nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

26.09.2017 MPA-affaire uit 2002 wordt overheid opnieuw aangewreven

De Correspondent spitte de MPA-affaire (2002) opnieuw uit. De onderzoeksjournalisten komen tot de conclusie dat mogelijk grote gevaren voor de volksgezondheid genegeerd zijn door de Nederlandse overheid. Als de Europese regels toen strikt waren gevolgd, dan had volgens De Correspondent de helft van de Nederlandse varkensstapel geruimd moeten worden. De blootstelling van kinderen aan MPA via ijsjes, limonade en kindercola werd in Nederland doodgezwegen. Het Voedselagentschap laat aan VILT weten dat er destijds in eigen land wél zeer open gecommuniceerd is over de gevaren voor de volksgezondheid. Anders dan bij de vondsten van fipronil in eieren waren de veiligheidsnormen voor MPA in voeding toen duidelijk overschreden.

MPA is een synthetisch hormoon dat fel gelijkt op het natuurlijke hormoon progesteron. Met MPA besmet glucosestroop afkomstig van een Iers farmaceutisch bedrijf kwam via een frauduleus afvalcircuit terecht bij Bioland, een afvalverwerkend bedrijf uit de Noorderkempen. In plaats van de besmette stroop veilig te verwerken, leverde Bioland het goedje aan verschillende ondernemingen actief in de voedingsindustrie, waaronder twee Belgische frisdrankproducenten. Toen de bal in 2002 aan het rollen ging, was het al te laat om de frisdrank terug te roepen want de leveringen waren enkele jaren oud.

Het Voedselagentschap kreeg in het voorjaar van 2002 ook lucht van een besmetting via het veevoeder. Nederlandse veevoederfabrikanten hadden namelijk gecontamineerd glucosestroop gekocht bij Bioland en verwerkt. Vooral Nederlandse varkenshouders werden daarvan het slachtoffer, maar ook de veehouderij in eigen land ontsnapte niet aan de catastrofe omdat een grote hoeveelheid melasse ook besmet was geraakt, zij het dan in mindere mate. België diende ook de besmette varkens op te sporen die het importeerde vanuit Nederland.

Op een moment dat de Nederlandse pers schrijft over het spanningsveld tussen landbouw en volksgezondheid hebben de journalisten van het digitaal nieuwsplatform De Correspondent hun tanden gezet in de 15 jaar oude MPA-affaire. De titel van hun stuk liegt er niet om: “Hoe de overheid een schandaal met gevaarlijke hormonen onder de mat veegde”. Indertijd werden in Nederland 50.000 varkens geruimd, maar het hadden er naar verluidt twaalf keer meer moeten zijn. Harde kritiek is er ook op het onder de mat vegen van de MPA-besmetting van limonade en andere voedingsproducten die vooral door kinderen geconsumeerd worden. In hun zoektocht naar informatie, die ze voerden op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, ervoeren de journalisten naar eigen zeggen tegenwerking door de verschillende betrokken instanties.

De Nederlandse ministers van Landbouw en Volksgezondheid hebben indertijd volgehouden dat MPA geen risico vormde, ook al was er besmet varkensvlees op het bord van de consument beland. Over gecontamineerde limonade werd door Nederlandse politici met geen woord gerept, terwijl het merendeel van het besmette suikerwater juist naar fabrikanten van limonades en ijsjes is gegaan. Die verontreinigde stroom, 400 tot 600 ton groot, bleef buiten beeld volgens De Correspondent, hoewel de limonades hogere concentraties MPA bevatten dan het varkensvlees. Aan MPA werden door het farmaceutische bedrijf Wyeth bijwerkingen toegeschreven zoals aantasting van de vruchtbaarheid en schade aan het ongeboren kind. MPA werd bij seksuele delinquenten gebruikt om de geslachtsdrift af te remmen.

De problemen bij varkens waren het gevolg van de laatste partijen glucosestroop die door Bioland uit Arendonk werden doorverkocht aan Nederlandse veevoederfabrikanten. Het resulteerde in hormonaal verstoorde zeugen met flinke cysten op de eierstokken. De zeugen brachten de (dode) biggen pas ter wereld wanneer de duur van de zwangerschap al was overschreden. Varkensvlees had uit de rekken gehaald moeten worden, maar dat gebeurde niet uit vrees voor ‘verwarring bij de consument’. De overheid communiceerde immers dat er geen direct gevaar was voor de volksgezondheid. “De angst voor onrust en voor economische schade was groter dan de wil om elk gezondheidsrisico uit te sluiten”, concludeert De Correspondent.

In eigen land werden door het nog jonge Voedselagentschap, immers opgericht in de nasleep van de dioxinecrisis (1999), honderden analyses uitgevoerd naar aanleiding van de MPA-affaire. Alle mogelijk besmet diervoeder werd geblokkeerd, teruggeroepen en vernietigd. Zo kon de besmetting zich niet verder uitbreiden. Alle mogelijk besmette veebedrijven werden onder verhoogd toezicht geplaatst zodat hun dieren niet in de voedselketen konden terechtkomen. Ook leveringen aan de voedingsindustrie werden getraceerd, geblokkeerd en ontleed.

Uit de crisissituatie trok het FAVV destijds een aantal lessen: “Een betere samenwerking met onder meer de milieu-inspectie is noodzakelijk om dergelijke incidenten te voorkomen. Allen die actief zijn binnen de voedselketen moeten erkend zijn (wat in 2002 nog om een aanpassing van de wetgeving vroeg, nvdr.) en wie producten koopt, dient na te gaan of de verkoper erkend en betrouwbaar is. Bij de MPA-contaminatie werd dit principe met de voeten getreden.” Voogdijminister Magda Aelvoet stak destijds niet weg dat de veiligheidsnormen voor MPA overschreden waren, en er volgens de Hoge Gezondheidsraad een reëel gezondheidsrisico was.

Lees het originele artikel via De Correspondent.

Bron: De Correspondent / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via