nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.08.2018 Monitoring wordt belangrijk voor agrarisch natuurbeheer

Al meer dan vijf jaar engageren landbouwers zich voor natuur en landschap in lokale agrobeheergroepen, onder begeleiding van de vzw Agrobeheercentrum (ABC) Eco². In de provincie Antwerpen zijn vier agrobeheergroepen actief rond waterconservering en landschapsbeheer. Vanwege ABC Eco² wordt gewezen op de nood aan monitoring want bij voorbaat weet je dat een collectief boeren meer kan bereiken dan een individu, maar je wil ook het precieze effect van hun inspanningen kennen. Enerzijds om de overheid te overtuigen van de resultaatgerichtheid van haar beleid, anderzijds om nog meer boeren te overtuigen van het nut van agrarisch natuurbeheer.

Samen bereik je meer dan alleen. Dat geldt ook voor het agrarisch natuurbeheer. Verspreid over Vlaanderen zijn tientallen ‘boerencollectieven’, zogenaamde agrobeheergroepen, actief in landschapsonderhoud. “Vijf jaar geleden is Agrobeheercentrum Eco² opgericht als koepel voor deze agrobeheergroepen”, vertelt secretaris Bart Schoukens. “Onze ambitie is om duurzaam te blijven groeien. We streven naar meer kwantiteit (meer boeren die aan natuurbeheer doen en meer oppervlakte in beheer, nvdr.) én meer kwaliteit in het agrarisch natuurbeheer, en dus ook naar een grotere resultaatgerichtheid.”

Opdat de inspanningen die boeren leveren maximaal effect zouden hebben, is er nood aan kennisopbouw en -uitwisseling en aan monitoring van de resultaten. “Een landbouwer is een ondernemer die je met resultaten moet overtuigen van het belang om als individu en sector aan meer natuur te werken”, weet Schoukens. Via het draagvlakproject ‘Boerenlandvogelbescherming’, gefinancierd vanuit de landbouwkorf van de provincie Antwerpen, wil hij verkennen in welke mate nieuwe technologie – drones met name – daarbij kunnen helpen. Volgende maand lees je daarover meer in een duidingsartikel over drones.

Opdat het agrarisch natuurbeheer zou kunnen groeien, dient er vertrouwen geïnstalleerd te worden tussen overheid en landbouwers. “Er is daar een spanningsveld”, erkent Schoukens, “omdat de overheid controle wil uitoefenen om misbruik van subsidies te voorkomen terwijl ook de boer argwanend is door de voortdurend veranderende regelgeving.” Meer vertrouwen tussen beide partijen zou de deur openen voor meer flexibiliteit in de agrobeheermaatregelen. “Vandaag zijn beheerovereenkomsten tamelijk rigide, en bepalen ze bijvoorbeeld tot op de dag wanneer een weiland in weidevogelbeheer gemaaid mag worden. Bij de noorderburen worden maatregelpakketten flexibeler ingezet, bijvoorbeeld in functie van de broedgevallen op het terrein.”

Uit de hervormingsplannen voor het Europees landbouwbeleid spreekt de wens van de beleidsmakers voor meer resultaatgerichtheid in de inspanningen die boeren voor natuur doen. “We vragen aan onze overheden om hier volop mee op in te zetten”, besluit Schoukens. Het Agrobeheercentrum Eco² weet zich onder meer ondersteund door de provincie Antwerpen, die mee het vijfjarig bestaan van de vereniging viert. Gedeputeerde Ludwig Caluwé: “Landbouwers hebben een bijzonder grote terreinkennis. ABC Eco² vormt de brug om hun deskundigheid in te schakelen in waterhuishouding, natuurbeheer en landschapszorg in het landbouwgebied en de onmiddellijke omgeving ervan.”

In de provincie Antwerpen zijn vier agrobeheergroepen (Brecht, Kalmthout-Essen, Wuustwezel en Lille-Kasterlee) actief en in totaal 280 landbouwers betrokken bij projecten van Eco². Bij veel van deze projecten vinden Agrobeheercentrum Eco², provincie Antwerpen, Hooibeekhoeve, Rurant en de Regionale Landschappen elkaar. En werken ze samen met lokale landbouwers die over veel terreinkennis en deskundigheid inzake voedselproductie maar ook natuur- en waterprocessen beschikken. Als die deskundigheid van landbouwers op het vlak van natuur en water ook effectief aangewend wordt bij natuurbeheer en waterhuishouding, kan dit volgens gedeputeerde Caluwé een belangrijke meerwaarde opleveren.

Met ‘Rekenen aan boerennatuur’ is in samenwerking met de Hooibeekhoeve – de proefboerderij van de provincie Antwerpen – een tool ontwikkeld die melkveehouders helpt om biodiversiteitsmaatregelen rationeel af te wegen. “Deze tool heeft voor enkele bedrijven in Retie die deelnamen aan een proefproject reeds aangetoond dat het weloverwogen afsluiten van bepaalde beheerovereenkomsten financieel voordeliger is dan een business-as-usual bedrijfsvoering. Het verlies aan (minderwaardige) landbouwoppervlakte he wordt qua mestafzet en voederhoeveelheid en waarde gecompenseerd door de vergoedingen o.a. voor beheerovereenkomsten”, verklaart An Schellekens (Hooibeekhoeve).

Als landbouwer werk je volgens Schellekens aan meer natuur omdat het moet (bv. vergroeningseisen, teeltvrije zones langs waterlopen, …) en omdat het ook op vrijwillige basis kan (bv. beheerovereenkomsten). Wat een landbouwer tegenhoudt om die laatste stap te zetten, is de onzekerheid over toekomstig beleid en het besef dat elke vierkante meter grond duur betaald is in de provincie Antwerpen.

Drempelvrees die er volgens An Schellekens niet hoeft te zijn omdat er op de ‘ladder naar meer boerennatuur’ voor elk wat wils is. Op de onderste trede start je bij werken aan meer organische stof in de bodem – “iets wat elke landbouwer zou moeten doen”, aldus de praktijkonderzoekster – en zo klim je via akkerranden op naar volleveldsmaatregelen zoals een uitgestelde maaidatum of minder bemesten. Een rekentool in Excel, die zich laat aanpassen met bedrijfseigen gegevens over bijvoorbeeld de maïsopbrengst en kostprijs van mestafzet, helpt melkveehouders op een financieel onderbouwde manier kiezen voor natuurgerichte maatregelen.

Agrobiodiversiteit is één van de onderwerpen die op maandagavond 10 september besproken zal worden tijdens een ‘Melkveecafé’ op de Hooibeekhoeve in Geel. De praktijkonderzoekers staan ook klaar om bezoekers te helpen met vragen over smartfarming, bodemkwaliteit, stalemissies, uiergezondheid, jongvee, enz.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via