nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

08.09.2015 Minister Schauvliege oogst eerste quinoa in Vlaanderen

Als gevolg van de populariteit van quinoa bij de consument en de (her)introductie op Vlaamse velden geniet dit pseudograan uit de Andes de jongste tijd veel aandacht. Een proefveldje quinoa van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) werd geoogst door niemand minder dan minister van Landbouw Joke Schauvliege. Zij wakkert het enthousiasme voor deze nieuwe teelt nog aan omdat ILVO en de Vlaamse praktijkcentra er van overtuigd geraken dat quinoa een opportuniteit kan zijn voor landbouwers die willen diversifiëren. Vorig jaar importeerden de EU-lidstaten zo’n 10.000 ton quinoa uit Bolivia, Peru en Ecuador. “Dat schept potentieel voor ongeveer 5.000 hectare quinoateelt op Europese bodem”, rekent ILVO-onderzoeker Alex De Vliegher voor.

Vorige week vrijdag demonstreerde het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) zijn proefvelden. Blikvanger was de oogst van een klein veldje quinoa omdat minister Joke Schauvliege zelf achter het stuur van de maaidorser kroop. Daarmee wou zij in de kijker plaatsen dat het Vlaamse landbouwonderzoek experimenteert met nieuwe mogelijkheden voor land- en tuinbouwers. Schauvliege: “De sector moet nieuwe niches zoeken, producten waar vraag naar is en wat dat betreft is quinoa een aantrekkelijk gewas dat hier toekomst heeft.” Op een wereldmarkt waar overproductie momenteel troef is, zou quinoa dus een uitweg kunnen bieden aan een (beperkt) aantal telers.

De minister verklapte dat ze de traditionele boerenkost af en toe eens afwisselt met quinoa. Zo zijn er wel meer mensen gelet op de grote vraag naar quinoa voor humane consumptie. Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO, heeft het in dat verband over een teelt die “aangedreven wordt door de consument”. Quinoa heeft interessante nutritionele eigenschappen. Het is glutenvrij, eiwit- en vezelrijk en bevat veel vitamines en onverzadigde vetzuren. In diëten voor diabetici, vegetariërs en mensen met een glutenintolerantie heeft het een centrale plaats. Als exotisch ogend doch lokaal geteeld voedingsmiddel lijkt quinoa een langer leven beschoren dan als veevoeder. Quinoa dook namelijk al eens eerder op in onze contreien. ILVO-onderzoeker Alex De Vliegher herinnert aan een experiment begin jaren ’90 waarbij quinoa gehakseld werd als rundveevoeder. Veel meerwaarde ten opzichte van gras en maïs bood dat echter niet.

De introductie van quinoa in Vlaanderen is dus in feite een herintroductie. Er werden proefvelden aangelegd in Merelbeke, Bassevelde en op nog vier andere locaties om het potentieel in te schatten en de teelttechniek (o.a. bemesting, onkruidbestrijding, variëteitenkeuze) te verfijnen. ILVO werkt daarvoor samen met praktijkcentra en met de Vlaamse overheid die in Zwalm een demoplatform op een actief landbouwbedrijf heeft. “Door de grote vraag aan consumentenzijde (en de hoge prijzen) merken we ook bij de landbouwers veel interesse in quinoa. Demovelden laten een eerste kennismaking met de teelt toe”, zegt Alex De Vliegher. Dat de teelt hier überhaupt mogelijk is, hebben we aan onze Noorderburen te danken. De landbouwuniversiteit van Wageningen stelt zelf veredelde variëteiten beschikbaar die geschikt zijn voor het Noordwest-Europese klimaat. In Nederland wordt er momenteel al 300 hectare quinoa geteeld.

Onder impuls van François Gilbert de Cauwer, de Belgische mandataris van de quinoarassen uit Wageningen, zette Wallonië in 2014 de eerste stap met enkele hectaren quinoa op praktijkvelden. Dit jaar is er beneden de taalgrens al 90 hectare quinoa uitgezaaid. In Vlaanderen staat er 20 hectare quinoa die op contract geteeld wordt voor Quinobel, de firma van de Cauwer. Uitbreiding is mogelijk, maar logistiek moet het wel haalbaar blijven volgens de jonge Waalse bio-ingenieur. Dat betekent dat hij eerst en vooral inzet op uitbreiding van de bestaande teeltgebieden rond Marneffe en Vleteren. Elders in Vlaanderen en Wallonië sluit hij contractteelt niet uit op voorwaarde dat er (door één of meerdere landbouwers gezamenlijk) meteen met 20 hectare quinoa gestart wordt.

Quinoa is géén graan. Het is familie van de spinazie, de biet en van het onkruid melganzevoet. Dit pseudograan kan op een gelijkaardige manier geoogst worden als de klassieke granen. Als de weersomstandigheden het toelaten, is het volgens Alex De Vliegher beter om te oogsten zoals graszaad. Het gewas wordt dan eerst gemaaid, droogt in het zwad en wordt pas na enkele dagen gedorst. Deze tweede manier van oogsten is vooral nuttig bij een ongelijkmatige afrijping en bij latere variëteiten. Na het dorsen moet de quinoa gedroogd en opgeschoond worden. Na schonen hou je zo'n 70 procent van de bruto oogst over. Op basis van Schauvlieges oogst op het proefveldje, ongeveer 4,1 kilo bruto, schat De Vliegher de opbrengst na drogen en opschonen op 2,5 ton per hectare.

De opbrengstcijfers en het netto saldo uit de proeven van dit jaar en uit de 20 hectare commerciële teelt zullen de eerste gegevens opleveren over quinoa op Vlaamse bodem. Geïnteresseerde telers zullen wellicht nauwlettend naar de cijfers kijken om al dan niet te beslissen in deze teelt te stappen. Akkerbouwers vergelijken traditioneel met de opbrengst van wintertarwe. Als het verschil (nog) te groot is, dan moet de meerprijs de mindere kilo’s al compenseren. De samenbundeling van gegevens vanuit verschillende locaties is een troef voor het onderzoek omdat de onderzoekers zo de potentiële productie inschatten rekening houdend met bodemgesteldheid, weersomstandigheden en teelttechniek. “Als de opbrengstgegevens in het onderzoek en in de praktijk goed blijken, zie ik wel een toekomst voor quinoa in Vlaanderen”, besluit De Vliegher.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via