nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

05.06.2019 “Motivatie om aan natuurbeheer te doen zit goed”

Kunnen landbouw en natuur samenkomen tot een positief verhaal? Met die vraag ging de operationele groep AgroMeatsNature aan de slag. Via een enquête peilde de groep naar de motivatie en ervaringen van Vlaamse landbouwers die aan natuurbeheer doen. “Uit de enquête is gebleken dat landbouwers zeker gemotiveerd zijn om natuurgraslanden goed te beheren”, zegt Karen Goossens, onderzoeker bij ILVO. “Ondanks het feit dat er vaak melding wordt gemaakt van dalende grasopbrengsten zijn veehouders doorgaans tevreden over de kwaliteit van natuurgrasland en kunnen ze het goed voederen aan rundvee, kleine herkauwers en paarden.” AgroMeatsNature wil nu verder inzetten op het bevorderen van de dialoog tussen natuurverenigingen en landbouwers.

AgroMeatsNature is een operationele groep die in de zomer van 2017 van start ging, onder leiding van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en voedingsonderzoek (ILVO) en met de steun van de Vlaamse overheid en de Europese Unie. De groep bestaat uit vertegenwoordigers van de provincie Oost-Vlaanderen, Innovatiesteunpunt, Agrobeheercentrum Eco², Regionaal Landschap Schelde en Durme en een 10-tal veehouders. Het doel van de groep is om natuur en landbouw dichter bij elkaar te brengen.

In de loop van 2018 peilden de leden van de operationele groep AgroMeatsNature via een online enquête naar de motivatie en ervaringen van landbouwers om aan natuurbeheer te doen. Zeventig Vlaamse veehouders, actief in diverse sectoren, vulden de online enquête in. “Met 76 procent rundveehouders was deze sector het best vertegenwoordigd onder de respondenten”, legt ILVO-onderzoeker Karen Goossens uit. “De meesten baten een vleesveebedrijf of gemengd bedrijf met onder meer vleesvee uit, maar ook melkveehouders waren goed vertegenwoordigd. Dit bevestigt dat rundveehouderij en natuurbeheer een goede combinatie kan zijn. Toch lijken er ook kansen te liggen voor andere sectoren zoals de geiten- en schapenhouderij en zelfs voor een ezel- of varkensboerderij.”

Ongeveer twee derde van de deelnemers doen zelf aan natuurbeheer, op twee uitzonderingen na geven al deze actieve natuurbeheerders aan dat ze in de toekomst het natuurbeheer verder wensen te zetten en ongeveer de helft is zelfs op zoek naar extra percelen. “Daaruit kunnen we besluiten dat ze globaal gezien wel tevreden zijn over de samenwerking en de kosten/baten van de natuurgraslanden”, aldus Karen Goossens.

De grootste knelpunten die de respondenten aangeven, zijn de variabele opbrengsten van de graslanden die verschillende veehouders beheren. “Zij zijn vragende partij naar een vergoeding in functie van de grasopbrengst of beperkte bemesting om de opbrengst enigszins op peil te houden. Daarnaast komt ook ‘de toenemende druk van ongewenste kruiden’ vaak terug als obstakel om aan natuurbeheer te doen. “Distels zijn moeilijk in toom te houden en schadelijke onkruiden zoals Sint-Jacobskruid zorgen voor bezorgdheid bij de veehouders”, zegt Karen Goossens. “Het is niet altijd duidelijk of en hoe deze onkruiden bestreden kunnen worden.”

Maar de landbouwers die aan natuurbeheer doen, zien zelf ook veel voordelen. “Opbrengst, kwaliteit en smakelijkheid van het gras kwamen toch naar voren als de belangrijkste motivaties”, weet Karen Goossens. “Gevolgd door andere voordelen zoals subsidies en mestrechten. Daarnaast zijn ook de ligging van de percelen of de historiek van de gronden soms doorslaggevende argumenten. En opvallend is dat ook heel veel veehouders het sociale aspect en het imago van de landbouw belangrijk vinden en vanuit die overtuiging willen meewerken aan natuurdoelen.”

“Met de operationele groep willen we zorgen voor een betere dialoog tussen natuurverenigingen en landbouwers”, zegt Karen Goossens. “Dat is nodig voor een beter wederzijds begrip: veehouders zijn vaak te weinig op de hoogte van de achterliggende redenen voor bepaalde regels en natuurdoelen die een specifiek beheer vragen. Daartegenover staat dat enige flexibiliteit naar maaidata, bemesting en de loopduur van beheerovereenkomsten ervoor kan zorgen dat het werkbaar en economisch interessant kan blijven voor een veehouder om aan natuurbeheer te doen.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via