nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

23.04.2017 Nachtvorst treft fruittelers en wijnboeren hard

Zowel de fruittelers als de wijnboeren hebben een flinke kater overgehouden aan een stevige nachtelijke winterprik tijdens de nacht van 19 op 20 april. Haast al het fruit onder anderhalve meter hoog is kapotgevroren en zo’n 30 tot 50 procent van de druivenoogst zou de nachtvorst niet overleefd hebben. “Het is al van 1997 geleden dat de sector zo laat in het seizoen nog zo'n zware vorstschade heeft gekend”, aldus Tom Deckers van het Proefcentrum Fruitteelt (pcfruit) in Kerkom.

De aangekondigde nachtvorst tijdens de nacht van 19 op 20 april heeft lelijk huisgehouden. Vooral voor de appels, die momenteel in volle bloei staan, oogt de situatie ronduit dramatisch. “We zullen de verdere bloei afwachten, maar de telers moeten rekening houden met een aanzienlijk oogstverlies”, aldus Tom Deckers van pcfruit. “Afhankelijk van hoe de toestand de volgende dagen evolueert, lijkt dertig procent tot vijftig procent van de appeloogst verloren.”

Beter nieuws is er voor de conferencepeer, nog altijd het meest geteelde fruit in de provincie Limburg. “Hoewel de vruchten net zo goed schade hebben opgelopen, heeft dat weinig impact op de oogst”, weet Deckers. “De vrieskou heeft het klokhuisje wel doen afsterven, maar door de vrucht met het plantenhormoon gibberelline te bespuiten zal de peer zich toch verder ontwikkelen. Het enige wat de consument daarvan merkt, is dat hij een pitloze peer krijgt. De smaak is identiek.”

De Limburgse kersen, die al even zijn uitgebloeid, zijn er slechter aan toe. “Ze zijn net als de appels zwaar getroffen”, weet Deckers. “Maar qua oppervlakte kan je de kersenteelt echter moeilijk met die van appels of peren vergelijken. Limburg telt amper 500 hectaren kersenboomgaarden, tegenover zo'n 10.000 hectaren peren en 7.000 hectaren appels.” Hetzelfde verhaal voor de aardbeien waarvan de soorten die niet waren afgedekt en al bloemen hadden gevormd, ernstige schade hebben opgelopen.

Of het productieverlies ook een financiële aderlating voor onze boeren betekent, hangt af van het buitenland. “We hebben vernomen dat ook de telers in onze buurlanden en in Tsjechië ernstig zijn getroffen”, aldus nog Deckers. “Als er minder Europees fruit op de markt komt, krijgen de boeren ook een betere prijs. Op die manier kan het seizoen alsnog worden gered.” Het vriesgevaar is overigens nog niet geweken. Pas vanaf 1 mei wordt het duidelijk zachter.

“Bij min vijf kan je de boomgaard enkel voldoende beschermen door beregening, een privilege dat is weggelegd voor telers met voldoende water in de buurt van hun percelen”, zo legt Deckers uit. “Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar door de bloesems te beregenen kan ergere schade bij nachtvorst voorkomen worden. Als er zich een ijslaagje vormt, dan komen de bloesems in een pakketje van bevriezend water te zitten en dat bevriezend water heeft altijd een temperatuur van 0 graden. Zolang er nieuw water wordt aangevoerd kan de temperatuur van het ijs niet onder het vriespunt dalen, en zullen de bloesems niet beschadigd worden.”

Ook wijnboeren bleven niet gespaard. “Bij een normale oogst tellen we zo'n 130.000 flessen wijn, nu vrezen we nog maar de helft ervan te kunnen produceren", zegt Joyce Van Rennes van wijnkasteel Genoelselderen. "De groene scheuten aan het uiteinde van de takken staan er zwart bij. Daar groeien geen druiven meer aan", zegt Joyce Van Rennes." Nochtans had ze de nodige voorzorgsmaatregelen genomen tegen de aangekondigde duik van de temperaturen. "Vuurpotten en warmtekanonnen kunnen we niet plaatsen omdat ons wijndomein te groot is. Een heli inschakelen of ventilatoren gebruiken is niet betaalbaar. We hebben wel met een biologisch product de zowat 100.000 wijnstokken beneveld waardoor ze tot tegen min twee onder nul beschermd zijn. Maar het vroor hier tot min drie, zelfs tot min vijf."

"Het grote probleem is dat de knoppen drie weken vroeger zijn opengegaan dan in een normaal jaar", aldus Van Rennes. "Als het dan zwaar vriest, sta je machteloos." Of de oogst nog enigszins gered kan worden, is maar de vraag. "We moeten opnieuw gaan snoeien", klinkt het. "Zo'n 400.000 takken moeten tot aan de scheuten die niet zijn bevroren weggeknipt worden, waardoor ze de kans krijgen door te groeien. Daar zijn we met 12 mensen twee weken mee bezig. Voor de mannen is het een harde klap aangezien ze al zoveel werk in het verzorgen van de ranken hebben gestoken. Als wijnboer weten we dat één op de tien oogsten verloren gaat.”

Bron: Het Belang van Limburg/De Tijd

Volg VILT ook via