistische aanpak vinden we zeer belangrijk”, vertelt de directeur. Op dezelfde locatie is het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV) gevestigd, de koepelorganisatie die het onderzoek coördineert naar voedergewassen zoals gras, gras-klaver, maïs en voederbieten. Gelet op het belang van maïs in het rantsoen van koeien werd, met steun van de Vlaamse overheid, fors geïnvesteerd in een hakselaar met opbrengstmeting voor de proefveldjes. De hakselaar in de fronthef wordt aangedreven door een New Holland tractor die werd aangekocht met middelen van de provincie Antwerpen. Onderzoeker Gert Van de Ven wijst op de luchtslangen die omheen de spatborden lopen: “De tractor is uitgerust met een bandendrukwisselsysteem. Door in het veld te rijden met een lagere bandendruk spaar je brandstof uit, en spaar je de bodem.”

Het Landbouwcentrum voor Voedergewassen is lid van coördinatiecentrum CVBB en levert dus net zoals andere praktijkcentra een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de waterkwaliteit in landbouwgebied. “Landbouwers worden individueel begeleid om de doelstellingen uit het mestactieplan te behalen. Scoort een meetpunt slecht, dan wordt met de landbouwers uit de buurt een waterkwaliteitsgroep opgericht”, zo verneemt minister Van den Heuvel. Zelf staat de minister de komende dagen en weken voor de opdracht om het parlement ervan te overtuigen dat MAP6 de juiste maatregelen introduceert om de verslechtering van de waterkwaliteit opnieuw om te keren.

Voor de melkveehouders in de provincie Antwerpen hangt van die politieke goedkeuring van het mestactieplan veel af. Zij zijn op grasland gestart met bemesten conform de oude regels uit MAP5, inclusief de derogatie die hen toelaat om onder strikte milieuvoorwaarden meer dierlijke mest op te brengen. Die uitzonderingsregeling met de zegen van Europa is onlosmakelijk verbonden aan groen licht voor een nieuwe episode van het Vlaamse mestbeleid. De praktijkonderzoekers van LCV hopen dat de kogel door de kerk is alvorens ook het bemesten op akkerland start voor de teelt van maïs. “Melkveehouders rekenen er echt wel op.” Gelet op de verstrenging die MAP6 inhoudt, schat Gert Van de Ven in dat precisiebemesting aan belang zal winnen. “Dat kan al met kunstmest, maar met een recent ingediend VLAIO-project willen we onderzoeken of dezelfde werkwijze ook lukt met dierlijke mest.” Na de investeringen in een nieuwe jongveestal (2012) en melkveestal (2016) krijgt nu het machinepark prioriteit, onder meer om te kunnen inspelen op die evolutie naar precisielandbouw.

De investeringen in de stallen en meer recent in de vernieuwde kantoren en bezoekersruimte voor de taken van de Hooibeekhoeve in verband met plattelandseducatie worden grotendeels gedragen door de provincie Antwerpen. Die neemt ook een belangrijk deel van het jaarlijkse werkingsbudget voor zijn rekening, naast de bijna 130.000 euro die de Vlaamse overheid daarin bijdraagt. Voor elke euro van Vlaanderen draagt de sector (Semzabel, Boerenbond en ABS) 0,75 euro bij, waarvan de helft dus ingevuld wordt met provinciale middelen. Tussen 2017 en 2018 stegen de inkomsten uit projecten van 316.000 naar 757.000 euro. “We zetten meer en meer in op Europese projecten en hebben daarvoor een coördinator in dienst”, vertelt Ilse Van den Broeck.

Binnen Europa bekleedt het praktijkonderzoek in Vlaanderen een unieke positie omdat het zowel letterlijk als figuurlijk dichtbij de boer staat. Minister Van den Heuvel is zich bewust van het belang van praktijkonderzoek. Hij drukte dan ook zijn waardering uit voor de financiële inspanningen die de provincie Antwerpen doet om praktijkonderzoek een stevige financiële basis te geven. Zelf stelt hij via landbouwinvesteringsfonds VLIF 1,75 miljoen euro omkaderingssteun in het vooruitzicht. “Die steun maakt het voor de praktijkcentra mogelijk om voor actuele problemen en noden in de sector een oplossing te zoeken. Ze hebben tot doel de innovatie in de land- en tuinbouw te stimuleren en een voortrekkersrol te spelen op het vlak van duurzame en vernieuwende (teelt)technieken om op die manier de klimaatdoelstellingen van 2030 te behalen.” Met veel interesse nam hij kennis van onderzoek dat de link legt tussen landbouw en klimaat. “Hopelijk krijgen de resultaten ook buiten de landbouwsector weerklank.”

Praktijkcentra en vergelijkbare instellingen voor praktijkgericht land- en tuinbouwonderzoek kunnen bij het Departement Landbouw en Visserij tot en met 15 april een aanvraag indienen voor VLIF-investeringssteun aan de omkaderingssector van land- en tuinbouw. Alle informatie en het aanvraagformulier zijn online beschikbaar.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via