nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.12.2018 MIRA: "Ons voedingssysteem loopt tegen grenzen aan"

Ondanks de vele initiatieven die al worden genomen, moeten er nog grote stappen gezet worden om de milieu-impact van het voedingssysteem in Vlaanderen verder te verminderen. Heel wat oplossingen zijn al voorhanden of bevinden zich in de onderzoeksfase. De mogelijke impact van de verschillende oplossingen is erg divers en het is vaak niet evident om die impact goed in te schatten. Wat wel met voldoende zekerheid kan worden gesteld, en hier citeren we verder uit het nieuwe Milieurapport (MIRA) van de Vlaamse Milieumaatschappij, “is dat een optimalisatie van het conventionele systeem niet zal volstaan om de milieu-impact van het voedingssysteem snel genoeg binnen de grenzen van de milieugebruiksruimte te brengen”.

Begin deze maand publiceerde de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) het nieuwe Milieurapport. Net zoals het Landbouwrapport (LARA) van het Departement Landbouw en Visserij is MIRA online en in boekvorm beschikbaar. Beide publicaties zijn gedegen naslagwerken voor professionele informatiezoekers. Wie LARA leest en, ondanks de belofte dat het dikke boek de discussie over een toekomstbestendige landbouw in Vlaanderen wil aanwakkeren, op zijn honger zou blijven zitten die komt meer aan zijn trekken in het nieuwe MIRA. Meer bepaald in het vrij uitgebreide hoofdstuk over het voedingssysteem valt de Vlaamse Milieumaatschappij met de deur in huis: “Ons voedingssysteem loopt tegen economische, sociale en ecologische grenzen aan.”

Het hele jaar door zorgen landbouwers en voedingsbedrijven voor een ruim, gevarieerd en betaalbaar aanbod voedingswaren. Op andere vlakken presteert het actuele voedingssysteem minder goed volgens het Milieurapport. “Kostenleiderschap – zoveel mogelijk van hetzelfde produceren op de goedkoopste manier – werd de dominante concurrentiestrategie. Die strategie leidt tot een voortschrijdend proces van specialisatie, schaalvergroting en intensivering dat steunt op technologie en een intensief gebruik van hulpbronnen zoals water, fossiele brandstoffen en andere – vaak geïmporteerde – grondstoffen.”

Daardoor is de milieu-impact van het Vlaamse voedingssysteem volgens VMM te groot geworden. “Het intensieve gebruik van hulpbronnen en de emissies die ontstaan, zijn schadelijk voor bodem, water en lucht. En de hulpbronnen zijn niet alleen noodzakelijk voor het goed functioneren van het voedingssysteem zelf, maar ook voor andere systemen. Zo leidt intensieve landbouw in bepaalde regio’s tot erosie of een achteruitgang van het koolstofgehalte in bodems, wat nadelig is voor de voedselproductie. Luchtverontreiniging, klimaatverandering, waterverontreiniging en verlies van biodiversiteit zijn echter ook nefast voor andere maatschappelijke systemen.”

Verder is de Vlaamse landbouw ook economisch en sociaal kwetsbaar. Dat komt voornamelijk door lage winstmarges, een ongelijke verdeling van de toegevoegde waarde doorheen de agrovoedingsketen en de hoge grondprijzen in Vlaanderen. De manier waarop we ons voeden, heeft ook een impact op de volksgezondheid. Door de overconsumptie van bepaalde voedingsmiddelen zijn aandoeningen als obesitas en hart- en vaatziekten in Vlaanderen aanzienlijk toegenomen. VMM concludeert: “Het voedingssysteem zoals we het nu kennen, botst dus niet alleen tegen ecologische maar ook tegen maatschappelijke grenzen aan.”

Wie MIRA leest, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat de scherpe kantjes van ‘business as usual’ afvijlen niet volstaat. De Vlaamse Milieumaatschappij stelt zelf de diagnose van een zieke patiënt: “Het westerse voedingssysteem kenmerkt zich door een vanzelfsprekend geworden overvloed en gemak ( convenience ). Performantie op economisch vlak blijft de grootste drijfveer. Met het oog daarop is het voedingssysteem opgesplitst in weinig transparante ketens met verregaand gespecialiseerde schakels. Die zijn gericht op het maximaliseren van winst door groei en kostenefficiëntie. Slechts een beperkt aandeel van de totale toegevoegde waarde gaat naar de primaire producenten in de landbouwsector.”

De patiënt ligt aan het subsidie-infuus, wat VMM als volgt verwoordt: “Waar grootschalige subsidies vroeger een goede hefboom waren om tot een voldoende performant voedingssysteem te komen, bleven ze ook nadien gehandhaafd. Overheidssteun vergroeide zo tot een onderdeel van het economische rekenmodel, het inkomen en dus ook van heel wat beslissingen over investeringen.” Tot deze en andere confronterende conclusies in het MIRA-hoofdstuk over het voedingssysteem komt de Vlaamse Milieumaatschappij op basis van studiewerk door landbouwonderzoeksinstituut ILVO enerzijds en door VITO, shiftN en Universiteit Gent anderzijds.

Op de vraag of de zieke kan genezen, geeft het Milieurapport een weinig bemoedigend antwoord: “De hoge investeringskosten in infrastructuur en technologie en de lage marges, voornamelijk in de landbouwsector, leiden ook tot lange terugverdientijden. Er is dus sprake van een lock-in die een omschakeling naar andere productie- en verwerkingsmethodes belemmert. Dat speelt niet alleen op het niveau van individuele landbouwers want het hele voedingssysteem kent veel – en vaak grote – belangen die vasthangen aan investeringen in zeer specifieke richtingen. Daarnaast is ook de uitgesproken groei- en exportstrategie van de voedingsindustrie een duidelijke lock-in die de productie in de richting van steeds grotere volumes stuurt. Maar ook de consument speelt in dit alles een belangrijke rol. Die vindt het vanzelfsprekend en verworven dat kwalitatieve voeding permanent, overvloedig en vlot beschikbaar is aan een lage prijs.”

Het hele voedingssysteem in Vlaanderen, dat bestaat uit kennis, technologie, instituties, infrastructuur, praktijken en gewoonten, regels, normen, waarden en denkpatronen, is afgestemd op een intensieve, gespecialiseerde en exportgerichte agrovoedingsketen. Die ‘padafhankelijkheid’ maakt het systeem volgens VMM stabiel en belemmert een doorbraak van productie- en verwerkingsmethodes en van voedingspatronen die afwijken van het gangbare model. “Zo blijft de regelgeving geschreven op maat van wie de normen en waarden van het dominante regime hanteert. Alternatieven zijn verplicht om te werken binnen krijtlijnen die daar vaak onvoldoende op afgestemd zijn.”

De druk op het dominante regime neemt toe, maar een grote ‘sense of urgency’ voor structurele veranderingen merkt VMM niet op. “Het regime van de conventionele landbouw, voedingsindustrie en retail zet vooral in op het bewaren van bestaande organisaties, structuren en instituties, en op het transformeren op basis van technologisch ondersteunde ecologische modernisatie.”

Lees later meer op VILT.be over ‘Het voedingssysteem van morgen’ zoals beschreven door het nieuwe Milieurapport.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via